Detailhandel keert binnenstad de rug toe

ROTTERDAM, 1 SEPT. Toen de Amerikaanse hamburgerketen McDonald's begin jaren zeventig voor het eerst in Nederland neerstreek, zocht het concern naar vestigingsplaatsen buiten de binnenstad. Locaties aan de rand van de stad of zelfs direct aan de snelweg boden het voordeel van lage grondprijzen en ruime parkeergelegenheden, zo redeneerde het concern.

Het bleek een misrekening van de eerste orde: Nederlandse consumenten, verwend als zij waren met een fijnmazig net van buurt-, wijk- en stadswinkelcentra, weigerden extra autokilometers te maken voor hun fastfood en dwongen McDonald's alsnog de binnenstad in.

Het Amerikaanse concern was niet de enige die zich in het verleden verkeek op de onwil van consumenten om in the middle of nowhere hun guldens te besteden. Ook de hypermarkten, een in het buitenland met veel succes toegepast concept, stierven na enkele pogingen in Nederland een stille dood.

Het was een ontwikkeling waar de Nederlandse overheid destijds niet rouwig om was. De angst voor planologische misbaksels en vooral voor verpaupering van de binnensteden - een schrikbeeld dat uit de Verenigde Staten was overgewaaid - maakte de overheid afwijzend ten opzichte van initiatieven van (meestal grootschalige) detailhandelsondernemingen om zich buiten de stadsgrenzen te vestigen. Voor 1984 mochten alleen aanbieders van auto's, caravans en boten zich langs de snelweg nestelen, daarna konden ook grote meubelzaken (zoals Ikea) en bouwmarkten toestemming hiervoor krijgen.

Sinds vorig jaar lijkt het beleid inzake perifere detailhandelsvestiging (PDV) echter in een stroomversnelling te komen. Op voorstel van de toenmalige ministers Alders (milieu) en Andriessen (economische zaken) kregen eerst ook tuincentra, keuken- en sanitairmarkten en woninginrichtingszaken de kans om zich buiten de steden te vestigen.

Vervolgens lieten de bewindslieden weten dat de mogelijkheden voor geconcentreerde vestiging van grootschalige detailhandel (GDV) zonder branchebeperkingen wat hen betreft onderzocht mochten worden. Hoewel de ontwikkeling van dergelijke GDV-locaties in eerste instantie voorbehouden blijft aan de dertien stedelijke knooppunten in Nederland betekent het voorstel een forse verruiming van het tot nu toe gevoerde beleid en een verdere decentralisatie tot op gemeenteniveau.

Tot al te grote gevolgen zal die verruiming in ieder geval op de korte termijn niet leiden, zo verwacht drs.G.J. Beijer, directeur van Macintosh (onder andere Halfords, Piet Klerkx en Super Confex) en voorzitter van het Platform Perifere Detailhandel. Beijer, één van de sprekers op het vandaag op de Eramusuniversiteit Rotterdam gehouden symposium 'Winkelen in de Periferie: Droom of Doem?', gaat er van uit dat het met de door tegenstanders zo gevreesde uittocht uit de binnensteden wel zal meevallen. “Bepaalde ontwikkelingen zullen onvermijdelijk zijn, maar dat proces zal zeer geleidelijk verlopen. Al is het alleen maar omdat bestaande huurcontracten niet zomaar opgezegd zullen kunnen worden”, vertelde Beijer eerder deze week.

Hoewel Beijer als voorzitter van het Platform de afgelopen jaren in de discussie over een ruimer PDV-beleid zich steeds een voorstander van liberalisering heeft getoond, ziet hij voor de Nederlandse overheid nog steeds een sturende rol weggelegd. “Wij hebben in 1992 al gezegd dat het voorbeeld van Frankrijk en België, waar in één keer de sluizen werden opengezet en opeens alles mocht, niet gevolgd zou moeten worden.”

Dat vindt ook P.J. van de Lustgraaf, directeur van Redema, een onderneming die onder andere adviezen verleent op het gebied van grootschalige detailhandelsontwikkelingen, en eveneens spreker op het symposium. “Wij beschikken in Nederland over een gecontroleerde en gestructureerde detailhandel, waar men nu in België zelfs jaloers op is. Je kunt je afvragen of we met die liberalisering niet een stuk historie overboord zetten.”

Volgens Beijer zal ook in de toekomst de klant blijven bepalen waar de winkels zich zullen vestigen. Maar dat, als de economie weer verder aantrekt, die consument behoefte zal hebben aan meer mogelijkheden om te winkelen, staat volgens hem als een paal boven water. “Het is een illusie te denken dat we de extra benodigde meters verkoopruimte in de binnenstad kunnen blijven proppen.”

Beijer denkt dat de binnenstad er zelfs op vooruit zou kunnen gaan als de grote winkelketens, die nu in toenemende mate zorgen voor een uniformering van de steden, langzaam verschuiven naar de periferie en zo weer ruimte scheppen voor kleinere detaillisten. “Consumenten kunnen straks in de binnenstad terecht voor hun fun-shopping en in de periferie voor hun run-shopping.” Bovendien, zo noemt hij als bijkomend voordeel, kan op deze manier de binnenstad autovrijer worden gemaakt.

Voor Van de Lustgraaf is dat geschetste beeld toch iets te rooskleurig. “In de binnensteden wonen veel minder draagkrachtigen. Die gezinnen hebben juist behoefte aan kleinschalige discounting-zaken. De kans is groot dat deze winkels straks ook verdwijnen.” De Redema-directeur verwacht dat vooral de detaillisten in buurt- en wijkcentra straks te maken krijgen met concurrentie uit de periferie. Beijer bevestigt dat: “Als de perifere detailhandel doorzet, zullen de kleine centra onder druk komen. Bloemenwinkels en zo blijven wel bestaan, maar die ene kledingwinkel op de hoek zal verdwijnen. Dat is onvermijdelijk”.

McDonald's heeft intussen de stap naar de snelweg alsnog gezet, de Nederlandse detailhandel zal op den duur zeker volgen. Beijer: “Ik denk dat we over een jaar of drie de eerste verschijnselen zullen zien. En over tien jaar zal Nederland als retailland er inderdaad anders uitzien”.