Komsomolets - bom in de zee die een grafkist moet worden

De voormalige Sovjet-Unie heeft Europa als erfenis een plutonium-tijdbom nagelaten. Onder de noordelijke zeeën ligt het vergeten kerkhof van de Koude Oorlog: resten van een nog altijd levensgevaarlijke vloot nucleaire onderzeeërs en vele duizenden vaten met radioactief afval. Met de operatie-Komsomolets hebben Rusland en Nederland samen de eerste stappen gezet in een poging om een ramp te voorkomen. De markt voor het opruimen van alle gevaarlijke nucleaire en chemische afvalprodukten wordt door deskundigen op een waarde van miljarden guldens geschat.

Anderhalf uur duurde de afdaling naar een diepte van 1680 meter die twee mini-onderzeeërs met een bemanning van Russische en Nederlandse technici eind vorige maand maakten in de Barentsz Zee, 300 kilometer ten noorden van Noorwegen. Bergingsinspecteur J. ter Haar van Smit Internationale vond het een sensationele ervaring om in volstrekte stilte naar zo'n diepte te duiken, waar het aardedonker is en reptielachtige vissen rondzwemmen. Eindelijk kwam in het licht van de schijnwerpers het enorme wrak van de Sovjet-atoomonderzeeër Komsomolets in zicht, 121,87 meter lang, 10,55 meter in doorsnee en door een explosie zwaar beschadigd. Langszij kozen de Russische mini-bootjes Mir 1 en Mir 2 positie. Ter Haar: “Een zachte landing als op de maan.”

De mannen aan boord (drie in elke Mir) wisten dat de Komsomolets een plutoniummonster is, de enige van vele kernonderzeeërs op de bodem van 's werelds oceanen die is opengebarsten. En dat er een klus moest worden geklaard die op deze diepte uniek is: het afdichten van de zes torpedogaten en nog drie kleinere gaten in de boeg die door de explosie op 7 april 1989, gevolgd op een brand in de machinekamer, waren geslagen. Een team van 70 wetenschappers dat 38 dagen in het Russische onderzoeksschip Akademik Msistav Keldysh boven de Komsomolets dobberde, had het voorbereidend werk gedaan. Negen maal waren ze in de Mir 1 en Mir 2 naar de Komsomolets afgedaald voor het nemen van monsters zeewater, zand, plankton en sediment in en rondom het schip, metingen, filmopnamen en het bevestigen van haken aan de torpedogaten om deksels aan op te hangen.

Een van de twee torpedo's met kernladingen aan boord die samen 10 kilo plutonium bevatten, bleek te zijn gebroken waardoor deze zeer giftige stof in direct contact met het zeewater staat. In het openstaande ventilatiekanaal van de kernreactor voor de aandrijving, die 1,9 kilo plutonium en een hoeveelheid cesium en strontium bevat, werd een concentratie van cesium gemeten van 200 maal de in het milieu toegestane waarde. Maar rondom het schip waren de concentraties nog zeer laag en ongevaarlijk. Expeditielid dr. V. Vinogradov concludeerde aan boord van de Keldysh dat er nu nog sprake is van “weinig uitstoot van plutonium, maar dat zeker rekening moet worden gehouden met opname van plutonium door plankton en bodemgedierte, dat door migratie in de voedselketen terecht zal komen” - als het schip niet snel hermetisch wordt afgesloten.

Russische en Noorse autoriteiten en milieudeskundigen zijn voor dat gevaar het meest bevreesd. De Komsomolets is gelegen in een zogenoemd opwellingsgebied: door afwisselend koude en warme stromingen in het zeewater verplaatst het plankton zich van grote diepten naar dichtbij de oppervlakte, waar het door vissen wordt geconsumeerd die met plutonium besmet kunnen raken. Dat zou een ramp voor de Noorse en Russische visserij worden, met een schade die in de miljarden kan lopen omdat Westeuropese en Russische visliefhebbers het bij het geringste spoortje plutonium in het produkt zullen laten afweten. Enorme financiële claims voor het Kremlin zijn dan niet denkbeeldig.

