Op weg naar vrede

MET EEN VERTOON VAN publiciteit een echte staat waardig heeft de IRA, het Ierse Republikeinse Leger, gisteren de lang verbeide wapenstilstand afgekondigd. De Britse premier Major meende vervolgens zuinigjes dat aan de verklaring nog het een en ander ontbrak. Major wil een permanent bestand, de IRA heeft hem dat niet willen toezeggen. De IRA weigert aan de vooravond van eventuele onderhandelingen zijn enige wapen, terreur, zo maar uit handen te geven.

Sinds vorig jaar december de Britse en Ierse regeringen hun gezamenlijke aanbod deden om via onderhandelingen met alle partijen een einde te maken aan de ondergrondse burgeroorlog in Ulster, was er weinig gebeurd. Wat toen als een kostbaar vredesinitiatief werd gevierd, scheen na verloop van tijd al weer op sterven na dood. Het nu afgekondigde bestand geeft echter nieuwe hoop aan iedereen, politici en burgers, die de diepe historische kloof overbrugd willen zien die in Noord-Ierland katholieken en protestanten scheidt.

Een samenloop van omstandigheden heeft het momentum voor vrede geschapen. De basis is het Brits-Ierse vredesinitiatief gebleven dat de IRA uiteindelijk, zeker gezien het Ierse aandeel daarin, niet heeft kunnen negeren. Daaraan zijn Amerikaans-Ierse verzoeningspogingen toegevoegd die er ondermeer toe hebben geleid dat Gerry Adams, de leider van Sinn Fein, de politieke arm van de IRA, begin dit jaar de Verenigde Staten heeft kunnen bezoeken. President Clinton heeft persoonlijk die visite mogelijk gemaakt, evenals het bezoek deze week aan Amerika van de republikeinse veteraan Joe Cahill. Destijds is Clinton daarvoor gekapitteld, maar nu blijkt de Amerikaanse president, ondermeer met een aanbod van economische hulp, een werkzaam aandeel te hebben in de herleving van de vredeskansen.

Drie voor de IRA traditioneel belangrijke bolwerken wijzen inmiddels richting vrede: de Ierse republiek, de Amerikaans-Ierse gemeenschap en een doorslaggevend deel van de rooms-katholieke bevolking in Ulster zelf dat het dagelijkse geweld meer dan beu is.

DE BRITSE REGERING van haar kant heeft de nodige problemen te overwinnen wil zij het vredesinitiatief in leven houden. De protestantse terreurorganisaties hebben de afgelopen tijd de IRA achter zich gelaten waar het 't aantal succesvolle moordaanslagen betreft. Als Major de protestantse leiders er niet van kan overtuigen dat hij eerlijk spel speelt, zou een bestand daarom al snel een farce kunnen worden. Dan gaat het er nog slechts om hoe lang de IRA zich laat provoceren.

Met zijn herhaalde uitspraak dat de meerderheid in Ulster beslist, heeft Major de protestanten een garantie tegen uitverkoop willen geven. Maar zij lijkt onvoldoende bevonden, hoewel de protestanten een demografische meerderheid hebben. Voor de protestantse leiders is zelfs maar het overwegen van een band van Ulster met de Ierse republiek nog altijd verraad aan de oude unionistische betrekkingen die de zes provincies vast aan het Verenigd Koninkrijk hebben geklonken.

REST VERMOEDELIJK een beleid van kleine stappen. Als het IRA-bestand houdt, kan de regering in Londen bijvoorbeeld Sinn Fein tot de legaliteit toelaten. Een man als Adams zou dan direct door de Britse pers kunnen worden ondervraagd en zelf op het beeldscherm kunnen verschijnen. Ook is het denkbaar dat de Britse troepen geleidelijk uit het Ulster-straatbeeld verdwijnen. Dergelijke maatregelen zouden naar twee kanten hun uitwerking kunnen hebben: de IRA zou enkele van zijn eisen vervuld zien, de protestanten zouden moeten gaan inzien dat er ook van hen een bijdrage aan 'het vredesproces' wordt verwacht.

Het zwaarste zal blijven een alternatief te bedenken voor een fusie tussen de twee delen van Ierland dat voor beide partijen aanvaardbaar is. Niemand heeft nog de moed gehad een dergelijk alternatief te formuleren. Toch zal er iets in die richting moeten worden gedaan. De standpunten zoals ze zijn liggen immers te ver uiteen om zelfs maar tot een gedeeltelijke overlapping te komen: voortzetting van de bestaande toestand versus inlijving in de Ierse republiek. Eenmaal om de onderhandelingstafel gezeten moeten partijen toch ergens met elkaar over kunnen praten.