Corruptie en desertie zijn aan de orde van de dag in de strijdkrachten; Russisch leger eet van noodrantsoenen

MOSKOU, 2 SEPT. Het gebrek aan huisvesting voor de terugkerende troepen uit Oost-Europa is slechts één van de logistieke problemen waarmee het Russische leger kampt. Corrupte officieren en wegblijvende dienstplichtigen zijn twee andere. Als gevolg van deze problemen moet de strijdmacht op dit moment behalve het land vooral zichzelf beschermen.

“Veel generaals, officieren en manschappen ontplooien commerciële activiteiten die tegen het belang van de strijdmacht ingaan. Zij misbruiken hun positie en wenden fondsen en materieel van het ministerie van defensie aan voor persoonlijke verrijking”, zo schrijft luitenant-generaal G.N. Osov in een recent rapport aan minister van defensie Gratsjov. Osov vervult binnen de strijdkrachten de functie van openbare aanklager. Zijn rapport is deze week uitgelekt via het blad Moscow News. De gesignaleerde overtredingen hebben volgens Osov plaats met medeweten en soms met medewerking van “commandanten en chefs, tot aan het hoogste niveau toe”.

Een majoor-generaal bij een legeronderdeel dat tot eergisteren in de voormalige DDR was gelegerd heeft bijvoorbeeld militaire transportvliegtuigen ingezet om landbouwmachines vanuit Duitsland naar het zuiden van Rusland te vervoeren. De ontvangers van de machines hebben hem beloond met een huis. Een luitenant-kolonel in het Bajkaldistrict deed op de leger-computers de boekhouding van het bedrijf van zijn vrouw. En in het district Wolgograd heeft een luitenant-kolonel in de officiersclub een restaurant geopend.

Behalve dit bijverdienen onder werktijd, dat in de Russische overheidsdienst nauwelijks nog ongebruikelijk genoemd kan worden, hebben er volgens Osov ook ordinaire diefstallen plaats. Zoals door een officier die in het noord-westen van Rusland was belast met financiële administratie. Hij schreef meer dan een miljoen gulden overheidsgeld over naar privé-bankrekeningen. Verkoop van wapens blijkt ook een manier te zijn om het veelal magere officierssalaris aan te vullen. Vooral in de Kaukakus, waar in verscheidene republieken gewapende conflicten woedden, moeten wapens van het Russische leger met wagonladingen tegelijk als 'gestolen' worden geregistreerd.

De bestraffing van deze overtredingen en misdrijven laat te wensen over. Al in 1992 waarschuwde Joeri Boldyrev, een naaste medewerker van Boris Jeltsin, de president voor de commerciële praktijken van in Duitsland gelegerde militairen. De Westgroep van het Russische leger kreeg van de Duitse autoriteiten belastingvrij levensmiddelen geleverd. Die bleken echter niet altijd bij de soldaten terecht te komen: via de zwarte handel werden ze naar Rusland geëxporteerd.

Boldyrev drong aan op ontslag van verscheidene hoge officieren, onder wie generaal Matvej Boerlakov, de commandant van de Russische strijdkrachten in Duitsland. In plaats daarvan werd Boldyrev zelf ontslagen. Een andere Moskouse onderzoeker, die soortgelijke misstanden had geconstateerd als Boldyrev, werd overgeplaatst naar de Russische ambassade in Canada. Boerlakov intussen is deze week benoemd tot onderminister van defensie.

Openbare aanklager Osov, de auteur van het rapport dat deze week uitlekte, heeft zijn baan nog. Maar hij heeft dan ook niet al te drastische maatregelen voorgesteld tegen particulier ondernemende militaren. Hij vindt dat prioriteit moet worden gegeven aan de oprichting van een soort militaire accountantsdienst die alleen ondergeschikt zou moeten zijn aan de minister van defensie zelf.

De nieuwe accountantsdienst kan misschien ook uitvissen hoeveel diensplichtigen er daadwerkelijk opkomen, want dat is het tweede grote probleem van de Russische strijdmacht. Volgens sommige schattingen is het aantal diensplichtigen dat daadwerkelijk onder de wapens komt de afgelopen jaren teruggelopen tot minder dan vijf procent. Minister Gratsjov zelf schatte het dit voorjaar op hooguit een kwart van het aantal opgeroepenen. Van de 700.000 jongens die in 1994 in dienst moeten hebben de meesten wel een officieel excuus, zei Gratsjov tegen het persbureau Interfax. Maar anderen blijven volgens hem gewoon weg.

De oorzaken van het ontduiken van de diensplicht zijn niet ver te zoeken. De twee jaar in uniform zijn op zijn best vervelend, maar ze kunnen in Rusland ook dodelijk zijn. Een organisatie van moeders van militairen, Pravo Materi, vertelde het parlement deze zomer dat per jaar ongeveer vijfduizend Russische militairen omkomen in vredestijd. Ongelukken, zelfmoord en de beruchte ontgroening zijn de belangrijkste oorzaken. Volgens het ministerie van defensie is het getal overdreven: het zou per jaar om 2.500 doden gaan.

De strijdkrachten hebben grote moeite met de afslanking van de strijdmacht die eerst op last van president Gorbatsjov en nu op last van Jeltsin wordt doorgevoerd. Tien jaar geleden had de Sovjet-Unie meer dan vier miljoen militairen. In mei 1992, de maand dat het Russische leger formeel werd opgericht, waren dat er nog 2,8 miljoen. Op 1 juni van dit jaar was dit aantal volgens officiële cijfers gedaald tot 2,2 miljoen, maar volgens defensie-woordvoerders zijn er in werkelijkheid nog slechts 1,5 miljoen over. Op dezelfde parlementaire hoorzitting waar de soldaten-moeders hun 5.000 doden bekendmaakten, meldde de luchtmacht dat van de 12.000 piloten die het op papier heeft, er hooguit vierduizend klaar zijn voor actie. De rest heeft de dienst verlaten, traint nauwelijks of heeft er gewoon geen zin meer in.

In de strijd tegen dit soort praktische problemen behaalt minister Gratsjov maar weinig succes. Hij heeft in juli bij het parlement bepleit de 350.000 para-militairen van het ministerie van binnenlandse zaken, de 200.000 grenswachten en al die andere eenheden die in opdracht van verschillende ministeries opereren, op te nemen in het 'echte' leger. Dat dreigt volgens hem namelijk kleiner te worden dan wat hij noemde het “tweede leger”. Niemand heeft vooralsnog de moeite genomen om in het openbaar op het voorstel te reageren.

De defensiebegroting is dit jaar teruggeschroefd naar 37 biljoen roebel (30 miljard gulden). Dat is minder dan de helft van wat Gratsjov had gevraagd en minder dan een tiende van wat in de jaren tachtig aan defensie werd uitgegeven. Tijdens zijn ontmoeting met het parlement in juli meldde Gratsjov dat de strijdkrachten inmiddels de noodrantsoenen hebben moeten aanspreken. Van de benodigde wapens is slechts veertig procent aangeschaft. Hij noemde de situatie “onacceptabel” en de begroting “discriminerend”.

Er is maar één ding dat het Russische leger in overvloed heeft: generaals. Het zijn er 2.100, meer dan één per elke duizend manschappen. Ontslag geeft echter recht op twintig maandsalarissen plus een woning. Dat is op dit moment niet te betalen.