Bestand IRA verdeelt Londen en Dublin

LONDEN, 1 SEPT. Luid-toeterend en met vlaggen wapperend uit de ramen reden katholieke republikeinen vanmorgen door West-Belfast om het bestand van de IRA te vieren. Aan de andere kant van Belfast verschansten protestantse Unionisten zich in hun huizen, mopperend over een valstrik en over moordenaars die zich plotseling als vredesapostelen ontpoppen. Nog voor het bestand van kracht werd, openbaarden zich de eerste meningsverschillen tussen Londen en Dublin. Dat zijn de vier partijen die een akkoord moeten bereiken over vrede in Noord-Ierland. Zover staan ze nog altijd van elkaar.

Wat de IRA sinds de Brits-Ierse Downing Street Verklaring van vorig jaar december niet gelukt was, kreeg de terreurbeweging met een staakt-het-vuren voor elkaar. Eindeloos tijdrekken door Sinn Fein, de politieke vleugel van de IRA, steeds vragend om nadere toelichting op de Downing Street Verklaring, had niet geleid tot barsten in het gezamenlijke front van Londen en Dublin. Maar één bestandsafkondiging die zorgvuldig vaag geformuleerd was, bleek voldoende om Ieren en Britten tegen elkaar uit te spelen. Dit keer is het de Britse regering die op toelichting aandringt: is het bestand alleen maar tijdelijk, in afwachting van Britse concessies? Of onvoorwaardelijk en definitief?

Tegenover die Britse behoedzaamheid staat de Ierse euforie. De Ierse premier Albert Reynolds heeft geen verduidelijkingen van de IRA nodig. In Dublin wordt het staakt-het-vuren zonder enige terughoudendheid als het begin van de vrede gevierd.

De Ierse regering heeft ook veel meer haast dan de Britten om Sinn Fein bij het vredesproces te betrekken. Major heeft nadrukkelijk laten weten dat Sinn Finn pas welkom is drie maanden nadat de IRA met nadere garanties is gekomen voor een permanent bestand. Intussen staat Reynolds al op het punt een nationaal platform voor vrede en verzoening in het leven te roepen. Voor Sinn Fein is bij voorbaat een plaats ingeruimd.

Het staakt-het-vuren heeft de IRA direct al verdeeldheid tussen Dublin en Londen opgeleverd. De wapenstilstand bezorgt de republikeinen voor het eerst in de geschiedenis ook politieke erkenning. Dat is het verschil met de vorige langdurige bestanden in 1972 en 1975: destijds hadden de republikeinen alleen maar hun wapens, geen politieke invloed. Dat verzuim heeft Sinn Fein sinds het begin van de jaren tachtig goedgemaakt.

De doorbrak daarbij kwam twee jaar geleden toen John Hume, de leider van de Noordsierse Social Democratic and Labour Party (SDLP) het initiatief nam voor officiële gesprekken met Sinn Fein. Dat leidde vorig voorjaar tot een gezamenlijk vredesplan van Hume en Adams, dat nooit gepubliceerd is, maar dat in elk geval voor het eerst een brug sloeg tussen een democratische beweging en illegale partij. Daarna zocht en vond Sinn Fein gehoor bij de Ierse regering. Tegelijkertijd verwierf ze de steun van grote delen van de Ierse gemeenschap in de Verenigde Staten, die makkelijk toegang heeft tot de Amerikaanse president.

Daarom kon Gerry Adams aan de vooravond van het bestand ook met een gerust hart zeggen dat de republikeinen niet meer alleen staan, dat ze machtige bondgenoten hebben. Juist die wetenschap heeft hen het vertrouwen gegeven om de wapens neer te leggen. Adams verzekerde zijn jubelende aanhang gistermiddag voor het hoofdkantoor van Sinn Fein in Belfast dat de strijd wordt voortgezet, maar alleen een andere fase ingaat. De republikeinen zien alleen maar van geweld af, omdat ze geloven dat langs politieke weg meer te bereiken valt.

Dat maakt het bestand ook uiterst kwetsbaar. Kunnen de republikeinen de zelfbeheersing en het geduld opbrengen om de geweren te laten zwijgen als de Britse regering niet snel met concessies komt? Kunnen ze de verleiding weerstaan om weer met bommen te gaan smijten als de protestantse terreurbewegingen wel met gewelddadigheden doorgaan?

De protestantse terreurbewegingen hebben de Unionistische partijen gevraagd bij Major aan te dringen op garanties dat Ulster niet achter de rug van de Unionisten aan Ierland is verkwanseld. De Britse premier heeft die verzekering onmiddellijk gegeven en bezworen dat Noord-Ierland deel van het Verenigd Koninkrijk blijft totdat de kiezers in Ulster anders beslissen. Maar daarmee is het wantrouwen bij de protestanten nog lang niet weggenomen. Waarom vieren de katholieken in Londonderry het staakt-het-vuren als overwinning als Groot-Brittannië niet in het geheim grote concessies heeft gedaan?

Die scepsis is niet onbegrijpelijk want de Britten hebben de Unionisten eerder bedrogen. Vlak voor ondertekening van het Brits-Iers akkoord over Noord-Ierland in 1985, verzekerde Margaret Thatcher nog dat zo'n verdrag er nooit zou komen. En nog geen maand nadat de Britse regering vorig jaar had verzekerd dat er geen contacten met het Ierse republikeinse leger bestonden, moest ze vorig jaar november bekennen dat er al twee jaar in het geheim gesprekken met de IRA werden gevoerd.

Het vredesproces in Noord-Ierland bestaat voorlopig uit wachten. Wachten tot de IRA met nadere vredesgaranties komt. Wachten of het staakt-het-vuren ten minste drie maanden aanhoudt. Wachten op de reactie van de protestantse terreurorganisaties. Wachten of de regeringen van Groot-Brittannië en Ierland opnieuw op één lijn kunnen komen. Maar in Noord-Ierland zijn ze wel gewend om op vrede te wachten. Ze wachten al 25 jaar.