Maria Tesselschade terug op muziekavond in het Muiderslot

Holland Festival Oude Muziek Utrecht. Tesselschade Festijn door Camerata Trajectina i.s.m. Wim Bouwens, Anita Donk, Wilbert Gieske e.a. Muziek van o.a. Sweelinck, Ban; treurspel Geeraerdt van Velsen door P.C. Hooft. Gezien op 30/8, Muiderslot, Muiden. Nog op 1/9.

De Gouden Eeuw mag een bloeitijd zijn geweest voor tal van kunsten, met de muziek was het hier destijds maar magertjes gesteld. Professionele musici en componisten hadden weinig te zoeken in de sobere protestantse erediensten. Aan het hof van de stadhouder en onder rijke burgers kocht men liever een schilderij dan dat er geld werd besteed aan het instandhouden van grote orkesten. Gezongen werd er intussen wel, zolang de begeleiding maar niet te veel kostte. De Nederlandse kleinkunst heeft kennelijk een lange traditie.

In zijn proefschrift Het Nederlandse lied in de gouden eeuw (1991) wees de musicus en musicoloog Louis Peter Grijp op een eigenaardigheid van die zeventiende-eeuwse liedcultuur: ze maakte voor een groot deel gebruik van al langer bestaande, vaak buitenlandse melodieën. Die belangstelling voor het lied sloeg bovendien een brug tussen elite en volk. Wat P.C. Hooft op bekende wijsjes dichtte, werd nog jaren later gezongen op straat. Ook die gewoonte is blijven bestaan. Tijdens familiefeesten, reunies en jubilea beijvert men zich in Nederland nog altijd in het verzinnen van nieuwe, spitse teksten bij muziek uit het door iedereen gekend repertoire, variërend van 'Huilen is voor jou te laat' tot 'The yellow submarine'.

De befaamde Muiderkring was niet alleen een gezelschap van begaafde literaten, met Maria Tesselschade als stralend, mythisch middelpunt, maar ook een vrolijk gezelschap van vrienden die bijeenkwamen om elkaar te vermaken. Ze deden dat door voordrachten, gedichten en liederen waarin ze hun virtuositeit met woorden toonden. Omdat de muziek daarbij nogal eens was geleend, hoeft het geen verbazing te wekken dat het Tesselschade-Festijn, georganiseerd in het kader van het Festival Oude Muziek, niet een aaneenschakeling van muzikale verrassingen is geworden. Camerata Trajectina, onder leiding van Louis Peter Grijp, biedt samen met een groep acteurs in de romantische, overgerestaureerde ambiance van het Muiderslot een avond die in de eerste plaats wil amuseren.

Met krachtige middelen worden de bezoekers tijdens een rondgang in en om het slot de zeventiende eeuw ingesleurd. Terwijl in de slaapkamer bij kaarslicht door een beeldschone vrouw het virginaal wordt bespeeld, tuurt een acteur met een roemer wijn in de hand vanuit een torenraam naar de ondergaande zon. Een collega doet schermoefeningen in de wapenkamer, een fluitiste knerpt buiten over de kiezels en tussen de buxushaagjes, waar een verliefd paartje minnekoost. Intussen draagt Tesselschade zelf, papier en veder in de hand, haar brieven voor in precies dezelfde pose als op een schilderij aan de wand. De voorstelling krijgt zo een hoog Archeon-gehalte. Dat heeft aardige kanten, maar neigt ook naar kitsch.

De muzikale en literaire voorafjes die gespeeld worden tijdens de rondgang in en door het kasteel, worden besloten in de ridderzaal, waar het muziekgezelschap liederen van de Muiderkring-leden ten gehore brengt. Het aardigste is een gedicht van Tesselschade op muziek van de onbekende componist Ban.

Het treurspel Geeraerdt van Velsen dat tijdens de tweede helft van de avond op de binnenplaats wordt opgevoerd, heeft op het eerste gezicht niets te maken met de lichte muze. Het was Hoofts meest succesvolle tragedie, met een stevige politieke lading, en vol allegorische figuren en koren die ingewikkelde bespiegelingen op het publiek loslieten. Voor deze voorstelling is in de tekst en in het aantal rollen flink geschrapt. De koren, de 'reien' van Amsterdamse en andere Joffers werden bovendien lichter verteerbaar door ze op muziek te zetten. Het is mogelijk, maar niet zeker dat alle reien ook destijds werden gezongen. Hooft geeft er geen aanwijzingen voor, maar zijn tekst bevat ook geen andere regie-instructies. Grijp vond de melodieën voor zijn bewerking door een omkering van het procédé van de feestlieddichters: hij wrong geen tekst in een schlager maar zocht een bekende zeventiende-eeuwse deun die bij het metrum van de rei zou passen.

In een enkel geval, wanneer het ritme van de tekst heel karakteristiek is, acht hij zijn toewijzing overduidelijk. Maar in twijfelgevallen koos hij, geholpen door de eenvoud van rijm en metrum betrekkelijk willekeurig uit de door hem aangelegde data-base van zeventiende-eeuwse liederen een lied dat Hooft gekend zou kunnen hebben. Daar is in wetenschappelijk opzicht best iets op aan te merken. Maar het wèrkte wel.