Ibogaïne

In verband met het artikel 'Clandestien afkicken met ibogaïne' van Pety de Vries (W&O, 25 aug.) is het wellicht interessant het volgende te vermelden.

In het artikel wordt de antiverslavende werking van ibogaïne toegeschreven aan de lichaamseigen stof norharman. In de natuur komen aan norhaman verwante stoffen (harmala-alkaloïden) in verschillende planten voor, o.a. in tabak. Ze danken hun naam aan Pegannum Harmala, een heester die typerend is voor droge woestijngebieden.

Ook in de bladeren van de bekende passiebloem komen harmala alkaloïden in werkzame hoeveelheden voor. In het bijzonder Passiflora Incarnata en Passiflora Jorullensis bevatten harmol, harman, harmine, harmalol en harmaline. Het roken van een theelepel gedroogd blad is voldoende voor milde psychoactieve effecten (voornamelijk visuele) en de kosten hiervan zijn te verwaarlozen.

Passiebloem wordt wel gebruikt om thee van te zetten. Andere psychoactieve stoffen zijn dan verantwoordelijk voor de kalmerende werking: hamala-alkaloïden zijn slecht oplosbaar in water. Voor zover bekend zit een en ander niet in de opiumwet.