Moraliserende meesters, juffen en andere kinderen

Jacques Vriens: Die rotschool met die fijne klas. Uitg. Van Holkema & Warendorf / Houten. ISBN 90 269 1565 9

Eind september verschijnt van Jacques Vriens: En de groeten van groep acht. Uitg. Van Holkema & Warendorf / Houten

Het huis van schrijver Jacques Vriens ligt op een steenworp afstand van basisschool 'De kleine kapitein'. Niet toevallig draagt deze school, waarvan hij negen jaar directeur is geweest, de naam van de hoofdfiguur uit Paul Biegels driedelige jeugdklassieker. Toen Vriens in 1975 schuchter met de tekst van zijn eerste kinderboek bij de uitgever binnenstapte zat daar als adviseur de door hem zo bewonderde Biegel. Een grootheid uit de kinderboekenwereld die iets moest gaan zeggen over zijn manuscript! Inmiddels heeft Vriens een indrukwekkend, meervoudig bekroond oeuvre op zijn naam staan en nu is hij zelf als adviseur verbonden aan de uitgeverij.

Begonnen als jeugdige onderwijzer op de Merkelbachschool in Amsterdam-Buitenveldert kwam de van jongs af schrijflustige Vriens in een stimulerende omgeving terecht. Het hoofd van de school was 'gek van kinderboeken' en stelde alles in het werk om deze liefde op zijn leerlingen over te dragen. Aan hem liet Vriens de eerste versie lezen van 'Die rotschool met die fijne klas'. Deze eersteling over de pedagogische kloof tussen de kameraadschappelijke meester Brinkman en het autoritaire schoolhoofd Wijnen beleeft onderhand een dertiende druk. Het schoolleven speelt een belangrijke rol in veel van Vriens' boeken en uit de oplagen die ze halen mag geconcludeerd worden dat de jeugd graag leest over meesters, juffen en andere kinderen die net als zij elke dag naar school gaan.

Jan Brinkman was 'meer een vriend van de kinderen dan een echte meester die boven hen stond', overpeinst het ouderwetse schoolhoofd enigszins in het nauw gebracht door de hartelijke solidariteit tussen de kinderen en Brinkman. 'Wijnen was altijd bang geweest, dat wanneer je zo met een klas omging, je op den duur in de maling genomen zou worden. Maar het bleek dat de kinderen, wanneer het erop aankwam, altijd bereid waren om naar Brinkman te luisteren.'

Blijkbaar werkte de verlichte pedagogiek van Brinkman, want, zo peinst Wijnen verder, 'hij had gemerkt dat de kinderen al erg zelfstandig waren en op een heel aardige manier hun gedachten onder woorden konden brengen.' Jacques Vriens verhult niet dat hij 'een beetje onderwijsvisie' in zijn boeken stopt. Ook hoopt hij stiekem - 'Ja, ik blijf natuurlijk een schoolmeester' - dat leerkrachten die dit voorlezen zijn boodschap zullen begrijpen.

Vriens: 'De onderwijzer doet het, die bepaalt hoe de kinderen functioneren in de klas. Als leerlingen denken: nou moet ik weer naar die lul toe, dan kun je wel ophouden met je onderwijs.'

Leerlingvolgsystemen en andere moderniteiten beschouwt Jacques Vriens als noodgrepen. Onder druk van de inspecteur is hij er op zijn school mee begonnen. 'Maar een goede onderwijzer heeft geen ingewikkelde systemen en modellen nodig om te zien wat er met een kind er aan de hand is.'

Tien jaar geleden streek Jacques Vriens in Bakel neer om met elf leerlingen de openbare eenmansschool 'De kleine kapitein' te beginnen. Dat was even schrikken voor de katholieken die decennia lang het onbetwiste alleenrecht op onderwijs in dit Noordbrabantse dorp hadden gekend. Omdat er niet meteen een eigen schoolgebouw voorhanden was en er bij de roomsen toch lokalen leeg stonden werd er begonnen met inwoning. Er laaide even een felle schoolstrijd op, compleet met hekken op het schoolplein en een verboden zone, zodat de katholieken en de openbaren elkaar niet te na zouden komen. 'Wie is er verantwoordelijk als er een ongeluk op de speelplaats gebeurt en de kinderen lopen doorelkaar?', zo formuleerde het katholieke schoolhoofd zijn grootste zorg toen als gevolg van foto's in de krant het hek en de gedemilitariseerde zone waren verdwenen. 'Ja, dat is een probleem', wakkerde Jacques Vriens het vuurtje van de schoolstrijd nog een beetje aan, 'je begrijpt dat ik een gewond katholiek kind niet zal oprapen.'

Toen Vriens het afgelopen jaar afscheid nam van De kleine kapitein zodat hij zich geheel aan zijn schrijverschap en leesbevordering kon gaan wijden, liet hij een school achter met 160 leerlingen en een schoolbibliotheek zoals er waarschijnlijk weinige te vinden zullen zijn. Van het krappe schoolbudget werd jaarlijks 1500 gulden opzij gelegd voor boeken.

Bang dat zijn inspiratiebron zal opdrogen is Vriens niet. Bijna 25 jaar heeft hij voor de klas gestaan en nu is hij zeker één keer per week ergens in het land op een basisschool. 'De gaafste meester die de mooiste boeken schrijft', zoals hij door zijn uitgever wordt aangeprezen, leest voor, werkt mee aan schrijf-en leesprojecten en spreekt in het voorbijgaan ook nog wel eens een ouderavond toe over het belang van lezen. 'Alleen nog de lusten', glimlacht Vriens, 'niet meer al die zorgen over het formatiebudgetsysteem en al die andere regelingen waarvan een deel later weer wordt teruggedraaid.'

Een observerende buitenstaander. Dat was hij nooit in de tijd dat hij zelf nog voor de klas stond. Toen was hij op de eerste plaats meester en schoolhoofd. 'Het zwembadgevoel', zegt Vriens. 'Je duikt er in en wordt ondergedompeld. Je kunt niet tegelijkertijd de zwemmer en de badmeester zijn.'