Lekkage van plutonium, cesium, strontium en andere radioactieve stoffen is niet de enige reden dat de Komsomolets een luguber spookschip werd, maar ook omdat het een zeemansgraf vormde voor naar schatting zes tot negen van de 42 bemanningsleden die bij de ramp om het leven kwamen. Drie zeemijlen verderop ligt, verstrikt in een kluwen van kabels en metaalresten, de escape module, een soort schietstoel waarmee de kapitein en twee bemanningsleden vergeefs hebben geprobeerd het schip tijdig te verlaten toen het in de diepte verdween.

Hoewel de Russen nog steeds wat geheimzinnig doen over de Komsomolets, een experimentele onderzeeër van het type Mike waarvan er maar één is gebouwd, komt er door de expeditie steeds meer informatie beschikbaar. Voor het eerst kon met dit schip tot duizend meter diep worden gedoken waardoor het veel moeilijker waarneembaar was voor de vijand, en de Komsomolets beschikte over een systeem om zijn torpedo's met een zelfs voor de Amerikaanse marine ongekend hoge snelheid af te vuren. Behalve twee Nederlanders zijn ook een Noorse milieu-expert en een deskundige van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) in Wenen tijdens de expeditie ingelicht over een aantal gegevens.

'Operatie geslaagd' klonk het op de Keldysh, toen de twee Mir's na vijftien uur weer aan de oppervlakte kwamen. Negen deksels van titanium, hetzelfde lichte metaal waarvan de binnenhuid van de Komsomolets is gebouwd, met dikke afdichtringen van rubber, waren op de gaten geplaats. Met de zes deksels met een doorsnee van 1,61 meter en drie kleinere is de doorstroming van zeewater in het voorschip dat de twee torpedo's met kernkoppen bevat plus nog een onbekend aantal conventionele torpedo's, nu sterk verminderd. Maar dit is pas een eerste stap naar een complete beveiliging van de Komsomolets, want boven de torpedoruimte is door de explosie een enorm gat van 20 tot 25 vierkante meter in de dikke, dubbele scheepshuid geslagen. Bovendien vertoont de huid vanaf dat gat op diverse plaatsen scheuren die naar achteren doorlopen tot aan de commandotoren. Met hulp van hun Nederlandse partners willen de Russen volgend jaar zomer gedurende de maximaal drie weken dat er ter plaatse gewerkt kan worden, trachten het schip volledig af te sluiten (hermetiseren) om lekkage van gevaarlijke stoffen en uitstoot van radioactiviteit te stoppen. Technische studies naar de beste methode zijn in volle gang. In die tweede fase moet ook de ventilatiekoker van de reactor worden afgesloten en wil men de schietstoel bergen.

De totale kosten van de eerste fase bedroegen circa zes miljoen dollar, waarvan de Nederlands-Russische stichting Komsomolets Foundation dankzij een subsidie van de Nederlandse regering twee miljoen gulden betaalt. In het bestuur van de foundation zitten oud-politici, technici en bestuurders van een Russisch bedrijf en van de Nederlandse ondernemingen Heerema (offshore) en Smit Internationale (bergingsexperts), wetenschappers, alsmede een gezaghebbende Noorse milieu-organisatie en een Amerikaanse gepensioneerde admiraal. Voor een eerdere expeditie kreeg de foundation onder meer steun van de stichting Doen (Nederlandse loterijen) en Greenpeace. Voor de tweede fase van het Komsomolets-project heeft de Russische regering met steun van de foundation een aanvraag voor subsidie van 10 miljoen Ecu (ruim 21 miljoen gulden) bij de Europese Commissie in Brussel ingediend.

Oud-minister drs. Norbert Schmelzer, voorzitter van de stichting, onderstreept dat het hermetiseren van de Komsomolets een voorbeeldproject is voor een veel bredere taak. Volgens de oprichtingsakte van de foundation gaat het om onderzoek naar de risico's voor het milieu van ongevallen op zee, met name waar radioactiviteit in het geding is, en het met een zo breed mogelijke internationale steun zoeken naar oplossingen. “Ons wordt wel eens verweten dat we daarbij louter Nederlandse bedrijven aan opdrachten willen helpen, maar dat is onjuist. Smit en Heerema hebben veel kennis en ervaring in huis, maar iedereen mag meedoen, hoe meer deskundigheid hoe beter”, zegt Schmelzer.

