Wanhoop (3)

Het artikel 'Na de bul wacht de wanhoop' (W&O, 25 aug.) legt het accent op de verkeerde plek.

Aspirant-studenten zouden zich een beeld moeten vormen van hun arbeidskansen voordat zij aan hun studie beginnen. De arbeidsmarktpositie voor sociale wetenschappers was tien jaar geleden al slecht. Wie desondanks aan een dergelijke studie begint, dient zich te realiseren dat hij of zij zich zal moeten onderscheiden. En wie dat niet doet, moet niet zeuren over 'werk dat ver beneden het niveau ligt'.

Een academicus kiest ervoor om zich, in de tijd dat anderen werkervaring opdoen, theoretisch te scholen. Theoretische kennis is echter, voor een geslaagde carrière, niet de meest belangrijke factor. Het bedrijfsleven, in het bijzonder het Midden- en kleinbedrijf, zit niet te wachten op hoogopgeleiden die het gebrek aan werkervaring niet kunnen compenseren met een stuk gezond verstand, sociale vaardigheden en initiatief.

Ik moet denken aan een voormalige werkneemster van onze makelaardij: een juriste die, gewapend met een diploma 'Wordperfect 5.1 voor gevorderden', drie uur heeft gezocht naar de hoofdlettertoets op een personal computer. Of een sollicitant die, gewapend met een graad bedrijfseconomie én een graad rechten, het volhield om tijdens een gesprek van vijftien minuten ruim veertien minuten naar zijn koffiekopje te staren.

Als je dan studeert, zorg dan voor een stukje 'meerwaarde'. Door een stage, vrijwilligerswerk, uitzendwerk, een student-assistentschap, een bestuursfunctie binnen of buiten het academische wereldje of desnoods bij een hamburgergigant. De arbeidsmarkt is een markt met veel concurrentie. Wie zich dat niet realiseert, loopt een achterstand op.