Zeepaardjes verliezen voorbeeldfunctie door conventioneel gedrag

Bij verschillende vogelsoorten, enkele kikkers en een klein aantal vissen is er sprake van omkering van de sexe-rol. Van dat beperkt aantal soorten wordt dankbaar gebruik gemaakt voor onderzoek: diersoorten met uitgebreide ouderzorg door het mannetje verschaffen een goede gelegenheid om de evolutie van sexe-verschillen te onderzoeken. Bij sommige soorten waarbij de investering door de mannetjes per nakomeling hoog is, bijvoorbeeld doordat zij de verzorging van eieren en jongen alleen op zich nemen, zijn het niet de mannetjes, maar de vrouwtjes die nadrukkelijk partners werven. Er is sprake van omkering van de sexe-rollen.

Bij vissen is het aantal gevallen verrassend laag, gezien het feit dat veel visse-vaders de zorg voor eieren en jongen op zich nemen. Daarbij speelt een rol dat de verzorgende mannetjes meer legsels kunnen bewaken en verzorgen dan vrouwtjes kunnen aanleveren. Omkering van de rollen in de paartijd zou pas op kunnen optreden wanneer de benodigde tijd, energie of ruimte die de verzorging vergt sterkte grenzen stelt. In die situatie komt het potentiële voortplantings-succes van mannetjes onder dat van vrouwtjes te liggen.

Zeepaardjes (Hippocampus spp.) leken een sprekend voorbeeld te zijn van die situatie. Een vrouwtjes zeepaard plaatst haar eieren in de broedbuidel van een mannetje en kijkt er verder niet naar om. Afhankelijk van de soort en de watertemperatuur verzorgt het mannetje het broed tien dagen tot tien weken in zijn gestaag zwellende buidel, totdat hij de jongen door middel van een moeizame bevalling de wereld in stuurt. Zowel de grootte van zijn buidel als de draagtijd beperken het mannetje in zijn voortplantings-score.

Vrouwtjes kunnen meer eieren leggen dan de mannetje aankunnen. Zo wordt er bij de overdracht van de eieren heel wat gemorst. In de periode dat een mannetje met eieren bezet is, kan een vrouwtje in principe meerdere malen een legsel gereedmaken. Het gedrag van zeepaardjes staat daarom te boek als hèt voorbeeld van sexe-rol omkering, inclusief het gegeven dat de vrouwtjes fel zouden wedijveren om de betrekkelijk schaarse tot paring bereide mannetjes.

Maar dat laatste blijkt onterecht. Tegen de verwachting in vond een onderzoekster aan de Universiteit van Cambridge dat zeepaardjes zich in de paartijd aan conventionele geslachtsrollen houden (Behaviour 128/1994). Het zijn juist de mannetjes die het sterkst strijden om toegang tot het andere geslacht. Ze zijn niet alleen actiever in de hofmakerij, maar gaan ook de onderlinge concurrentiestrijd worstelend en happend aan - gedrag dat bij vrouwtjes ontbreekt. De laatste selecteren streng op winnaars, zelfs werken ze harde competitie in de hand door een hofmakend mannetje in de buurt van een concurrent te brengen.

Toch is dit nieuwe gegeven binnen een evolutionair vraag-aanbod model onder te brengen. De paarband speelt daarbij de sleutelrol. Verreweg de meeste zeepaardjes blijken er een monogame leefwijze op na te houden. Voor het vrouwtje lijkt het voordeel van die aanpak te schuilen in synchronisatie. Indien de partners regelmatig contact hebben is het vrouwtje direct na de geboorte van de jongen in staat te paren. Waarschijnlijk spelen de dagelijkse begroetingen tussen de dieren daar een rol in. Het vrouwtje kan de aanmaak van de eieren, die twee dagen vergt, zorgvuldig timen. Met een geritualiseerde 'pomp'-actie, twee dagen voor de werkelijke bevalling, lijkt het mannetje aan te geven binnen enige tijd weer beschikbaar te zijn. Dat verschaft het vrouwtje zekerheid. Het baltsen met vreemde, wispelturige mannetjes houdt het risico in dat zij een eenmaal gevormd hoogwaardig eierpakket ongebruikt te gronde moet laten gaan.

Het maximale potentiële voortplantingssucces van beide geslachten is dus door de monogame leefwijze gelijk getrokken. Ook op de markt van dieren die nog partners zoeken is er geen reden voor omkering van de rollen. Binnen dat deel van de populatie zijn er meer paringsbereide mannetjes dan vrouwtjes voorhanden. Die verhouding is scheef doordat ongepaarde, 'lege' mannetjes zich sneller kunnen voorbereiden op een paring dan vrouwtjes. Ook blijven zij na afgebroken baltsperiodes langer in staat tot paren dan vrouwtjes, die gereed gemaakte eieren maar voor beperkte tijd kunnen vasthouden.

Eerdere studies naar zeepaardjes zijn volgens onderzoekster Amanda Vincent verkeerd aangehaald, waardoor de vermeende omdraaiing van de sexe-rollen bij dit vissegeslacht een eigen leven is gaan leiden. Onder de naaste verwanten van zeepaardjes, de zeenaalden, zijn er enkele soorten die in de voorbeeldfunctie blijven voorzien.