Trekvogels op muziek; Vliegeren als hobby en als topsport

Wie wel eens bij sterke wind een strandwandeling maakt, weet het. Vliegeren is de afgelopen jaren van een eenvoudig plezier voor ouders en kinderen een heuse sport geworden. Met stuntvliegeren, luchtballetten en 'power-kiting'. En met kampioenschappen, voor teams, duo's en enkelingen.

Informatie deels ontleend aan de boeken Stuntvliegers en Stuntvliegers II van Servaas van der Horst en Nop Veldhuizen, van uitgeverij Thoth. In deze boeken vindt men ook vele tips en tekeningen voor het zelf bouwen van stuntvliegers.

Het lijkt een grap: zes volwassen mensen in een huiskamer met dunne stokjes in hun hand waarop aan het einde een miniatuur-vliegertje is geprikt. Ze zwaaien synchroon en op muziek met hun stokjes door de lucht. De miniatuurvliegers beschrijven allerlei ingewikkelde figuren terwijl het koffiezetapparaat doorloopt en de hond des huizes gapend in zijn mand verdwijnt.

Hier is echter geen sprake van een persiflage op een dirigent noch van een gedragstherapie voor verstandelijk gehandicapten. De zes 'huiskamervliegeraars' zijn de leden van vliegerteam The Dike Hoppers die aan het oefenen zijn voor het 'ballet' waarmee ze op 9, 10 en 11 september op de stranden van Le Tourquet de wereldcup 'Stuntkiting' hopen binnen te halen, die voor het eerst in Europa wordt gehouden.

Het ballet is het koningsnummer bij de wereldkampioenschappen voor vliegerteams en is het best te vergelijken met de vrije Kür bij het kunstrijden: je wint met een zeer orginele, zeer creatieve uitvoering die ook technisch in orde is. De ingewikkelde patronen en figuren - loopings, jumps, squares - worden in de huiskamer doorgenomen. Volgens teamlid Cora van Dorp gaat het er vooral om, dat de figuren “zo origineel en goed mogelijk worden gesynchroniseerd”. De muziek die The Dike Hoppers hebben uitgekozen is ontleend aan de film 'de Reddertjes in Kangaroeland'; net als bij het kunstschaatsen mogen de deelnemers zelf de muziek uitkiezen. Cora: “Onze sterkste punten zijn het vliegeren op techniek bij weinig wind en de creativiteit van onze figuren. Over dit laatste hebben we zelfs complimenten gekregen van de huidige Europees kampioen, het team Airkraft uit Engeland.”

Dike-hopster Els Boelhouwer maakt zich enige zorgen: “Je weet nooit van te voren wat voor wind je krijgt. Bij zwakke wind zijn we duidelijk sterker dan bij harde.” The Dike Hoppers mogen Nederlands kampioen teamvliegeren zijn, hun kansen op de wereldtitel schatten ze minder hoog in. Dirk van Alewijk: “De teams uit de VS trainen veertig uur per week, wij maximaal acht. Ik zou tevreden zijn met een plaats bij de eerste tien. Bovendien wordt dit mijn eerste wereldkampioenschap.”

Naast het ballet dienen The Dike Hoppers in Normandië ook drie verplichte figuren te vliegeren uit het officiële figurenboek van de internationale organisatie Stack (Stunt Team and Competitive Kiting) en een 'precisie-oefening' uit te voeren. Dit laatste is een reeks figuren die het team zelf samenstelt en die door de jury vooral wordt beoordeeld op techniek: zijn de loopings wel rond? Zijn de hoeken van de squares wel precies negentig graden?

Het ballet vormt de ene helft van de totaalscore, de verplichte figuren en de precisie-oefening de andere helft. Op dit moment zijn er volgens de Hoppers voor teams 24 figuren officieel erkend, voor duo's 11 en voor solisten 43. Maar de lijst wordt elk jaar langer: de grootste kick die een vliegeraar kan krijgen is om zelf een figuur te bedenken die later wordt opgenomen in de officiële lijst. Sommige figuren zien er op papier zo ingewikkeld uit (the Tulip, Squares Spiral, Diamond in a Triangle) dat je je niet kunt voorstellen dat ze ook daadwerkelijk kunnen worden gevlogen. Het ballet dat het Nederlandse team in Frankrijk zal vertonen bevat 26 figuren die op een vloeiende manier moeten worden uitgevoerd en aan elkaar gebreid.

