Als Servië grens dicht houdt; Karadzic dreigt met blokkade moslim-enclaves

SARAJEVO, 2 SEPT. De leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, heeft gedreigd “binnen enkele dagen” de door zijn leger omsingelde moslim-enclaves in Bosnië te blokkeren als Joegoslavië (Servië en Montenegro) zijn boycot tegen de Bosnische Serviërs niet opheft.

Karadzic uitte zijn dreigement in een toespraak tot het 'parlement' van de Bosnische Serviërs in Pale. De zitting van het 'parlement' was gewijd aan de uitslag van het referendum van het afgelopen weekeinde, waarbij volgens de officiële uitslag meer dan 96 procent van de Bosnische Serviërs zich heeft uitgesproken tegen het internationale vredesplan voor Bosnië. De afwijzing van het vredesplan was een maand geleden voor Joegoslavië aanleiding de grens met Bosnië te sluiten en de betrekkingen met de Bosnische Serviërs te verbreken.

In zijn toespraak riep Karadzic de internationale gemeenschap op een nieuw vredesplan op te stellen, een waarbij “de Serviërs op voet van gelijkheid worden geplaatst met de twee andere partijen”, de Kroaten en de moslims. “Wij bieden met onmiddellijke ingang vrede aan en we zijn voor de voortzetting van het vredesproces. Maar landkaarten die door een ander zijn opgesteld zullen we nooit accepteren”, aldus Karadzic.

Karadzic zei dat de Bosnische Serviërs “nooit oorlog hebben gevoerd met wapens als elektriciteit, water, gas en voedsel”. Niettemin, zo verzekerde hij de leden van het Bosnisch-Servische 'parlement', kan “een dezer dagen” worden besloten tot “serieuze sancties” tegen de moslims, als Belgrado de boycot tegen de Bosnische Serviërs niet opheft.

Het 'parlement' van de Bosnische Serviërs heeft tot drie keer toe het vredesplan van de internationale contactgroep voor Bosnië afgewezen omdat het ontevreden is over de verdeling van Bosnië - ze zouden 49 procent van het grondgebied van Bosnië krijgen - en over het ontbreken van constitutionele garanties. Bij het referendum, dat het 'parlement' in Pale vervolgens uitschreef, verklaarde 96,13 procent van de bijna één miljoen opgekomen Bosnisch-Servische kiezers zich tegen het vredesplan; 3,32 procent van de kiezers vond dat het moet worden aanvaard.

Een woordvoerder van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR heeft de leiding van de Bosnische Serviërs gisteren beschuldigd van “staatsterrorisme” bij de 'etnische zuivering' in het noorden van Bosnië. Peter Kessler zei dat in augustus alleen al drieduizend niet-Serviërs - vooral moslims, Kroaten en zigeuners - uit hun woningen zijn verdreven. “Dit kan niet gebeuren zonder de volledige steun van de Bosnisch-Servische autoriteiten”, aldus Kessler. Hij zei dat de leiding van de 'Servische Republiek' in Bosnië op regelmatige klachten gewoonlijk antwoordt dat de 'etnische zuivering' het werk van lokale autoriteiten is, op wie de hoogste leiding geen vat heeft. Dat argument gaat volgens Kessler niet op. De recente uitzetting van duizenden niet-Serviërs “geeft aan dat sprake is van een door de [Bosnisch-Servische] staat voorgeschreven terrorisme”, aldus Kessler. De verdrijving van de niet-Servirs, zo voegde hij daaraan toe, gaat gepaard met “etnisch terrorisme”: de slachtoffers van de 'etnische zuivering' worden mishandeld en beroofd en veel vrouwen worden verkracht. Dat gebeurt volgens Kessler opnieuw op een schaal die duidelijk maakt dat geen sprake is van geïsoleerde incidenten, maar van officieel beleid. (Reuter, AP, AFP)