Nuis: niet van opleiding naar bijstand; Regeling jonge kunstenaars volgt plan organisaties

DEN HAAG, 1 SEPT. De speciale regeling die in het regeerakkoord is aangekondigd voor jonge, beginnende kunstenaars, volgt de hoofdlijnen van een voorstel van de gezamenlijke kunstenaarsorganisaties. Dat blijkt uit de tekst van een toespraak die staatssecretaris Nuis (cultuur) vanmiddag zou uitspreken bij de opening van het Theaterfestival in Den Haag.

De kunstenaars krijgen een uitkering onder bijstandsniveau die ze enkele jaren kunnen aanvullen met eigen inkomsten. Als ze daarvan niet kunnen rondkomen, krijgen ze alsnog een volledige bijstandsuitkering, maar gelden weer de regels zoals die voor elke bijstandsgerechtigde gelden. Ze moeten zich dan bijvoorbeeld verplicht laten omscholen. Naast de nieuwe regeling blijft de basisbeurs voor kunstenaars bestaan. Daarvan maken nu ruim 1.200 kunstenaars gebruik.

“Jonge kunstenaars - ook podiumkunstenaars - hoeven straks niet van de vakopleiding via de bijstand naar de omscholingscursus”, aldus Nuis in de rede die vandaag op de Opiniepagina van NRC Handelsblad staat afgedrukt. “Ze krijgen een aantal jaren de kans om met een financieel steuntje in de rug een plaats als kunstenaar in de samenleving te verwerven. Dat is een goed begin.”

Over de precieze uitwerking van de regeling moet Nuis nog overleg voeren met minister Melkert (sociale zaken). De staatssecretaris verwacht dat de regeling, waarvoor de vier grote partijen (CDA, PvdA, D66, VVD) zich al voor de Tweede-Kamerverkiezingen sterk maakten, in 1996 van kracht kan worden.

Sinds 1 januari van dit jaar moeten kunstenaars die binnen een half jaar niet van hun kunst kunnen leven, net als iedere andere bijstandsgerechtigde, ander werk zoeken. Kunstenaarsorganisaties kwamen daartegen in opstand, omdat volgens hen beginnende kunstenaars in de bijstand binnen een half jaar geen beroepspraktijk kunnen opbouwen. Zij kwamen met een alternatief: het basisfonds voor kunstenaars. In deze regeling krijgen kunstenaars een basisinkomen van vijftig procent van het minimumloon (ongeveer 900 gulden netto, ofwel driekwart van een bijstandsuitkering). Verder zijn ze vrij om dat inkomen tot minimumloonniveau aan te vullen. Ze zijn ook vrijgesteld van de sollicitatieplicht. Kunstenaars moeten wel aan bepaalde eisen voldoen (professionaliteitseisen, een minimum omzet-eis, etc) om voor de regeling in aanmerking te komen.

Nuis, vanmiddag bij de opening van het Theaterfestival: “Kunstenaars die niet beroemd zijn, maar wel op een persoonlijke manier op zoek naar zichzelf en daardoor naar een zingeving die ook voor anderen wezenlijk kan zijn - dat zijn de laatste woudlopers van onze samenleving. Zij zijn het die in de eerste plaats steun van de overheid verdienen.”

Over de dreigende bezuiniging van 78 miljoen op de kunsten was Nuis in zijn rede minder stellig dan eergisteren toen hij verklaarde dat deze prognose in strijd was met het regeerakkoord. Zonder cijfers te noemen zei hij dat het te verdedigen is dat de cultuursector “een redelijk aandeel levert” in het financiële offer dat alle departementen gezamenlijk moeten brengen om meer werkgelegenheid en bedrijvigheid te scheppen. “Dat betekent geen miskenning van het belang van cultuur”, aldus Nuis. “Kunst is wel heilig, maar niet op die manier”. Overigens zei hij dat het kabinet zich sterk maakt om de teruggang te keren.

De bewindsman heeft enige weken nodig om “in het licht van de beperkte mogelijkheden” een beslissing te nemen over de bezuinigingen en andere behoeften voor dit begrotingsjaar. Daarna zal hij de Kamer per brief informeren. “Zorgvuldig moet worden nagegaan waar het minder kan en waar het anders moet”, aldus Nuis.