Lemmer; Buren in Fries' Lemmer spreken Duits

Bewoners van Lemmer vrezen dat ze in een spookwijk komen te wonen. De een na de andere woning wordt gekocht door Duitse recreanten die vervolgens bijna het hele jaar afwezig zijn.

LEMMER, 27 AUG. Bij de Duitse familie Müller uit de Tjeukemeerstraat in Lemmer branden overdag lichtjes in een kerstboomachtige plant. Ze hebben houten rood-witte luiken naast de ramen van hun witte villa. De familie is afwezig, maar een Lemster verzorgt de tuin. Hun landgenoten een deur verder zijn er al evenmin.

Een paar huizen verderop zit vrachtwagenchauffeur J. Nijholt zich te verbijten. Alweer is net een huis verkocht aan een kapitaalkrachtige Duitser. Uit protest heeft Nijholt een bord in zijn tuin geplaatst. Als cynische grap biedt hij hierop in het Duits zijn woning te koop aan. “Feste Preis 499.000. Nachbarn sprechen Deutsch”, zo staat er te lezen. Een bordje eronder vermeldt - eveneens in het Duits - dat de gemeente de koffie klaar heeft en alle medewerking verleent.

Nijholt strijdt als permanente bewoner al jaren tegen recreatieve bewoning in zijn wijk. De afgelopen anderhalf jaar zijn vier van de 44 woningen in de straat overgegaan in handen van, meestal Duitse, recreanten. Die kunen volgens Nijholt met gemak een ton meer bieden dan de Lemsters. Maar zij bewonen hun woningen niet permanent en verhuren haar zelfs als vakantiebungalow aan andere Duitse toeristen. “En dat is verboden”, zegt Nijholt. “Maar de gemeente laat het toe. Wij hebben indertijd voor deze buurt gekozen om niet tussen de toeristen te zitten. Zowel de gemeente als de makelaar gaf ons de garantie dat er hier geen recreanten zouden komen wonen.”

De gemeente Lemsterland hanteert als criterium voor permanente bewoning inschrijving in het bevolkingsregister. “Maar dat wil niet zeggen dat iemand de woning ook daadwerkelijk permanent bewoont', aldus Nijholt. “Een van de duitse bewoners heeft zich volgens de gemeente laten uitschrijven uit de BRD, maar rijdt na twee jaar nog steeds met een Duits kenteken.” Nijholt heeft niks tegen Duitsers, beklemtoont hij, maar wel tegen recreanten die slechts enkele weken per jaar hun vakantiehuis bewonen. Nijholt: “De wijk verbrokkelt en de leegstand in de winter en herfst is onplezierig.” Bewoner Hoekstra vult aan: “We willen echte buren en een gewone, levendige woonwijk - geen spookwijk.”

Nijholt liet het er niet bij zitten. Hij schreef brief na brief aan het gemeentebestuur, zette een handtekeningenactie op touw en stapte uiteindelijk naar de Raad van State. Zijn vrouw heeft een paar maanden geturfd hoe vaak nummer 25 daadwerkelijk aanwezig was. In drie maanden kwam ze op een paar weken uit. Bovendien zagen de Nijholts hoe er om de week een ander Duits gezin vakantie hield in de woning.

De Raad van State gaf Nijholt op de meeste punten gelijk. Het rechtcollege oordeelde dat de 'turfstaten' voor de gemeente op zijn minst aanleiding hadden moeten zijn een nader onderzoek in te stellen. Ook vond de Raad dat inschrijving in het bevolkingsregister geen criterium is voor permanente bewoning. Zij verwierp het verweer van de gemeente dat het ondoenlijk is te controleren of een woning inderdaad permanent wordt bewoond, omdat dit de privacy van de bewoners ernstig zou aantasten.

Nijholt is blij met de uitspraak. Mede-straatbewoner Hoekstra ook, maar hij wil directe actie. Een privaatrechtelijke procedure is het enige wat hem rest. “Op het gemeentehuis is me eens gezegd dat ik het de Duitse families ook heel moeilijk kan maken. Kom zeg, ik ben geen crimineel. Ik ga echt geen zoutzuur in het zwembad van een Duitser gooien. Met een juridische procedure kunnen we aantonen dat de verkopers die hun woning aan een recreant verkochten, in overtreding waren. In zo'n geval zou de koop onwettig zijn.”

Wethouder W. de Haan van Lemsterland zucht eens diep. De gemeente ziet het probleem. “ Er worden slaapsteden gecreërd en de eigen buurt krijgt een knauw. Een slechte ontwikkeling.” Maar de controle is zo verdraaid moeilijk, stelt hij. “Hoe moet je controleren of iemand 180 dagen per jaar in een woning zit, want dat is het criterium voor permanente bewoning. We kunnen moeilijk eisen dat iemand zich elke maandagmorgen om zeven uur op het gemeentehuis meldt.”