Uitslag van referendum van Karadzic al tevoren bekend

“Bent u voor of tegen de landkaart voor de verdeling van Bosnië-Herzegovina, voorgesteld door de internationale contactgroep?” Op die vraag moeten de inwoners van de 'Servische Republiek' in Bosnië vandaag en morgen antwoord geven in een referendum waarvan de uitslag al bij voorbaat vaststaat. Radovan Karadzic, de leider van de Bosnische Serviërs, verwacht dat 90 tot 95 procent van 'zijn' Serviërs op de stembiljetten onder de vraag afgedrukte woord 'tegen' zal omcirkelen.

Al bij herhaling heeft de bevolking van de 'Servische Republiek' blijk gegeven van haar eensgezindheid. In november 1991 verkoos 96 procent van hen binnen het oude Joegoslavië te blijven. In mei 1993 verwierp 92 procent van hen het vredesplan van de bemiddelaars Vance en Owen.

Misschien valt het percentage ditmaal een paar streepjes lager uit. Sinds eerder deze maand de Servische president, Slobodan Milosevic, de grens met de 'Servische Republiek' sloot, zijn de Bosnische Serviërs geïsoleerder dan ooit en ziet hun toekomst er zeer somber uit. Bovendien hebben de leiders van Servië er alles aan gedaan om de landgenoten in Bosnië tot rede te brengen: na de breuk zijn de Bosnische Serviërs het doelwit geworden van een ware propaganda-oorlog vanuit Pale tégen het vredesplan en vanuit Belgrado vóór het vredesplan.

De Servische televisie heeft daarbij voortdurend getracht de indruk te wekken dat Radovan Karadzic en de andere leiders van de 'Servische Republiek' in hun eigen pseudo-staatje geïsoleerd zijn. In straatinterviews met Bosnische Serviërs klonk avond aan avond hetzelfde refrein: “We hebben genoeg van de oorlog, we willen vrede”, doorgaans gevolgd door commentaren over de doelen die de Bosnische Serviërs hebben bereikt en de noodzaak nu eindelijk voor vrede te kiezen.

De tv-journaals uit Belgrado worden elke avond overgenomen door de televisie van de Bosnische Serviërs, die ze prompt laten volgen door hun eigen reportages, waaruit het exacte tegendeel moet blijken: de Bosnische Serviërs vechten voor hun overleven, het vredesplan is rampzalig en de Serviërs zullen zich nooit overgeven. Die reportages worden sinds de breuk niet meer door de televisie in Belgrado overgenomen.

De Bosnische Serviërs gaan ervan uit dat ze de tegenslag van de Servische blokkade wel zullen overleven. Er zijn trouwens tekenen die erop wijzen dat die blokkade minder effectief is dan Milosevic wil doen geloven. Op de markt in Pale, zo berichtte deze week een AFP-verslaggever, zijn Ecuadoriaanse bananen en Schotse whisky, spijkerbroeken en Servische shampoo en Sloveense ijskasten te koop, ontbreekt het niet aan benzine en wijst niets op schaarste. De prijzen zijn gestegen, in vergelijking met de periode voor de breuk op 5 augustus, maar de Bosnische Serviërs ondervinden geen zichtbare hinder van de Servische blokkade. De burgemeester van Pale gaf ronduit toe dat de belegerde 'Servische Republiek' “commerciële kanalen heeft naar het zuiden, het noorden, het oosten en het westen”. De enigen die last hebben van de Servische boycot zijn de grote bedrijven, en dan vooral wegens de verbreking van de contacten met banken in Servië.

De breuk tussen Milosevic en Karadzic - die mede een machtsstrijd tussen hen beiden is - wordt door de meesten van de rond één miljoen stemgerechtigde Bosnische Serviërs gezien als een tijdelijke en uitsluitend tactische stap, waarmee de Servische president de internationale gemeenschap ertoe wil brengen een begin te maken met de opheffing van de VN-sancties tegen Servië.

Milosevic zelf heeft dit weekeinde de mogelijkheid daar zelf voor te zorgen: morgen komt de Russische minister van buitenlandse zaken Kozyrev hem in Belgrado een aanbod van de internationale contactgroep voorleggen. Dat aanbod voorziet in een ruil: als Milosevic instemt met de stationering van internationale waarnemers, die aan de zes grote en bijna vijftig kleinere grensovergangen toezicht moeten houden op de Servische blokkade van de Bosnische Serviërs, wordt een eerste begin gemaakt met de opheffing van de sancties.

Het is niet waarschijnlijk dat Milosevic dat aanbod aanneemt; als hij het wèl doet is dat tenminste een zeer grote verrassing. Milosevic heeft tot dusverre elke suggestie voor de stationering van waarnemers afgewezen, met het argument dat dat een inbreuk op de Servische soevereiniteit is. De Servische leider is al vanaf het begin van de oorlog zeer gevoelig voor de activiteit van wat hij in wezen als buitenlandse pottenkijkers beschouwt, of ze nu langs de grens met Bosnië worden neergezet of naar probleemgebieden als Kosovo gaan. Als de uitlating van de burgemeester van Pale over de nog steeds open kanalen tussen Servië en de Bosnische Serviërs klopt, ligt die gevoeligheid ook ditmaal wel voor de hand.

Daarbij komt dat de door Kozyrev aan te bieden 'wortel' Milosevic waarschijnlijk gewoon niet lekker genoeg is: de opening van de luchthaven van Belgrado voor het internationale vliegverkeer en de beëindiging van de boycot van Joegoslavische sportlieden. Dat is heel mager in het licht van de tegensprestatie die van hem wordt geëist.

De Servische leider zal waarschijnlijk trachten tijd te winnen, door Kozyrev met een 'ja maar' of een 'niet nu' af te wimpelen in de hoop dat de internationale contactgroep in een later stadium met zinvoller concessies komt - concessies waar de geruïneerde Servische economie meer aan heeft dan aan de toelating van Servische sportlieden in de buitenlandse stadions.