Rekenmeesters aan de slag voor tweede licentie mobiele telefonie

DEN HAAG, 1 SEPT. Voor drie consortia die azen op de tweede GSM-licentie voor mobiele telefonie moet het een zegen zijn een bank in hun midden te weten. Wie meedingt zal de overheid namelijk tot in de kleinste details operationele en financiële gegevens moeten verstrekken. Een aanvraag dient van ten minste 1550 'kerncijfers' vergezeld te gaan.

Verkeer en Waterstaat opende vandaag de zogeheten tenderprocedure voor “de selectie van een vergunninghouder voor de aanleg, instandhouding en exploitatie van een tweede GSM netwerk in Nederland”. Daarbij wordt weinig aan het toeval overgelaten. Het ministerie, verantwoordelijk voor de telecom-infrastructuur, krijgt voor het eerst te maken met een andere aanbieder van openbare telefonie dan het vertrouwde PTT Telecom.

Zekerheid voor alles, lijkt daarom het motto. Dus wordt gegadigden, tegen betaling van 500 gulden voor het tenderdocument, het hemd van het lijf gevraagd. Het departement is zich er overigens van bewust veel te willen weten; ter bescherming van zichzelf bindt ze de omvang van aanvragen, exclusief bijlagen en jaarverslagen, aan een maximum van 500 pagina's A4.

Toch zal de gewenste uitvoerigheid geen belemmering zijn voor serieuze kandidaten. Mobiele telefonie geldt overal als een lucratieve markt met een groot groeipotentieel. Al geruime tijd geleden hebben drie Nederlandse consortia laten weten interesse te hebben voor de markt waarop jaarlijks vele honderden miljoen guldens te verdelen zijn.

Die drie consortia van het eerste uur worden elk gevormd door een grote bank (voor het geld) en een of meer partners voor de technische en operationele inbreng. Zo spant ING Bank samen met het Britse Vodafone in MT-2, doet ABN Amro het in NL-tel met Radio Holland Cellular Services, energiebedrijven, de Nationale Investeringsbank, Heidemij en de telecom-bedrijven AirTouch International en Cable & Wireless, en heeft de Rabobank met Getronics een naamloos verbond gesloten. Inmiddels heeft ook Deutsche Telekom zijn animo voor de Nederlandse GSM-licentie tot uitdrukking gebracht, terwijl in het geruchtencircuit nagenoeg elke operator van enige omvang wel genoemd is.

Hoe serieus al die belangstelling is, kan Verkeer en Waterstaat straks op zijn gemak beoordelen aan de hand van de ingediende vergunningaanvragen. Op 1 december, om twee uur 's middags, sluit de tendertermijn. Vijf maanden daarna verwacht het ministerie de selectieprocedure af te ronden en de vergunning te verlenen.

Op dat moment moet het department een helder beeld hebben van structuur, uitgangspositie en marktbenadering van de nieuwe GSM-exploitant. Als die alle vragen heeft beantwoord, kan dat niet moeilijk zijn. Zo wordt elke gegadigde geacht een ondernemingsplan op te hoesten waarin hij de vraag naar GSM-diensten taxeert en het marktaandeel aangeeft dat hij Koninklijke PTT Nederland in mobiele telefonie kan ontnemen. Ook is een exposé gewenst van de marktsegmenten die de exploitant onderscheidt en de manier waarop hij hen zal benaderen. Verkeer en Waterstaat verwacht ten slotte uitweidingen over de financiële stand van zaken bij de toekomstige GSM-aanbieder (en partners) en over de technische kanten van het plan: architectuur, capaciteit en prestaties.

Hoe logisch de behoefte aan nadere inlichtingen op deze gebieden ook is, Verkeer en Waterstaat maakt vooral indruk door de nagestreefde detaillering. Zo wil het wat tarieven betreft bijvoorbeeld de gehanteerde systemen en principes kennen, de hoogte van aansluit-, abonnements- en gesprekskosten, van aanvullende en toegevoegde-waarde-diensten, pakketaanbiedingen, kortingen en de mate van prijselasticiteit. Een simpel bedrag noemen voor initiële, vervangings- en uitbreidingsinvesteringen volstaat evenmin. Er dient op zijn minst onderscheid te worden gemaakt naar schakelmiddelen, netwerk-management, vastgoed, antennepunten, (verplichte) voorzieningen voor aftappen, enzovoorts. Waar naar kosten wordt geïnformeerd, dienen die te worden gesplitst in kosten van interconnectie en transmissie, infrastructuur, administratie en huisvesting, verleende bonussen, promotie, personeel en vergunningen. Dat laatste is opmerkelijk; de overheid zelf is immers tot nog toe in gebreke gebleven bij het vaststellen van een tarief voor de GSM-vergunning.

In hun vraagstelling houden de telecom-autoriteiten nadrukkelijk rekening met onverwachte ontwikkelingen. De tweede GSM-aanbieder wordt daarom gevraagd de effecten op 'terugverdientempo', netto winst en netto kasstroom te becijferen als het geplande aantal abonnees 10 en 25 procent lager of 10 procent hoger uitvalt. Ook is berekening gewenst van de consequenties bij 10 en 25 procent lagere en 10 procent hogere tarieven dan in het basisscenario voorzien, en bij 10 en 25 procent hogere en 10 procent lagere investeringen. En bij 10 en 25 procent lager en 10 procent hoger gebruik.

Als straks de GSM-licentie wordt verleend, geldt zij voor vijftien jaar. Om andermaal het toeval buiten te sluiten wenst Verkeer en Waterstaat kerncijfers van de potentiële exploitant voor de tien jaren tot en met 2004 te ontvangen. Wat de dekkingspercentages van het tweede GSM-net betreft, wil het ministerie zelfs voor de komende twintig halve jaren cijfers zien. Zo komt de aanvrager met 154 rubrieken op in totaal 1550 in te vullen getallen. Er is een magere troost; Telecom mag operationeel al een reusachtige voorsprong hebben, het bedrijf moet een vergelijkbare vergunningaanvraag doen.

Verkeer en Waterstaat gaat ervan uit dat er binnen vijf jaar na uitgifte van de vergunning een GSM-concurrent in de markt staat die, net als PTT Telecom nu, een netwerk aanbiedt dat 95 procent van Nederland dekt. Op de weg daarheen onderscheidt het ministerie drie fasen. Twee jaar nadat de vergunning is verleend dient de nieuwe onderneming in ieder geval de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht te bedienen. Het jaar daarop moet de dekking zijn uitgebreid tot de kernen van alle gemeenten met meer dan 80.000 inwoners, alsmede de omgeving van de luchthavens Schiphol, Zestienhoven en Beek en de doorgaande autosnelwegen naar België en Duitsland A1, A12 en A16. Na vier jaar dient het tweede GSM-net de gemeenten met minimaal 80.000 inwoners volledig te dekken plus de kernen van gemeenten met ten minste 25.000 inwoners, en alle hoofdverbindingswegen (spoor, weg en water) ertussen.

Wie ten slotte alle gewenste gegevens op een rijtje heeft, dient nog een laatste horde te nemen. Met de aanvraag voor de vergunning dient Verkeer en Waterstaat ook uiterlijk 1 december een bedrag van 25 mille te hebben ontvangen. Als de commercie oprukt in telecommunicatie, mag een ministerie toch zeker wel de procedurekosten verhalen, vindt met ten depertemente.