Wanhoop (1)

Het artikel 'Na de bul wacht de wanhoop' (W&O 25 aug.) signaleert een aantal zorgwekkende verschijnselen. Voor wat betreft de Letteren-studies is het van belang te benadrukken, dat de arbeidsmarktperspectieven niet verbeterd worden door de studieprogramma's om te bouwen in zogenaamde nieuwe Letterenstudies. Deze nieuwe, algemene studies bestaan veelal uit een potpourri van verschillende 'praktijkgerichte' vakken. De visitatiecommissies van de Nederlandse universiteiten hebben zich onlangs terecht zorgen gemaakt over de kwaliteit van de nieuwe Letterenstudies, die een te laag wetenschappelijk gehalte zouden hebben.

Ondergetekende, met een 'klassieke' Letterenopleiding werkzaam in het bedrijfsleven, kan deze zorg alleen maar onderschrijven. Wat moderne arbeidsorganisaties nu en in de toekomst nodig hebben zijn vaklieden en professionals. Personen die in een vakgebied de diepte ingaan en een expertise opbouwen. Het thema van de vooropleiding is voor niet-technische vakgebieden irrelevant. Wat wel van belang is, is dat de academicus geleerd heeft een professional te zijn en daartoe is diepgang onmisbaar.

Diepgang is overigens niet synoniem met 'oogkleppen'. Een academische opleiding moet ook interdisciplinair zijn. Interdisciplinair is niet 'van alles een beetje', maar vanuit de eigen discipline kunnen communiceren met andere vakgebieden om zo te komen tot kruisbestuiving. Ook interdisciplinair werken is van belang om te slagen in de moderne netwerk-organisatie, waar professionals elk vanuit hun eigen discipline in teams samenwerken om problemen op te lossen. Succesvolle ondernemingen in de toekomst zijn 'lerende organisaties' met 'lerende werknemers'. Daarvoor is het nodig dat deze werknemers geleerd hebben te leren, geleerd hebben met nieuwe, onbekende gegevens om te gaan en tot creatieve probleemoplossingen te komen. Maar wel vanuit een bepaalde, professionele methodiek en zeker niet oppervlakkig.

Kennis en vaardigheden verouderen steeds sneller. Leervermogen is daarom in de toekomst belangrijker dan oppervlakkige breedtekennis. Om dit leervermogen aan te kweken is - om maar iets te noemen - een diepgaand bronnenonderzoek over eetgewoonten in het middeleeuwse klooster van groter belang dan een tekstvergelijking van een aantal jaarverslagen in het kader van 'bedrijfscommunicatie'. Dit laat onverlet, dat een academische opleiding best praktisch mag zijn en dat aan de huidige traditionele Letterenopleidingen best een en ander te verbeteren valt. Maar dat is een kwestie van onderwijskwaliteit, niet van vakkenpakket. Natuurlijk onderscheidt de goede docent zich van de minder goede doordat hij bij de feedback over een scriptie of de presentatie van een paper niet alleen de inhoud aanspreekt, maar ook de kwaliteit van het taalgebruik en de wijze van presenteren. Evenzeer zal de goede docent zijn studenten interdisciplinair leren denken en werken. Maar om academici dit in hun opleiding mee te geven moet het peil van het universitaire onderwijs omhoog en niet het wetenschappelijk gehalte omlaag.

Laten de Letterenstudies zich vooral bij hun leest houden en laten studenten een echte academische opleiding volgen. Dat is uiteindelijk de beste kwalificatie voor de arbeidsmarkt voor academici.