'Laten we vooral niet klagen'

Galerie '94 in de Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam. T/m 4 sept. Vr en zat 10-17u, zo 11-17u.

ROTTERDAM, 1 SEPT. Het gaat goed en het gaat slecht met de galeries in Rotterdam. Goed, omdat in acht jaar tijd het aantal galeries is verviervoudigd, omdat de gemeente financiële ruggesteun geeft, omdat het diepe omzet-dal van 1992 voorbij lijkt en omdat zich volgens plan in het Museumkwartier inderdaad een flink aantal galeries heeft gevestigd.

Het gaat slecht, omdat in datzelfde Museumkwartier - Boymans, Nederlands Architectuur Instituut, Nederlands Fotoinstituut, Kunsthal, Centrum Witte de With, Natuurmuseum en Chabot Museum - menige galerie er alweer de brui aan heeft gegeven. De gemeente besloot onlangs galeries niet langer structurele bijstand te verlenen. De Rotterdamse Kunststichting (RKS), uitvoerder van het gemeentelijke cultuurbeleid, kwijt zich volgens de galeriehouders nauwelijks van zijn ondersteunende en coördinerende taken.

De galeries Van Krimpen/Art & Project, Van Rijsbergen, Het Veem, Van Mourik en De Studio zijn inmiddels uit het museumhart van de stad verdwenen. Galerie Snoei vertrekt binnenkort naar elders in Rotterdam en Galerie Rotta is bij Galerie Delta ingetrokken. Daar staat tegenover dat menig galerie, zoals De Studio, ook zonder expositie-ruimte doorgaat met activiteiten; dat zich tegenover Centrum Witte de With alweer een multiple-galerie heeft gevestigd; dat galerie MK, ondanks de uittocht, toch binnenkort zijn kansen op de Witte de Withstraat gaat beproeven en dat de grootste galerie van Rotterdam, Ram, de RKS-taak op zich neemt om gezamenlijke galerie-presentaties en -uitwisselingen te entameren.

Laten we vooral niet klagen, zo was de stemming op de gisteravond geopende Kunstbeurs in de Kunsthal, waar dertig galeries eigentijdse kunst, design en etnografica presenteren en waar het Museum van Volkenkunde een mooi overzicht biedt van recente aanwinsten en schenkingen; van vrolijke eigentijdse Afrikaanse beelden tot negentiende-eeuwse foto's uit Mexico. Tòch geven de galeriehouders in gesprekken toe teleurgesteld te zijn in 'het korte termijn denken' van de gemeente, die nu de jaarlijkse 15.000 gulden subsidie per galerie opheft om daarmee vanaf 1996 een pot voor incidentele subsidies te vullen.

Teleurgestelde galeriehouders? Cultuur-wethouder Kombrink (PvdA), rondkijkend bij de museale stukken van de etnografica-galerie Kathy van der Pas & Steven van de Raadt, kijkt verrast op. “De galeries wisten dat die subsidieregeling tijdelijk was, en de RKS, volledig verantwoordelijk voor de middelen, heeft mij geen signalen gezonden dat de bakens moesten worden verzet.

“Niet alleen Rotterdam, ook de Newyorkse kunstmarkt kent zijn ups en downs. En net als in het bedrijfsleven sneuvelen er dan ondernemingen. Dat kan te wijten zijn aan verkoopbaarheid van het produkt of aan slecht ondernemerschap. Galeries verschillen niet zo zeer van bakkers. Ze willen net zo graag geld verdienen. Ik hoop in elk geval dat de problemen niet structureel zijn en ik zal me zeker gaan oriënteren, zonder de galeries een odeur van heiligheid toe te dichten, want dat is achterhaald.”

Met alle respect voor het in menige bakkerij getoonde vakmanschap, een kunstbeurs heeft meer, ja zelfs wat heiligheid, te bieden. Galerie MK bijvoorbeeld laat oude, niemendallerige staalgravures zien van regentenportretten die door subtiele inktingrepen van Otto Egberts in surrealistische of theatrale meesterwerkjes zijn omgetoverd. Soms blijft alleen de pruik van een machtig heerschap in het inktdonker overeind staan. Op de thema-tentoonstelling 'Bloem' bij Galerie Snoei hangen litho's van Ellsworth Kelly en een kostbaar doek met oplichtende gladiolen van de schilder Wim Schumacher, maar op de grond ligt ook een tapijt uitgespreid van de Londense Anuy Gallaccio, die 120 levensechte roze gerbera's tussen twee glasplaten plette. Hans Houwing maakte, zoals Phoebus toont, subtiele wandobjectjes van het roestvrij stalen weefsel dat in theezeefjes zit. En galerie Fotomania, een vrijwilligerscollectief, brengt behalve de enorme kleuropnamen van verlaten Turkse interieurs, gemaakt door de cineaste Marjoleine Boonstra, opnieuw, net als op de Kunstrai, het raadselachtige fotowerk van Paul C. Bogaers. Dit keer minder erotisch: luifels, waarop en waaronder iets alledaags gebeurt dat de voorbijganger ontgaat, maar dat nu in al zijn grijsschakeringen gezien kan worden. De zware lijsten lopen weer perspectivisch vertekend met het beeld mee.

Op het gebied van design biedt TC Design Centre een collectie hoeden waarmee alleen Parisiënnes durven te pronken. Dirk-Jan Kortschot gebruikte dunne repen rubber, die zich open en plooibaar als een sinaasappelnet, in strenge vormen om het hoofd voegen. Galerie Brutto Gusto, opgesierd met een pointillistische wandschildering van een gigantisch insekt, komt weer voor de dag met een collectie bizarre vazen, hoewel minder barok als die van Boris Sipek bij Edwin Göbel.

De beurs mag dan tweemaal zoveel deelnemers tellen dan vorig jaar, hij heeft nog steeds bescheiden maar aangename afmetingen, biedt vooral Rotterdamse kunstenaars, ook 'klassieken' als Dolf Henkes, Kees Timmer en Wim Motz, en heeft in kwalitatief opzicht een wissselvallig karakter. De verrassingen liggen - zoals voor hele stad Rotterdam geldt - niet voor het grijpen, maar ze zijn er wel degelijk. Zoals de 'oma kipa', schitterend bewerkte ivoren knopen uit Angola die de rijkdom van de vrouw symboliseren, of een introvert doek van Hedy Gubbels bij De Studio. Op een groen getint doek schilderde ze dwars over de zacht doorschemerende onderlagen van vitale en beweeglijke figuren, een breekbare, statische gestalte die zich nauwelijks staande weet te houden. Misschien een zelfportret, maar zeker een metafoor voor het galeriewezen van Rotterdam, waar de overijverige reders, cargadoors en stuwadoors elkaar liever het zoveelste havengezicht of het zoveelste zilveren bootje met een kist wijn cadeau geven dan zich wagen aan de kunst van nu.