Toch is het nog niet gelukt medewerking van de Noorse en de Amerikaanse regeringen te krijgen, hoewel ze er beide groot belang bij hebben: de Noren vanwege het milieu en de Amerikanen omdat ze zelf een aantal onderzeeërs in diepe wateren hebben liggen. Mogelijk speelt hierbij mee dat Washington en Oslo slechts geld aan de operatie-Komsomolets willen besteden als de eigen nationale ondernemingen (deel-) opdrachten krijgen. Ook kan vrees van de Noren voor paniek onder de vissers meespelen. Opvallend is dat de Noorse visserij-organisaties graag wilden toetreden tot de stichting, maar daarvan kennelijk zijn weerhouden door hun regering.

Vorige week vrijdag was de Russische vice-minister van civiele veiligheid Sergei Khetagoerov in Leiden op het kantoor van offshore-aannemersbedrijf Heerema te gast. Met vertegenwoordigers van de Komsomolets Foundation, van Heerema en het Rotterdamse bergingsbedrijf Smit Internationale voerde hij overleg om de tweede fase voor te bereiden. “Wij hebben opdracht van president Boris Jeltsin om de Komsomolets in 1995 als gevaarlijk object te elimineren”, zegt Khetagoerov, die van Russische zijde wordt geadviseerd door het ontwerpbureau van de marine, Rubin, in St. Petersburg.

Op de werf van Rubin waar de Komsomolets in de jaren '80 is gebouwd, werd de technische voorbereiding van de eerste fase, het afdichten van de torpedogaten, verricht en medewerkers van het bureau hadden bij de expeditie van vorige maand een leidende rol.

Smit Internationale en Heerema deden in 1990 de eerste engeneering studie (technisch ontwerp en berekeningen) voor een bedrag van 6,5 miljoen gulden dat door de Russen is betaald. Toen was het nog de bedoeling het schip met een speciaal ontwikkelde installatie compleet te lichten. “Het ging om een opdracht van 400 miljoen”, zegt president-directeur Fred Busker van Smit Internationale. “De Nederlandse regering heeft zich daar hard voor ingespannen. De deal werd beklonken tijdens een diner met de minister van buitenlandse zaken Sjevardnadze en onze minister Van den Broek in het Kremlin. Maar vervolgens viel de Sovjet-Unie uiteen, Sjevardnadze verdween van zijn hoge post en de 400 miljoen waren niet meer beschikbaar.” Busker zegt dat de twee Nederlandse bedrijven voor de operatie van vorige maand ongeveer een derde van de engeneering hebben verricht. Volgens een woordvoerder van de Komsomolets Foundation is het de bedoeling dat de tweede fase een hecht Russisch-Nederlands project wordt, waarbij de Nederlandse inbreng in de engeneering, planning en uitvoering ongeveer de helft kan zijn.

In 1991 namen Russische wetenschappers tijdens een expeditie een lekkage van cesium uit de kernreactor van de Komsomolets waar. Dr. Nicolai Nossov, een van de leiders van de expeditie, waarschuwde voor de Amerikaanse televisiezender NBC dat in de loop van 1993 en 1994 plutonium uit de twee kernraketten zou gaan lekken. Herhaald onderzoek toonde aan dat metalen delen van het schip zodanig snel corroderen, dat berging van de Komsomolets te gevaarlijk en te kostbaar zou worden. Igor D. Spassky, directeur van Rubin en vice-voorzitter van de Komsomolets Foundation, rapporteerde vorig jaar dat de scheepshuid zich in een tempo van twee kilo per dag oplost, in vlokken titanium hydroxyde.

