Woede en humor in terugblik op Jost

Retrospectief van het werk van Jon Jost. In: Amsterdam, Desmet.

De Amerikaanse onafhankelijke filmmaker Jon Jost (Chicago, 1943) voltooide sinds 1972 negentien korte en veertien lange films. Sommige daarvan zijn op internationale festivals, waaronder dat van Rotterdam, vertoond, maar nog nooit werd er een Jost-film in Nederland in distributie gebracht. Die vreemde omissie wordt nu gecompenseerd door een tamelijk compleet retrospectief, dat de komende maanden in de filmhuizen gaat rouleren.

De etiketten 'experimenteel' en 'politiek', die vaak op Josts werk geplakt zijn, doen slechts ten dele recht aan de variatie in zijn films. De generaalszoon, die twee jaar in de gevangenis doorbracht als dienstweigeraar tijdens de Vietnamoorlog, heeft vroeger zeker pamflettistische, door Brecht en Godard geïnspireerde bijdragen aan de heersende mode geleverd (Angel City, 1976) en de woede tegen de reactionaire Amerikaanse middenklasse druipt af van een film als Sure Fire (1990). Maar even kenmerkend zijn het quasi-documentaire werken met niet-professionele acteurs (Sure Fire en Bell Diamond, 1985) en vooral een zeer precies gevoel voor Amerikaanse lokaties. All the Vermeers in New York (1990) roept nauwgezet de topografie en geur van Manhattan op, in andere films zijn nog weinig door Hollywood geëxploiteerde streken van Utah, Montana, Oregon en de staat Washington tastbaar aanwezig.

De beste kennismaking met de wereld van Jost biedt wellicht zijn laatste film Frame up (1993), waarin het aloude verhaal over een gedoemd liefdespaar à la Bonnie and Clyde of de paria's uit Badlands, door een originele vormgeving (collages, animatie, scheve kaders, 'split screen') toch weer voor het eerst verteld lijkt te worden. Met gevoel voor humor overigens, want die eigenschap van Josts films wordt meestal ook verzwegen.