Pterosauriër uit Kazachstan had vleugels als een vleermuis

In het Mesozoïcum werd de hemel verduisterd door vliegende reptielen, de Pterosauriërs. Maar over de vraag hoe zij nu precies konden vliegen waren onderzoekers het tot nog toe allesbehalve eens. Waren alleen de voorste ledematen omgevormd tot vleugels en de achterpoten nog vrij beweeglijk, zoals bij de vogels? Of hadden de pterosauriërs brede, vliesachtige vleugels waarin ook de achterpoten en de staart zaten 'ingebouwd', zoals bij de vleermuizen? Fossiele vleugels waren tot nog toe te schaars en fragmentarisch om deze wetenschappelijke discussie te beslechten.

Volgens D. Unwin en N. Bakhurina van de Universiteit van Bristol komt daarin nu verandering. In Nature (1 september) beschrijven ze hun minutieuze onderzoek aan de prachtig bewaard gebleven fossiele exemplaren van Sordes pilosus, een 156 miljoen jaar oude pterosauriër uit Kazachstan. De spanwijdte van zijn vleugels mat 65 centimeter en tussen de achterpoten en de staart werd onmiskenbaar een vleugelvlies aangetroffen.

De kleine fibrillen in de vleugels, die door eerdere onderzoekers voor haren werden aangezien, vormen volgens Unwin en Bakhurina onderdeel van een speciaal mechanisme dat de vleugels naar het uiteinde toe stijf, maar dichter naar het lichaam toe juist losser maakte, zodat het dier zijn vleugels in rusttoestand kon opvouwen.

De gegevens wijzen erop dat de pterosauriër een traag wendbare vlieger was die leefde van vis en insecten. Op de grond kon hij vanwege zijn bouw als half-opgerichte 'viervoeter' maar moeilijk wegkomen. Waarschijnlijk kon hij door zijn trage gang niet direct van de grond loskomen en moest hij zich eerst omlaag laten vallen.

Omdat de vleugels van de pterosauriër zo fundamenteel anders zijn, zijn modellen gebaseerd op de vogels en vleermuizen van nu weinig zinvol. Veel beter dan misleidende analogieën te volgen is het de morfologie van de pterosauriër nauwgezet te reconstrueren. De nu beschreven observaties leveren volgens evolutiebiologen een belangrijke bijdrage aan het wetenschappelijke inzicht in het ontstaan van de vliegkunst.