Belfast euforisch èn cynisch

BELFAST, 1 SEPT. “It's over” - het is voorbij. De megakop op de voorpagina van The Belfast Telegraph (protestant) wedijvert met die van The Irish News (katholiek): “Een nieuw tijdperk!” Op straat, in de Falls Road, geloven ze het. Nog geen vijf minuten nadat de IRA “een volledig staken van militaire operaties” heeft afgekondigd, rijden er de eerste toeterende auto's met Ierse vlaggen rond. Dat groeit aan tot een optocht van luid claxonerende wagens met mensen die uit alle ramen hangen en schreeuwen, in vreugde en triomf.

Voor het kantoor van Sinn Fein (Ons Zelf) op de Falls verzamelt zich een opgewonden menigte van honderden mensen: buurtbewoners en de pers die uit de hele wereld op het nieuws is afgekomen. De sfeer is er een van nerveuze opluchting. Na 25 jaar en 3.342 doden is het voor de moeders met hun kinderwagens moeilijk zich “vrede” - als dat het wordt - voor te stellen.

De uitgelatenheid van de toeteraars met hun oranje-wit-groene vlaggen manifesteert zich 150 kilometer zuidelijker al net zo bij de regeerders van de Republiek. Terwijl in Londen premier Major en zijn minister voor Noord-Ierland, sir Patrick Mayhew, zuinig spreken over “een bemoedigend begin” en openlijk tobben over het ontbreken van het woord permanent in de IRA-verklaring, maakt premier Albert Reynolds in Dublin bijna een huppeltje voor de televisiecamera's.

“Waarom vallen over een woord?”, roept hij, daarmee even de volgehouden eenheid van aanpak met Londen ondermijnend. “Welnee, een lange nachtmerrie is teneinde.” Het contrast tussen de euforie bij de aanhangers van één verenigd Ierland en het sombere cynisme van de Ulster-mannen die Brits zijn en willen blijven, is tastbaar op de Shankill Road. Dit is de andere kant van de peaceline, de barricade van steen en prikkeldraad die katholieke en protestantse arbeidersbuurten over kilometers van elkaar scheidt.

Hier vreet wrok zich een weg naar binnen en harten verstenen opnieuw bij de aanblik van al dat vertoon op de Falls Road en de bejubelde komst van Gerry Adams - terrorist en nu opeens staatsman in spe. “Duivelsknecht”, fluistert op de Shankill een oudere mevrouw die lief naar talkpoeder met seringen geurt. “Denkt zeker dat hij onze nieuwe president kan worden.”

In loyalistisch gebied is het straatbeeld somber. Hier heerst het gevoel dat de Britten hun eigen soort hebben uitgeleverd aan de vijand: de republikeinen, Dublin en de katholieke kerk. De redenering is simpel: de IRA doet niets voor niets. Ze moet iets gekregen hebben in ruil voor het neerleggen van de wapens.

Pag.5: De Shankill voelt zich nu alleen staan

Premier Major kan nog zo vaak herhalen dat er geen concessies zijn gedaan en dat de status van Noord-Ierland alleen verandert als een meerderheid van de inwoners van de provincie daarvoor kiest, de Shankill gelooft hem niet. Voor hen is nu het moment aangekomen dat ze al sinds het begin van de jaren zeventig hebben zien naderen. Het moment waarop ze alleen staan. Het moment waarop ze voor zichzelf moeten zorgen, omdat niemand anders het doet.

John Hume, de gematigde nationalist die zijn reputatie als SDLP-leider op het spel zette door besprekingen met Gerry Adams te beginnen, riep de een miljoen protestanten in Noord-Ierland gisteren op om het verleden achter zich te laten, om “a leap of faith” te maken en zich in het onbekende land van wederzijdse, open dialoog te begeven.

“Wanneer John Hume zegt dat ik niets te vrezen heb, dan word ik pas echt bang”, zal laat op de avond een oudere heer in Shankill-gebied zeggen. “Ik kom net van de bijbelkring: we hebben gebeden dat deze IRA-mensen oprecht zijn. Maar geloven doe ik het niet.” Zijn vrouw: “Ik bid elke avond tot God dat ik niet in een verenigd Ierland hoef te leven. Ik wil niet katholiek zijn en ik wil Brits blijven. Wij zijn Brits, niet Iers.”

