'Hier spelen geen aapjes, dit is pure topsport'

HOOGEVEEN, 1 SEPT. Coach R. Bouma van het Nederlands elftal is geïrriteerd. Al die bezoekers die naar het WK voetbal voor verstandelijk gehandicapten komen om “aapjes te kijken”. Hier op de velden van Hoogeveen wordt gespeeld om te winnen. Dit is pure topsport met pure topspelers, zegt hij. Neem nou Vincent Hoogenboom (33), een dijk van een middenvelder. Heeft nog gespeeld in het Leids jeugdelftal, niks mis mee.

Terwijl de middenvelder korte sprintjes over het veld trekt, toont Fred Vandenbos zich met opgeheven armen en een grijns aan het publiek. Een andere Oranje-speler imiteert Lee Towers. Zometeen spelen ze tegen België, om de derde of vierde plaats.

De meeste voetballers hebben een leven achter de rug van speciaal onderwijs, pleeggezinnen en gezinsvervangende tehuizen. Nu werken ze vaak in sociale werkplaatsen of doen ander licht werk. Zoals rechts-half Bert de Leeuw (37) die zijn conditie op peil houdt in de plantsoenen waar hij werkt. Omdat De Leeuw naar eigen zeggen “een beetje mislukt is in de maatschappij” woont hij in een pleeggezin. “Wat ik nu weet had ik eigenlijk moeten weten toen ik zeventien was.” Zenuwachtig is hij voor geen cent. “Wij worden derde”, zegt hij.

De verschillen tussen de deelnemende teams aan het WK zijn groot. Zo wonnen de Roemenen in de voorrondes met 28-0 van de Engelsen. De Slowaken versloegen de Grieken met 37-0. In een landelijk ochtendblad werd fraude gesuggereerd: de Roemenen en Slowaken zouden spelers hebben opgesteld die niet of nauwelijks gehandicapt zijn. De vereiste norm - een IQ lager dan 70 - was volgens sommigen duidelijk overschreden.

“Onzin”, zegt sportarts van de Nederlandse Sportbond voor mensen met een verstandelijke handicap, E. Goedhart. Zoals bij het normale voetbal extreme prestaties al snel worden verklaard met doping, zo luidt hier meteen de conclusie: die zullen wel niet gehandicapt zijn. Grote verschillen zijn volgens Goedhart inherent aan de sport. Verstandelijk gehandicapten hebben nu eenmaal een kleiner aanpassingsvermogen en minder tactisch inzicht. “Als je merkt dat de tegenpartij beter is, moet je met z'n allen voor het doel gaan hangen. Deze spelers willen voetballen en geven liever vrij doortocht aan de tegenstanders.” Niet ieder land nam bovendien de topsport voor gehandicapten even serieus. Het Zuidafrikaanse team zag elkaar voor het eerst in het vliegtuig. Griekenland was meer voor de gezelligheid gekomen. “Wij gaan niet voor 'the kill' ”, had de coach laten weten.

Inmiddels ijsbeert de Nederlandse coach door de kleedkamer. “Kom op, ik verwacht dat jullie over die pijngrens heengaan”, zegt hij en slaat met zijn vuist in zijn hand. Het is rust en de Oranje-spelers zitten er verslagen bij. Al na een minuut had België het eerste doelpunt gescoord. Daarna waren ze amper nog aan bod gekomen. Bouma verheft zijn stem: “We gaan ervoor. Er is maar één gouden beker, maar de medailles gaan naar de eerste drie. Okay?”

De spelers knikken, afwezig lopen ze het veld weer op. Ze zijn moe. Normaal gesproken spelen ze korte wedstrijden in de breedte van het veld en met een klein doel. Ze hebben dan een team van acht spelers en een scheidsrechter die eigenlijk meer als spelleider fungeert. In Hoogeveen worden de officiële Fifa-regels gehanteerd. Na twee weken toernooi staat de fysiotherapeut van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat de vermoeidheid weg te masseren.

Dan scoort België het vijfde en laatste doelpunt. Als de scheidsrechter afblaast gooit Fred Vandenbos zijn vuisten de lucht in - alsof hij het was die vijf goals maakte. Even later deelt hij handtekeningen uit, bossen bloemen onder zijn arm geklemd. “Fantastisch”, zegt hij. Maar rechts-half Bert de Leeuw schudt zijn hoofd. Zijn rol in het nationaal elftal is uitgespeeld. Maandag staat hij weer in de plantsoenen - zonder medaille.