Op het strand van Scheveningen oefent het team met echte vliegers. Ze beschikken over een aanzienlijke collectie, want elke windsterkte vraagt om een aparte vlieger. Vandaag is de wind hard tot zeer hard en expirimenteert het team voor het eerst met een 'harde wind vlieger'. “Laten we een laddertje proberen”, roept Dirk. Rob Meyer, die vandaag als teamleider optreedt, geeft de commando's: “Om! Loop! Links, neer en rechts!” Het is een schitterend gezicht; als een zwerm trekvogels achtervolgen de vliegers elkaar, maken synchroon een looping om zich vervolgens op te splitsen in twee groepen die elkaar lijken aan te vallen, maar bij nadering precies langs elkaar heen suizen, een techniek die de 'doorsteek' wordt genoemd.

Bij het draaien van een nieuwe loop raken twee vliegers elkaar en stortten ogenblikkelijk ter aarde. “Mijn fout”, roept Cora. De superdunne koorden, gemaakt van een door DSM ontdekte ijzersterke vezel met extreem weinig rek (gepatenteerd onder de naam Dyneema) raken op het oog soms hopeloos met elkaar in de knoop, maar ontwarren zich weer door de bewegingen van de vliegers. Volgens Rob is de wind vandaag behoorlijk 'vervuild'. In vliegertaal wil dat zeggen: aflandig, oostenwind dus. Slechts een zuivere, want constantere, zeewind geeft vliegeraars de optimale stabiliteit om hun figuren ongestoord in het luchtruim te kunnen zetten.

De methode van vliegeren van The Dike Hoppers valt onder het 'stuntvliegeren', waarbij gebruik wordt gemaakt van vliegers met twee lijnen. De stuntvliegeraars houden in elke hand een stuurspoel en kunnen de vliegers de gecompliceerde figuren laten maken door met een van beide handen - of met beide, als dat nodig is - te bewegen en te sturen. Niet dat dit eenvoudig is; het maken van zelfs de simpelste figuren kost al gauw een maand oefening. Stuntvliegers - er zijn er zelfs al op de markt met vier lijnen - hebben niets te maken met de simpele eenlijns-kindervliegers waarmee je weinig anders kunt doen dan ze oplaten en weer neerhalen.

Niet bekend

Een geheel nieuwe impuls kreeg het stuntvliegeren dankzij twee Engelse studenten industriële vormgeving. Ray Merry en Andrew Jones kregen in het begin van de jaren zeventig de opdracht een vormgeving te bedenken bij het woord 'winding' en construeerden een soort vlieger die bestond uit een een aantal met elkaar verbonden plastic zakken. Het apparaat ging opmerkelijk gemakkelijk de lucht in: de voorloper van de beroemde 'Flexifoil' was geboren, een bestuurbare, rechthoekige vlieger met een onovertroffen snelheid en trekkracht.

Met de Flexifoil is een snelheid bereikt van 228 kilomter per uur, nog altijd het wereldrecord. Zelfs in de zeilsport vond de Flexifoil een toepassing. Bij snelheidswedstrijden worden kleine zeilboten uitgerust met een ketting van Flexifoils - de zogenaamde 'jacobsladder' - en bereiken zo veel hogere snelheden dan met gewone zeilen. Vorig jaar werd op een strand in Frankrijk een jacobsladder gemaakt van 206 Flexifoils. De trekkracht was zo enorm, dat drie graafmachines moesten dienen als contragewicht.

Voor de vliegersport betekende de uitvinding van de Flexifoil het ontstaan van het 'power-vliegeren': hierbij gaat het uitsluitend om de voortgebrachte trekkracht. Power-pioniers hulden zich in beschermende kleding en lieten zich vaak kilometers lang over stranden en door zee meesleuren door hun vlieger. Aardig natuurlijk, maar echt interessant werd het power-vliegeren pas met de uitvinding in 1991 van de buggy: een roestvrijstalen wagentje dat met de voeten wordt bestuurd zodat met de handen de vlieger kan worden gecontroleerd. Bij deze spectaculaire vorm van voortbewegen worden snelheden gehaald van 100 kilometer per uur. Inmiddels is de Flexifoil alweer achterhaald door een vlieger met een nòg grotere trekkracht: de 'Peel' uit Nieuw-Zeeland.

