Heerma verpakt zijn kritiek in 'herkenbare' CDA-stijl

DEN HAAG, 1 SEPT. CDA-fractievoorzitter E. Heerma zei het gisteren wel drie keer: “Het CDA heeft deze oppositie niet gekozen.” “Het zal even wennen zijn”, zo voegde hij er aan toe. “Misschien dat het kabinet ons er een beetje bij kan helpen. We hebben daar - laten we niet al te euforisch doen - enig vertrouwen in.”

Heerma hield gisteren zijn maidenspeech als Kamerlid en voerde voor het eerst oppositie. De overige Kamerleden hoorden hem welwillend aan en onderbraken hem slechts twee keer. Zijn fractiegenoten lachten of applaudiseerden geestdriftig als hij provocaties door VVD-leider Bolkestein van 'de heer Heerma' ad rem beantwoordde of andere sprekers guitig interrumpeerde. Op de publieke tribune waren er goedkeurende knikjes van toegestroomde CDA-prominenten als waarnemend partijvoorzitter Lodders, partijsecretaris Bremmer en een media-adviseur. Uit hun felicitaties achteraf bleek dat Heerma voor zijn eerste proefwerk als lid van de partijleiding was geslaagd.

Brinkman, Heerma's voorganger, ontbrak op dat moment. Die was een kwartier na aanvang van Heerma's speech vertrokken om zich naar de naburige parkeergarage te spoeden. “Brinkman had een afspraak waar hij absoluut niet onderuit kon”, aldus de fractiewoordvoerster. “Daar moet u niets achter zoeken.”

Om zich voor te bereiden op het debat over de regeringsverklaring van het eerste CDA-loze kabinet sinds tijden, had Heerma zich teruggetrokken op Terschelling. Hoewel hij tot voorzitter gekozen was als 'herkenbare' christen-democraat met een 'herkenbaar' verhaal, wilde hij gisteren allereerst een 'herkenbare' stijl presenteren. Een al te christelijk verhaal zou polariserend kunnen werken, iets waar christen-democraten zich meestal verre van houden. Van de weeromstuit zou dit bovendien 'paars' de kleur en samenhang geven die het kabinet volgens velen tot op heden mist. “Wij zitten hier niet om dit kabinet cement te geven,” verklaarde CDA-Kamerlid De Hoop Scheffer.

En dus presenteerde Heerma gisteren een oppositiepartij die de daden van het kabinet “realistisch, redelijk, constructief en kritisch en kan het zijn met een vleugje blijmoedigheid” zal volgen. De aangekondigde vriendelijkheid sloot aan bij de bescheidenheid waarmee Heerma twee weken geleden het fractievoorzitterschap aanvaardde. Toen noemde hij zijn nieuwe betrekking “bepaald geen jongendroom” en zei dat “iemand anders fractievoorzitter was geworden als ik het in m'n eentje had mogen uitmaken.” De bescheidenheid van gisteren was daardoor niet alleen strategie, maar ook een authentieke eigenschap van de nieuwe CDA-voorman.

Hoewel Heerma gisteren namens zijn fractie harde kritiek uitte op bepaalde bezuinigingen - hij noemde de kortingen op de kinderbijslag “onaanvaardbaar” - beperkte hij zich voor het overige tot het vragen van verduidelijkingen en het kritiseren van het gebrek aan consistentie in het kabinetsbeleid. P. Rosenmöller, fractievoorzitter van GroenLinks, probeerde Heerma nog vergeefs vooruit te branden als oppositieleider. Rosenmöller vroeg hem bij interruptie of het CDA niet meer kritiek had op de AOW-plannen van het kabinet. Die had Heerma niet.

Daarnaast overvleugelde VVD-leider Bolkestein de CDA-fractievoorzitter door op sommige punten meer afstand te nemen van het kabinetsbeleid dan het CDA. Bolkestein kritiseerde juist wel de AOW-plannen en sloot verdere bezuinigingen op de ontwikkelingssamenwerking niet uit. Heerma uitte juist zorgen over eventuele verlagingen van de ontwikkelingshulp. Een en ander bracht het PvdA-fractielid R. Vreeman ertoe het optreden van Heerma te betitelen als “wat links” en dat van Bolkestein als “wat rechts”.

Heerma's redelijkheid en nadruk op een eigen stijl herinnerden enigszins aan de bijdrage van de toenmalige leider van D66, H. van Mierlo aan het debat over de regeringsverklaring van het kabinet-Lubbers III, november 1989. Die constateerde destijds, net als Heerma gisteren, een gelijkenis tussen de eigen opvattingen en die van het kabinet. Ook Van Mierlo beperkte zich toen tot het vragen van verduidelijkingen. Daarmee stak zijn bijdrage sterk af tegen die van de toenmalige CDA-fractievoorzitter Brinkman. Die uitte zich op enkele punten afstandelijk over het kabinetsbeleid en besteedde veel tijd aan de beschrijving van het christen-democratisch gedachtengoed.

Een dergelijke inhoudelijke reactie op het kabinet-Kok bleef gisteren uit. Heerma plaatste namens zijn fractie wel enkele accenten zoals aandacht voor het platteland en bescherming van de autonomie van scholen. Maar aan de betrekkelijk technisch ogende passage in de regeringsverklaring over de medische ethiek ging hij voorbij, net als aan de spanning tussen individualisering en solidariteit waarvan minister-president W. Kok gisteren gewag maakte. “Voer als christelijk politicus maar eens oppositie tegen een timmermanszoon”, verzuchtte Vrij Nederland vorige week al.