'Paars gevolg van secularisatie'

Betekent de komst van paars een bedreiging van de christelijke cultuur? Kerkelijke functionarissen stellen zich afwachtend op maar theologen zien ook nieuwe kansen.

DEN HAAG, 27 AUG. Driemaal weerklonk afgelopen maandag in Huis ten Bosch het 'Zo waarlijk helpe mij God almachtig', en wel uit de mond van de staatssecretarissen Schmitz, Linschoten en Terpstra. De nieuwe ministers en overige staatssecretarissen sloten hun beëdiging door koningin Beatrix af met het 'Dat verklaar en beloof ik'. Voor zover bekend, was er door bewindslieden nog nooit zo weinig gezworen en nog nooit zoveel verklaard.

Nu maakt lang niet iedere belijdende christen gebruik van de eed, en is, omgekeerd, lang niet iedere eed-aflegger een trouwe kerkganger. Niettemin sprak de remonstrantse hoogleraar in de theologie dr. H.M. de Lange begin deze week voor de KRO-radio over “een interessante breuklijn omdat er beduidend minder belijdende christenen in het kabinet zitten.” Wat hij er van moest denken, wist de theoloog nog niet. De Lange, eerder actief in de Raad van Kerken, signaleerde enerzijds een “afspiegeling van de verzwakte positie van de kerken” en vroeg zich af wat de gevolgen zouden zijn voor het publieke debat over normen en waarden. Anderzijds zou de komst van paars “de kerken kunnen bevrijden van allerlei vanzelfsprekendheden en daar verheug ik mij op”, aldus de theoloog.

De Lange's ambivalentie typeert de reactie van grote delen van christelijk Nederland op het aantreden van de CDA-loze coalitie. Weinigen verwachten dat paars de komende vier jaar het 'God zij met ons' van de muntrand zal verwijderen of de zondagsrust af zal schaffen (hoewel de onderhandelaars van VVD, PvdA en D66 wel een keer op zondag hebben vergaderd, maar toen ging het ook meteen mis). Niettemin worden met name kerkelijke functionarissen heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees over de publieke rol die paars de kerken en christelijke organisaties in bijvoorbeeld onderwijs en gezondheidszorg zal toestaan. Sommige theologen zien echter mogelijkheden voor de kerken om zonder de last van de macht na te denken over hun boodschap.

Y.C. de Groot, vice-voorzitter van de synode van de Hervormde Kerk, is niet op voorhand bezorgd over paars. “De kerk is gewend geraakt onder een niet-christelijke overheid te functioneren. Onze traditionele voorbede voor de overheid zullen we volhouden. Ook dit kabinet wensen we Gods zegen toe, en daar bedoelen we niets vromigs mee.” De Groot ziet zelfs pluspunten van paars, zoals de verzoening tussen socialisten en liberalen. “Verzoening is een begrip dat bij ons hoog in het vaandel staat.”

Uit het oogpunt van belangenbehartiging is De Groot evenwel minder zeker van zijn zaak. “Met PvdA en VVD verliepen de contacten moeilijker dan met het CDA. Misschien dat die partijen ons straks meer zien staan, want in het verleden konden ze bij wijze van alibi altijd zegen: 'de kerken hebben het CDA al.' Dat gaat nu niet meer op.” Toch vraagt De Groot zich af hoe het zal aflopen met bijvoorbeeld de wet die de subsidie voor geestelijke verzorging regelt in instellingen als ziekhuizen, justitiële inrichtingen en de krijgsmacht. “Wijlen minister Dales zei een keer dat de kerken niet zo hun hand moeten ophouden. Het zou betreurenswaardig zijn als de politiek die lijn zou doortrekken bij de behandeling van zo'n wetsvoorstel. Religie mag dan voor sommigen een privé-zaak zijn, maar als de overheid de privé-situatie van iemand verandert door hem bijvoorbeeld naar Bosnië te sturen, heeft hij daar recht op geestelijke verzorging.”

De gezagsdragers van de andere grote kerk, de rooms-katholieke bisschoppenconferentie, reageerden woensdag met een korte verklaring op de komst van de sociaal-liberale coalitie. Een inhoudelijk oordeel bleef uit. Vice-voorzitter bisschop H.C.A. Ernst liet slechts weten dat de bisschoppen zich tot het kabinet zullen blijven wenden over zaken die de relatie tussen kerk en overheid betreffen.

Emeritus-hoogleraar in de theologie dr. G.H. Ter Schegget reageert uitgebreider en positiever. “Paars is een uiting van de voortschrijdende secularisatie, maar daar sta ik positief tegenover. Waarom zou ik nostalgisch doen over iets dat toch gebeurt? Ik denk niet in termen van een volkskerk, van een hervormde natie enzovoort. De kerk is gewoon een minderheid onder de minderheden geworden, die het van de kwaliteit van haar boodschap moet hebben. De kwaliteit van die boodschap is nog steeds heel hoog.”

Ter Schegget zou het wel betreuren als paars tot een vervlakking van politieke overtuigingen zou leiden. “Ik geloof niet in het pragmatische van D66. Als je iets wilt bereiken moet je een utopie hebben. We durven niet meer te formuleren waarop we gericht zijn. Daardoor dreigt veel in de politiek onduidelijk te worden. Het politieke bedrijf is bij ons niet alleen maar een zaak van het tegen elkaar afwegen van belangen, zoals in Amerika. In Europa proberen we tenminste nog een gemeenschappelijke boodschap te formuleren.”

A. Bodar, priester en docent kunstgeschiedenis aan de Leidse Universiteit, zou “het jammer vinden als paars de bestaande muntrand zou afschaffen. Ik ga er namelijk van uit dat ook paarse mensen een plaatsje voor het christendom willen inruimen. Misschien dat de christelijke erfenis zelfs in betere handen is bij mensen als Kok, Schmitz en Van Kemenade, dan bij het CDA. Die partij moet de komende tijd maar eens laten zien of de C niet voor centrum stond, in plaats van voor christelijk. Maar als paars alle christelijke symbolen toch zou afschaffen, moet de kerk misschien ondergronds gaan. Wellicht dat daar iets heel moois uit voortkomt.”