Parfum als vingerafdruk van de ziel; geuren in Bijbelse tijden

Egyptische vrouwen droegen reukkegels van vet op het hoofd die langzaam smolten, zodat het geurig vet door de haren en over het lichaam stroomde. En feestende Romeinen lieten door hun vertrekken met reukwaren besproeide duiven rondfladderen.

Lekker ruiken in de dagen voor parfumverstuiver en luchtverfrisser.

Parfum in de wereld van de bijbel. T/m 19 oktober. Bijbels Openluchtmuseum in de Heilig Landstichting bij Nijmegen. Inl 080-229829.

“Heerlijk van geur zijn je oliën, als vloeibare olie is je naam.” Zo staat het in het aan koning Salomo toegeschreven Hooglied. Reukwaren, balsem, zalven en olie hebben van oudsher - en dan kunnen we spreken vanaf 2000 voor Christus - een belangrijke rol gespeeld bij de Etrusken, de Egyptenaren, de Grieken, de Romeinen en bij de Christenen. Ze verdreven kwade luchten, stemden de Goden welgezind en prikkelden de zinnen, wat ze nu kennelijk nog doen.

“Zodra ik haar in mijn armen neem, wanneer haar armen mij omstrengelen, dan waan ik me in het land Punt”, schreef een dichter in de Egyptische liefdespoëzie van het Nieuwe Rijk. Met Punt wordt bedoeld een landstreek in het huidige Somalië, waaruit de Egyptenaren eerst de reukwaren haalden en later ten tijde van koningin Hatsjepsoet (1480 voor Chr.) de grondstoffen waarmee ze gemaakt konden worden. Wat een slok op een borrel scheelde want de geïmporteerde parfum was veel duurder dan peper.

Aan doden gaf men parfum mee in speciaal daarvoor gemaakte kruikjes, maar omdat de prijs nogal begrotelijk was waren deze kruikjes maar voor een zeer klein gedeelte hol. Parfums hadden iets bovennatuurlijks: ze werden beschouwd als de vingerafdrukken van de ziel. Een elk begeurt zich naar zijn aard. Omdat men de geuren slechts kan ruiken en niet kan zien werden ze in de oudheid geïdentificeerd met de Goden.

Het zijn aardige wetenswaardigheden die men opdoet bij een bezoek aan de tentoonstelling Parfum in de wereld van de bijbel in het Bijbels Openluchtmuseum van de Heilig Landstichting in Nijmegen. Men kan er aan de geuren van de oudheid ruiken door in de vitrineraampjes gemaakte rondjes waarachter met parfums doordrenkte tissues liggen van de citrus medica, ceder, sandelhout, cistroos en styrax. Maar daarvoor hoeft men niet per se naar Nijmegen te gaan, want soortgelijke reukwaren zijn nog altijd - of weer - te krijgen in de betere natuurvoedingswinkels of gewoon bij het Kruitvat. De etherische oliën zijn immers weer in opmars.

Men ziet er op een kaart de Wierookstraat die liep van Oman naar Palestina tot Petra in Zuid-Jordanië, van waar de reukwaren werden gedistribueerd naar de Romeinse wereld. Uit China werd het kaneel, grondstof voor reukwaren, aangevoerd via de Zijderoute. Nardusolie kwam uit India.

Verder ligt er achter glas de uit de derde eeuw voor Christus gemummificeerde kop van een Egyptenaar en een bronzen wierookbrander op wieletjes uit de Etruskische tijd. Er zijn de afbeeldingen te zien van Egyptische vrouwen die een reukkegel op het hoofd dragen. Deze reukkegels waren bedekt met een dierlijk vet dat was doortrokken van een geurstof. Tijdens het dragen smolt het vet en stroomde door de haren en over het lichaam, want de Egyptenaren deden hun best om lekker te ruiken. En om te behagen.

De haremvrouwen van de Perzische koningen moesten er heel wat voor over hebben om hun heer te bekoren. Ze gingen een jaar in quarantaine waarbij ze de eerste zes maanden werden behandeld met mirre-olie en vervolgens een half jaar met balsem en schoonheidsmiddelen alvorens zich weer aan de koning te onderwerpen.

De Romeinen en later de Christenen hadden niet zoveel op met de reukwaren. Ze vonden ze nogal decadent. In een van de epigrammen van Martialis (40-104 na Chr.) wordt geschreven: “Hou op met die uitheemse snufjes te gebruiken, zo kan per slot mijn hond ook lekker ruiken.” Bovendien waren ze erg duur. Volgens de inrichter van de tentoonstelling, museumdirecteur Jan van Laarhoven moest “de modale Romein voor een pijpje kaneel een week lang werken.”

Toch konden beide beschavingen het gebruik ervan niet tegenhouden. Bij de Romeinen werd het zelfs gebruikelijk om bij feesten met reukwaren besproeide duiven door de vertrekken te laten vliegen. Vlak voordat Christus stierf aan het kruis werd hem een beker aangereikt - die hij overigens weigerde - met een vloeistof waarin mirre was verwerkt. Volgens de joodse traditie was het een daad van barmhartigheid om via de verdovende werking van een met mirre gekruide wijn de pijnen van een stervende te verzachten. Mirre wordt overigens in de Arabische wereld nog altijd gebruikt tegen menstruatiepijnen. Het is bovendien goed tegen muggen en vliegen.

Parfum in de wereld van de bijbel is een aardige, een intieme tentoonstelling waarbij met gemak de fantasie op de loop gaat naar verre landen en een ver verleden tijd. Er is bovendien over een gemakkelijk leesbare door Van Laarhoven en door Irene Meijer geschreven catalogus (8 gulden). Jammer alleen dat de meeste bijschriften bij de expositie zo laag zijn aangebracht dat iemand met een hernia ze niet dan met een pijnlijke scheut in de rug kan lezen.