Dit roestproces, dat ook de omhulsels van de torpedo's en de reactorwand aantast, wordt versneld door elektrolyse tussen de binnenste scheepshuid van titanium en de buitenste huid die van dik staal is vervaardigd, en de geheime chemische brandstof van de torpedo's die, vermengd met andere schadelijke stoffen en zeewater, door het schip stroomt. Dat proces is te vergelijken met de werking van een accu. Vooral de torpedo's, volgens Spassky met een omhulsel van titanium, zijn zeer kwetsbaar en gevaarlijk. Titanium is op zich al zeer giftig. In de New Scientist van 12 maart 1994 verklaarde wetenschapper Vitaly Filippovsky van het onderzoekscentrum voor nucleaire veiligheid in St. Petersburg dat 90 procent van het vrijkomende plutonium zich in het elektrolyse-proces zal hechten aan de titaniumvlokken die vervolgens in steeds kleinere deeltjes in het zeewater gaan zweven.

Minister Khetagoerov bevestigt dat de corrosie 'zeer ernstig' is. Hij wil een complete berging van de Komsomolets nog niet uitsluiten, mogelijk omdat de Russische regering haar technische geheimen in het schip het liefst boven water wil bewaren. Khetagoerov noemt enkele mogelijkheden voor het geval berging niet haalbaar is: hermetiseren door de Komsomolets vol te spuiten met een gel-achtige stof die straling en verpreiding van metaal en plutonium tegenhoudt, of een sarcofaag (grafkist) van beton. De twee Nederlandse waarnemers bij de expeditie van vorige maand, weg- en waterbouwkundige ing. Wout Ouwens van Heerema en bergingsinspecteur Jan ter Haar van Smit Internationale hebben al enkele mogelijke oplossingen op papier gezet. Ze denken aan afsluiting van de Komsomolets met een deken van de supersterke aramidevezel, of vormen van 'betonning' als dat technisch mogelijk en verantwoord is: het opvullen van de boeg en het reactorcompartiment met beton en een sarcofaag er overheen. “De uiteindelijke keuze wordt in overleg met het Russische ministerie van civiele verdediging en Rubin gemaakt. Daarbij spelen ook adviezen van kernwapenexperts een belangrijke rol”, zegt de woordvoerder van de Komsomolets Foundation.

Minister Khetagoerov hoopt dat in de herfst in Nederland een conferentie kan worden gehouden om alle mogelijke oplossingen met internationale deskundigen te bespreken. Als de onderzeeër volgend jaar wordt afgesloten wil hij met de Komsomolets Foundation 'een aantal andere gevaarlijke projecten' kiezen, waarbij Nederlandse bedrijven betrokken kunnen worden. Eén daarvan is berging en vernietiging van scheepsladingen vol vaten mosterdgas die de geallieerden vlak na de Tweede Wereldoorlog in de Baltische Zee hebben gedumpt. 'Een groot probleem' noemt Khetagoerov ook de radioactieve uitstoot die te verwachten is 'in het noorden'.

In februari vorig jaar rapporteerde een door president Jeltsin ingestelde commissie van Russische deskundigen (de Commissie-Jablokov) dat in de sovjet-tijd in totaal zestien kernreactoren, waarvan zeven met de brandstofstaven erin, sommige op minder dan 50 meter diepte, zijn afgezonken in de Kara Zee rondom Nova Zembla. Het gaat om dertien reactoren van onderzeeërs en drie van de ijsbreker Lenin. En tientallen versleten of overtollige kernonderzeeërs liggen in noordelijke havens te wachten op sloop en ontmanteling. Meer dan 13.000 vaten vaten radioactief afval zijn in de Barentsz Zee gedumpt, waarbij de toenmalige leiders zich niets aantrokken van internationale voorschriften. In de regio's Moermansk en Arkhangel'sk in noord-west Rusland ligt in overvolle en onveilige opslagplaatsen en in de zeeën voor de Russische noordkust tweederde van al het radioactieve afval ter wereld. “Voor een veilige berging en ontmanteling van dit materiaal moet in internationaal verband een speciale methode worden ontwikkeld”, zegt topman Fred Busker van Smit Internationale. “Wij hebben grote ervaring met berging en transport. Er ligt daar voor zeker tien jaar werk te wachten.”