Geen enkele democratie kan haat en racisme tolereren

In Turkije loopt al enige tijd het proces tegen zes parlementsleden van de Koerdische partij DEP. Zij worden beschuldigd van hoogverraad. Op de Opiniepagina van 9 augustus beschuldigde Erik Jurgens de Turkse regering ervan een vreedzame oplossing van het Koerdische probleem onmogelijk te maken. Een Nederlandse voormalig consul-generaal en een Turkse zaakgelastigde geven hun reactie.

Na lezing van het artikel van Erik Jurgens, waarin de democratie in Turkije wordt vergeleken met andere 'normale' democratieën, wil ik wijzen op enkele punten die door de lezers verkeerd kunnen worden begrepen.

Turkije is inderdaad een democratisch land dat beschikt over de instellingen die behoren tot een democratie. Eigenlijk is de democratie er niet anders dan in 'normale' democratische landen. Maar ik hoop oprecht dat Jurgens het met mij eens is dat democratie en de sfeer van vrijheid die daarmee gepaard gaat, niet misbruikt kan en mag worden. Betekent democratie een onbegrensde vrijheid waarbij men kan doen en laten wat men wil? Kan bijvoorbeeld in een democratisch land de aanzet tot haat en racisme worden getolereerd? Wij zien regelmatig dat 'normale' democratieën zoiets niet goedvinden.

Zoals bekend staat er in de artikelen van de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens betreffende de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid tot het oprichten van politieke partijen dat deze vrijheden kunnen worden beknot in het belang van de openbare orde, de nationale veiligheid en de territoriale integriteit. Dezelfde Conventie zegt ook dat niets in deze Conventie mag worden verstaan als een vrijheid om activiteiten te ondernemen of daden te plegen met het oogmerk de rechten en vrijheden vervat in de Conventie te gronde te richten. Zoals in de grondwet van andere beschaafde landen zijn deze beginselen ook vastgelegd in de artikelen 13 en 14 van de Turkse Grondwet. De Turkse Grondwet staat niet toe dat democratie wordt misbruikt voor separatisme.

Het besluit met betrekking tot het opheffen van de onschendbaarheid van de leden van de DEP is een beslissing geweest van het parlement. In tegenstelling tot in andere 'normale' democratieën, waar leden van het parlement kunnen worden vervolgd vanwege hun uitlatingen buiten het parlementsgebouw en vanwege daden in strijd met de wet, genieten de leden van het Turkse Parlement volledige immuniteit, tenzij het parlement anders beslist. Aangezien het parlement het Turkse volk vertegenwoordigt, is het juist te stellen dat het een besluit van het volk is geweest dat de weg heeft geopend voor de onafhankelijke rechterlijke macht om stappen te ondernemen tegen de leden van DEP die worden verdacht van collaboratie met de terroristische organisatie PKK. In een democratische samenleving kan men niet ingaan tegen de wil van het volk.

Niet de Turkse regering vervolgt de zes parlementariërs van de DEP, zoals Jurgens beweert, maar de rechtbank. Momenteel is de zaak in behandeling bij de onafhankelijke Turkse rechterlijke macht en deze moet haar oordeel kunnen vellen vrij van binnenlandse of buitenlandse invloeden.

Ik kan mij geen land voorstellen dat separatisme, terreur en bloedvergieten tolereert op zijn grondgebied. Het is niet meer dan normaal dat een land alle maatregelen neemt die nodig zijn om te voorkomen dat terroristen en hun handlangers hun bloedige acties, gericht tegen onschuldige mensen, uitvoeren.

Een veel gemaakte vergissing (soms ook een opzettelijke) is dat de maatregelen die Turkije heeft genomen tegen de terreur van de PKK, worden opgevat als een beleid gericht tegen de mensen van Koerdische afkomst. Men denkt altijd dat Turken van Koerdische afkomst alleen in het Zuidoosten van Turkije wonen. Maar miljoenen van hen wonen in de grote steden in het Westen. Zij nemen actief deel aan de samenleving op elk niveau en klagen niet dat zij verstoken zijn van welk recht dan ook. De Turken van Koerdische afkomst zijn vrij een krant in de Koerdische taal uit te geven en muziekcassettes met Koerdische liederen zijn overal te koop. Zij die in het Zuidoosten wonen zijn inderdaad verstoken van al hun rechten, zelfs van het meest fundamentele recht: het recht op leven, en dit enkel en alleen door de terreur van de PKK zelf.

Tot slot plaats ik nog een kanttekening bij de bewering van Jurgens dat “de ontrechten naar andere middelen grijpen, zoals de gewapende strijd”. Maar de terreur van de PKK nam reeds een aanvang lang voordat de DEP werd opgericht en de zes leden van de DEP in het parlement werden gekozen. Daarom is het argument dat “mensen wier rechten worden afgenomen andere middelen te baat zullen nemen zoals de gewapende strijd en de terreur die de PKK sedert 1984 voert”, misleidend. Bovendien kan en moet in een democratie het recht worden nagestreefd met democratische middelen. Het doel om bepaalde rechten te verkrijgen rechtvaardigt niet het gebruik van geweld. Dit zou terreur aanmoedigen en uiteindelijk leiden tot bloedvergieten, wreedheid en de dood; en dit is precies wat de terroristen van de PKK momenteel in Zuidoost-Turkije doen. Het aanmoedigen van dergelijke activiteiten zal slechts een precedent scheppen voor de toekomst in andere delen van de wereld. Dit is iets wat wij niet mogen toelaten.