Het 'kite-sailing' (bootjes of surfplanken die zeilen met behulp van vliegers) is op dit moment sterk in ontwikkeling. Power-kiting is niet geheel van gevaren ontbloot. Een in vliegerkringen bekend verhaal vertelt hoe een buggy op hoge snelheid door een kuil in het zand reed, waardoor de vliegeraar uit het wagentje werd geslingerd. De buggy raasde vervolgens zonder bestuurder door en miste een groepje spelende kinderen op enkele decimeters. Ook zijn al enkele mensen gewond geraakt door neerstortende vliegers of scherpe lijnen. Door deze gevaren is vliegeren op drukke stranddagen op sommige locaties in ons land verboden.

Aan het eind van de jaren tachtig was er sprake van een enorme vlieger-rage: de verkopen schoten omhoog tot zo'n 150.000 per jaar. Volgens Erik Brusse, eigenaar van Joe's vliegershop in Amsterdam, is er op dit moment sprake van een lichte daling van de verkoop, die echter nog altijd spectaculair groot is vergeleken met tien jaar geleden. De echte vlieger-freak bouwt zijn vliegers zelf (de bouwschema's staan in boeken of in vliegertijdschriften) maar ook hier ziet Brusse een daling: hij verkoopt steeds minder materiaal. Opmerkelijk is dat de eenlijns-vliegers de stuntvliegers meer en meer lijken te gaan verdringen.

Brusse is een liefhebber van het 'vechtvliegeren'. Hierbij is het de sport om met jouw lijn de lijn van je tegenstander door te snijden, wat mogelijk wordt doordat de lijnen zijn ingesmeerd met een pasta waarin glas is verwerkt. De vliegers zelf zijn klein en van papier. In het verre oosten, waar deze vorm van vliegeren vandaan komt, mag de winnaar de vlieger van zijn tegenstander oprapen en houden. Brusse: “In Thailand is het vechtvliegeren een prestigieuze sport. De beste teams worden ontvangen door de koning.” In Nederland wordt het vechtvliegeren vooral beoefend door Indonesiërs en Molukkers.

Het Dike Hoppers-team gaat volgende week het gevecht aan om de wereldtitel in het team-vliegeren. Rob Meyer: “Echt, het is honderd procent sport waar we mee bezig zijn. Ik heb er de sportschool en het wielrennen voor opzij moeten zetten.” Els Boelhouwer: “Je bent de meeste weekeinden kwijt met reizen en wedstrijden. Hierdoor moeten ook de partners van de vliegeraars zeer betrokken zijn. Is dat niet het geval, dan wordt het dus niets.”

World Cup Stuntkiting

De wereldkampioenschappen vinden op 9, 10 en 11 september plaats op de stranden van Le Tourquet bij Calais, over een lengte van vijf kilometer. Dagelijks vanaf half tien 's ochtends. De kampioens-disciplines zijn: teamvliegeren, duo-vliegeren en solo-vliegeren. Toegang gratis: Inl 0033 21405040.

Wedstrijden

De eerste officiële wedstrijden in het stuntvliegeren in ons land dateren van zomer 1993. Het nieuwe wedstrijdseizoen begon op 28 augustus met wedstrijden op de Maasvlakte. Het Nederlands kampioenschap stuntvliegeren (teams, duo's, solo en vierlijnerssolo) wordt beslist over zes wedstrijden: drie voor de winterstop en drie in het voorjaar. De eerstkomende (tweede) wedstrijddag is zaterdag 3 september in Drachten achter het Philips-complex. Om aan deze competitie mee te doen moet je lid zijn van de Vereniging Bestuurbare Vliegers (inl 010-4737414). In Nederland zijn op dit moment vier serieuze teams actief.

Modellen

Naast de stuntvliegwedstrijden worden in het land bijna elk weekend showdagen georganiseerd voor eenlijns-vliegers. Hier gaat het slechts om het tonen van de vaak zeer originele vliegermodellen, zoals schepen, vruchten, sigaren en kastelen. 11 september, recreatiegebied het Rutbeek, Enschede. Inl 074-776868, 8 en 9 oktober, Almere bij 't Oor. Inl 036-5323967. 16 oktober Cadzand-Bad. Inl 01179-1818.