De hoge vlucht

Het Loo schijnt de laatste plaats in Europa te zijn geweest waar de hoge vlucht werd uitgeoefend.

Onder auspiciën van toenmalige Oranjes werden slechtvalken afgericht op blauwe reigers. De valkeniers kwamen uit Valkenswaard. Ze vingen hun valken tijdens de najaarstrek op de hei aldaar.

De reigers hadden een broedkolonie in de Soerense bossen. Ze werden onderschept als ze uit de richting van de Zuiderzee terugkeerden naar hun nesten. Zodra een reiger boven de horizon verscheen, werden er twee samenwerkende valken op losgelaten. De reiger begon te kringelen om hoogte te winnen. De valken van kun kant probeerden boven de reiger te komen om hem te kunnen aanvallen. Beneden werd het magnifieke schouwspel gevolgd door een gezelschap te paard.

Reigers die door een valk werden gebonden en aan de grond gebracht, werden van hun kuif beroofd, van een ring voorzien - dit waren de eerste geringde vogels in ons land - en weer losgelaten. Zeker, het was de bedoeling dat ze zouden overleven.

In 1856, onder Willem III, werd de hoge vlucht uiteindelijk gestaakt. Wegens ruimtegebrek. Kort daarop werden de reigers op het terrein met geweervuur uitgeroeid. Hun spel was uit. Ze hadden het bestaan te danken gehad aan de slechtvalken die hun de stuipen op het lijf joegen. En dan zeggen wij dat het leven ingewikkeld is.

(Gegevens uit De valkerij op het Loo, door J.W.M. van de Wall).