Als altijd kan de opstelling van de Ulster Loyalisten het beste begrepen worden vanuit hun isolement. Op het eiland, maar niet van het eiland. Over hun schouder kijkend naar hun Britse moederland, maar daarvan door de Ierse Zee gescheiden. Overtuigd van hun religieus gelijk, maar omgeven door een meerderheid van katholieke Ieren. Een meerderheid die luistert naar “de antichrist in Rome” en die “niet eens zelf de bijbel mag lezen, maar alleen luistert naar wat de priester hun zegt wat ze doen moeten”.

“Laten ze eerst maar hun wapens inleveren en in de fik steken”, zegt de kleine roodharige eigenaar van café Mountain View op de Shankill over de IRA-belofte. “Woorden - we hebben hier genoeg woorden gehoord. Jazeker, je moet ergens beginnen wil je vrede krijgen. Maar niet bij ons.”

Zulke stijfkoppigheid laat zich verklaren uit kwetsuren die niet zomaar terzijde geschoven kunnen worden. De kleine barman heeft drie keer een aanslag op zijn café meegemaakt en de laatste keer - “ik was zelf net bij mijn zuster” - moesten de mannen van de ambulance zes doden naar buiten dragen.

Zo'n 500 meter verderop langs de Shankill staan nog steeds om de omheiningen om de plek waar tot voor kort de viswinkel was. Er hangt, ook nog steeds, een verlept bosje bloemen op de schutting ter herinnering aan die zaterdagmiddag in oktober 1993 toen een IRA-man, Thomas Begley, negen klanten-protestanten en en passant per ongeluk zichzelf opblies met een bom. Toen de IRA Begley begroef, droeg Gerry Adams de kist en sommige republikeinse meelopers in de stoet staken tegen protestantse toeschouwers hun twee handen op met maar één vinger naar binnengevouwen: negen “prods” dood, nog 900.991 te gaan. “Shankill vis - 9 voor 1 pond” stond in de Falls op een muur geschreven.

Gerry Adams, toch al genietend van de series vraaggesprekken voor de Amerikaanse ontbijttelevisie, bewoog zich later op de dag voor de Britse kijkers als een natuurlijke opvolger in de serie Mandela-Arafat-Adams. Bekleed met de waardigheid van een man die komt uit de woestijn en nu onderhandelt met regeringsleiders, sprak hij over “nieuwe periode”, over een “moedige IRA-leiding”, over “de kans voor John Major om dit moment aan te grijpen”.

Het feit dat zijn woorden nog steeds door een acteur werden nagesynchroniseerd - de manier die de Britse media hebben uitgevonden om te ontkomen aan het verbod om Sinn Fein rechtstreeks aan het woord te laten - maakte de situatie extra bizar. BBC en ITV vroegen Londen gisteren meteen en opnieuw om de belemmering op te heffen.

Maar net als Gerry Adams zijn woorden met zorg koos - de term “permanent” wilde hem niet over de lippen komen - zo hanteerde ook Londen behoedzaamheid. Een posse van zo'n twintig uiterst rechtse Conservatieven staat klaar om toe te slaan als zou blijken dat hun leider de Unie met Ulster heeft ondermijnd door teveel aan de Republiek en haar paramilitaire aanhangers toe te geven. Waar Adams woorden als “demilitarisering” en “ontmanteling van de staatspolitie” in de mond neemt om zijn vriendjes in de IRA gerust te stellen, wuift Downing Street die termen weg als veel te voorbarig ten einde de Unionisten niet verder in paniek te brengen.

Aan de grens die Ulster en de Republiek van elkaar scheidt, in het gebied dat 'banditcountry' heet, verkoos de loyalistische Ulster Volunteer Force dinsdagnacht de verwachte wapenstilstand van de IRA alvast op haar eigen manier te markeren. De terroristen sloegen met een voorhamer een deur in, sleurden de 37-jarige katholiek Shaun McDermott van zijn bed en schoten hem dood in de heuvels een kilometer verderop. Het was, in tegenovergestelde zin, een soortgelijke actie als die van Thomas Begley: “Stiffen a Taíg” (een katholiek doden) in ruil voor “Stiffen a Prod” (een protestant doden). Het dodenaantal tot aan de feestelijke wapenstilstand in Noord-Ierland kwam daarmee nog aan 3342.