Mercedes logenstraft kritiek

ROTTERDAM, 1 SEPT. Met een netto winst van 462 miljoen mark en de verkoop van 229.000 personenauto's in de eerste zes maanden van 1994 heeft Mercedes Benz zich van alle Europese fabrikanten het krachtigst hersteld van de zwaarste recessie die de autoindustrie sinds de oorlog heeft getroffen. Afgelopen april nog moest bestuursvoorzittert Helmut Werner voor het eerst in de geschiedenis van 'Das Haus' verliescijfers publiceren. Het verlies van bijna 2 miljard D-mark over 1993, voor een gedeelte veroorzaakt door de noodlijdende vrachtwagen- en busdivisie, was een unieke gebeurtenis voor Mercedes. Ondanks alle recessieperikelen nog steeds het prestigieuze uithangbord van de Duitse autoindustrie.

Maar binnen een half jaar heeft Werner zijn gelijk gehaald op de sceptische concurrentie die met het nodige dédain de activiteiten bekeek waarmee Mercedes de recessie te lijf is gegaan. Met nieuwe produkten als een kleine terreinauto, een stadswagen en een mini-auto die wordt ontwikkeld met horlogemaker Swatch probeert Mercedes Benz de komende jaren markten te bestormen waarop het merk nog nooit actief is geweest. Het zijn activiteiten die volgens bestuursvoorzitter Helmut Werner model staan voor het nieuwe élan binnen de onderneming in Stuttgart-Untertürkheim. De haast waarmee Mercedes zich zo nadrukkelijk in het segment van de kleine auto's heeft begeven werd mede ingegeven door het feit dat BMW, de grootste concurrent in Duitsland, met de aankoop van het Britse Rover (dat onder meer de Mini op de markt brengt) de technologie voor kleine auto's al in huis heeft gehaald.

Vooral het succes vorig jaar van concurrenten als Audi en BMW, waar Mercedes op de thuismarkt mee moet concureren, versnelde de plannen van Mercedes om te saneren. In tegenstelling tot Mercedes hadden de beide Duitse concurrenten in 1993 wél positieve resultaten. Via zijn actieve bestuursvoorzitter Bernd Pischetsrieder sleepte BMW bovendien via de aankoop van Rover de technologie van de Landrover in de wacht. Een 'terreinwagen' die het Duitse bedrijf zelf niet produceert en die met het verkoopnet van BMW in de Verenigde Staten een goudmijn voor het bedrijf in München kan worden. Pischetsrieder kreeg van de media regelmatig een tien voor het slimme zakendoen. Het suffige gekwakkel van Mercedes werd daar regelmatig in negatieve zin mee vergeleken.

Maar binnen een jaar is de situatie alweer drastisch gewijzigd. Waar BMW in de eerste zes maanden van 1994 met de verkoop van 201.000 auto's slechts een verkoopstijging van 1,1 procent realiseerde, stegen de verkopen van Mercedes met 39,7 procent, het hoogste percentage van alle Europese autofabrikanten. Voor een aanzienlijk deel heeft Mercedes het herstel te danken aan het ongekende succes van de C-klasse waarvan er tussen de introductie vorig jaar en augustus jongstleden al 291.800 zijn verkocht.

Het succes van de 'goedkope' Mercedes heeft ook de modellen uit de duurdere E-klasse een onverwachte verkoopimpuls gegeven omdat veel traditionele klanten van 'Das Haus' een C-klassewagen niet als een echte Mercedes beschouwen en daarom maar besloten een duurder model aan te schaffen. Niettemin heeft de C-klasse concurrenten als de BMW drie- en vijfserie en Audi, binnen een jaar in populariteit voorbij gestreefd. Aangezien van de S-klasse (de duurste Mercedes die in Nederland gemiddeld meer dan twee ton kost) sinds de introductie ook al meer dan 205.000 auto's zijn verkocht, ziet Mercedes de toekomst weer een stuk zonniger in en denkt het concern dat de omzet van 64,7 miljard in 1993, dit jaar spectaculair zal stijgen.

