Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Paardensport

De aardige Amerikaan

Van Chicago tot Los Angeles kun je twee spiegeleieren met toast, boter en jam krijgen voor 99 dollarcent. En graag. En wilt u buiten zitten, dan brengt de eigenaar peper en zout. Plus tax kan de rekening dan nog wel eens oplopen tot $ 1.13, maar meer wordt het echt niet.

De benzine kost in lage gebieden $ 1.17 per gallon en in hoge en afgelegen delen $ 1.35. Nog steeds niet veel. Bij een Hopi-trailer stond een bordje dat de frisdrank er zestig cent kostte. In de huiskamer haalde ik twee blikjes uit de ijsbox. Ik pakte een dollarbiljet maar de Hopi zei dat het zo wel goed was.

Overal is uitverkoop en waar je Genuine Indian Jewelry ziet is het steevast fifty percent off on all jewelry. Overal! Mijn ervaring leert overigens dat men slechts daar moet kopen waar het aldus gespeld wordt: Indian Jewlry. Liefst in Navajogebied.

We gingen weer eens paardrijden, nu in Huapalai Mountain Park. Ik zocht Mark de paardenman op, die een trailer naast een kleine corral had staan. Ja, rijden kon, maar hij wachtte eigenlijk op een stel uit Havasu City. “Geeft niet”, zei ik. “Dan gaan we eerst een uurtje picknicken.”

We hadden in Williams, een stadje recht onder Grand Canyon, het dorpje dan, bij The Colors of the West, een wand-ornament aangeschaft - een zon van metaal, met binnenin twee dansende figuren, dezelfde man voorstellend, Kokopelli, door de voorvaderen van de indianen, de Anastazi, veel afgebeeld met een fluit en een muts met linten. Hij danst aldoor, en men denkt dat hij een medicijnman of God is die de vruchtbaarheid bevordert. Jammer genoeg is van de Anastazi petroglyphen vrijwel niets bekend, in tegenstelling tot hiërogliefen waar immers een vertaling van gevonden is. De Middeleeuwse opvolgers van de Anastazi waren de Hopi-indianen, maar die weten het ook niet meer.

Het ornament had een doorsnede van een meter en zat een beetje knullig ingepakt. Ik haalde het pak van mijn koffer achterin om mijn spijkerbroek te pakken die ik aan moest voor het rijden, en om de picknickmand eruit te zetten, een absolute must voor rondrijders in de VS.

Ik had de mand nog niet op de picknicktafel of er verscheen een pikzwarte grackle, met in zijn bek een stukje brood of zoiets. Hij streek, langs het brood kakelend, neer op de grond naast een plasje water en keek me vertwijfeld aan. Ik vertelde hem de fabel van La Fontaine, waarop hij zonder drinken kwaad opvloog en vanaf een tak observeerde. Vervolgens kwam er een blinde prairie dog langs, althans hij moet blind geweest zijn want hij liep rakelings langs de drie druiven die ik hem toewierp. Daarna verscheen er, behoedzaam om de stam kijkend, een nuthatch, de enige vogel die voortdurend met het hoofd naar beneden klimt, vandaar de naam. Plus de rode kuif van de acornspecht, die hier heel brutaal is.

Toen wij bij Mark aan kwamen, begon hij voor ons Spot en Bonehead op te zadelen. Bonehead was deels Mustang en enige tijd geleden in het wild gevangen. Hij wilde best. Vooral het inhalen van anderen. Dus als we een smal steil bergpad in sloegen en daarvoor benen maakten kwam ik tegelijkertijd met Spot en moest in diezelfde galop dan de andere kant op. Ik wil maar zeggen.

Men rijdt in deze contreien anders. Het zadel heeft een knoop, de stijgbeugels zijn groot en van leer, en de teugels worden met één hand bediend. Voor richting veranderen trek je beide kanten opzij (kijk volgende keer maar als er een cowboyfilm is).

Na afloop gaf ik Mark twee Delftsblauwe klompjes. Schot in de roos. “Wait till the Wife sees them.” De wife kwam er gelukkig juist aan in een zeer oude pick-up. Zij had er net tien uur op zitten als pompbediende, zestien mijl verderop. Haar handen stonken je tegemoet, zoals zij zelf zei, maar zij was blij met de klompjes.

In de avondzon gingen we in een kring zitten met vier Budweisers zonder glazen. Mark en zijn vrouw moesten weg, oefenen voor skits, een wildwestshow, waar binnenkort een wedstrijd voor was met als hoofdprijs 1500 dollars. Marks ogen schitterden als hij aan dat bedrag dacht. Hij deed het nog even voor en viel geheel in kostuum uit de deur van de trailer, pijl in de rug.

De prijs van het rijden was veertig dollar, “maar het was zo gezellig”, zei Mark, “geef maar twintig.” Vastberaden gaf ik hem twee briefjes van twintig. Afspraak is afspraak, nietwaar, en Hollanders hebben toch al zo'n naam. “Vanavond pizza!”, zei hij tegen zijn vrouw. “Hoef je niet te koken.” Zijn vrouw was ook in haar schik. Zij had voor iemand jerrycans opgehaald die half vol bleken en zij had de inhoud voor haar pick-up gekregen, die wat water lekte, zag ik. “De airconditioning”, opperde ik. Nee, die had zij nooit aan (voor arme Amerikanen is dat te duur: het zuipt benzine).

Dagen later, 160 mijl verderop in Nevada, dacht ik ineens: waar is het ornament? Wij hadden het al een tijd niet gezien. Na een uur reconstrueren kwam ik op de picknickplaats op Huapalai Mountain. Zeker even tegen een boom gezet.

De inlichtingendienst gaf me eerst een verkeerd nummer van de info in Arizona, maar ik kwam uiteindelijk door.

Gebeld. Jim White aan de telefoon, een oude vrijwilliger van de Huapalai Mountain Rangers. Of ik het object kon beschrijven. Zij hadden het helemaal uitgepakt en ja hoor, het stond nu in het Rangers Station. Wat nu?

Ik belde met UPS. Die hadden een één-dags airservice, maar niet overal vandaan. “Wat is de zipcode?”

Ik belde Jim White en weer de UPS. Nee, daar vandaan was er vandaag geen pick-up. Morgen. “Maar woensdagochtend vliegen wij naar Holland”, zei ik. “Dan moet u het naar Holland sturen. Ik verbind u met de international service.”

“Hello, this is Gloria, may I help you?”

Ik legde Gloria alles uit. Er kwam nog een moeilijkheid bij, voor overseas moest de afzender betalen en papieren invullen. “Maar als ze het aanleveren bij UPS in Kingman, dan kan het vandaag nog weg.”

“Hallo Jim, this is Van Lennep again.” Ik moest na twaalven maar terugbellen, hij zou zien. na twaalven kreg ik twee man aan de telefoon: Jim en de superintendent. Zij zouden het eerst naar een inpakservice brengen in Kingman en vervolgens naar UPS want UPS verpakte niet. Ik putte me uit in bedanken.

Vanmorgen werd ik gebeld. “Hoe laat gaat jullie vliegtuig morgen? Oké, het pak is er om half elf.”

Alles kan in Amerika.