Om vooral beter te kunnen concurreren met de Amerikaanse autofabrikanten moet Mercedes de komende jaren volgens Werner echter toch nog 35 procent goedkoper produceren. Het aantal toeleveranciers moet worden teruggebracht van 900 tot ongeveer 400, terwijl in het personeelbestand (momenteel wereldwijd 200.528) nog verder zal worden gesneden. Een groot probleem vormt de vrachtwagendivisie, die al jaren zwaar verliesgevend is. De inschatting van Bernard Gottschalk, binnen de raad van bestuur verantwoordelijk voor de trucks, is dat er in Europa in de toekomst slechts plaats is voor een paar grote fabrikanten, waarbij hij duidelijk maakt dat Mercedes zijn status van grootste vrachtwagenproducent niet wenst prijs te geven.

De gang van zaken bij Mercedes symboliseert het krachtige herstel van de automarkt die zich in vrijwel heel Europa in een opgaande lijn bevindt. Nederland bevindt zich binnen de Europese Unie bij de koplopers. In totaal groeide de verkoop van nieuwe auto's in Nederland de eerste zes maanden van 1994 met 18,6 procent tot 268.320 auto's. In Duitsland verbeterde de markt tot en met juni echter maar met 0,6 procent, terwijl in Italië de verkopen zelfs met 2,6 procent daalden.

Enigszins zorgelijk is alleen de positie van de Japanse autofabrikanten. Vrijwel alle belangrijke Japanse producenten verloren in Europa in de eerste zes maanden van 1994 marktaandeel. Hoewel Toyota, Nissan en Honda vanuit Engeland de Europese markt bewerken en Mitsubishi volgend jaar met de produktie op jaarbasis van 100.000 auto's bij NedCar in Born begint, worden de Japanse fabrikanten hard getroffen door de dure yen die de verkoopprijzen sterk onder druk zet. Of zoals Cees van Deutekom, pr-functionaris van Toyota-importeur Louwman en Parqui, dat formuleert: “Vroeger waren we het met de fabriek over de prijzen waarvoor we aan onze dealers leveren binnen een paar uur eens. Tegenwoordig duren diezelfde onderhandelingen met de fabriek twee dagen.”

De winst voor belasting van Toyota, de grootste autofabrikant van Japan, is in het eind juni afgelopen boekjaar met 26,6 procent gedaald tot 236,5 miljard yen (4,1 miljard gulden). Het was het vierde achtereenvolgende jaar met een winstdaling. Van de grote Japanse autoconcerns is Mazda, de enige grote Japanse autofabrikant die nog niet in Europa produceert, het afgelopen jaar het hardst getroffen. De verkopen kelderden met 15,5 procent tot één miljoen auto's. De produktie met 19,7 procent.

----

Europa: Verkopen personenauto's jan-juni 1994

%verand. marktaand. jan-juni

Totaal 6.498.000 + 6,8 100,0 w.v. Volkswagen groep 1.066.000 + 3,6 16,4 -Volkswagen 694.000 + 0,3 10,7 -Audi 169.000 - 2,2 2,6 -Seat 173.000+ 23,9 2,7 -Skoda 30.000+ 19,1 0,5

General Motors 840.000 + 7,5 12,9 -Opel 805.000 + 6,9 12,4 -Saab 27.000+ 32,8 0,4

Fiat groep 749.000 + 4,5 11,5

Ford 759.000 + 8,5 11,7 -Ford Europa753.000 + 8,5 11,6 -Jaguar 6.000 + 3,0 0,1

PSA 816.000+ 13,1 12,6 -Peugeot 488.000+ 10,0 7,5 -Citroën 328.000+ 18,1 5,1

Renault689.000 + 9,3 10,6

Nissan 210.000 - 1,6 3,2

BMW 201.000 + 1,1 3,1

Rover 198.000+ 13,8 3,0

Mercedes-Benz 229.000+ 39,7 3,5

Toyota 168.000 - 3,4 2,6

Mazda 102.000 - 8,4 1,6

Volvo 111.000+ 25,3 1,7

Honda 86.000 + 6,0 1,3

Mitsubishi 66.000- 16,4 1,0

Suzuki 44.000- 21,3 0,7

Totaal Japanse merken 712.000 - 5,8 11,0

Verkopen per land

Duitsland1.762.000 + 0,7 27,1 Italië 1.058.000 - 2,6 16,3 Ver. Koninkrijk 956.000 + 14,0 14,7 Frankrijk 938.000 + 15,3 14,4 Spanje455.000 + 19,6 7,0

BRON: FINANCIAL TIMES