Het nieuws van zaterdag 27 augustus 1994

Voor de groten en eenzamen

Het bulletin van het Donner Herdenkingstoernooi heeft een dagelijkse rubriek onder het motto 'Bananeschil', ontleend aan een opmerking van Tim Krabbé, “...Donners pad naar de top is geplaveid geweest met bananeschillen.“ Iedere dag zien we een diagram van een stelling waarin een deelnemer aan het toernooi op min of meer komische manier is uitgegleden, in de geest van Donner. De oorspronkelijk door Krabbé aangelegde verzameling van Donners ultra-korte verliespartijen is onlangs door Maarten de Zeeuw aangevuld en geactualiseerd. Van de derde ronde zagen we een stelling uit een partij die in een van de nevengroepen werd gespeeld. De zwartspeler stond totaal gewonnen, had al een flink overwicht aan materiaal en nog meer voor het grijpen, maar ging, in de mening dat hij nog een uur bedenktijd had, rustig rondwandelen. Toen hij bij zijn bord terugkwam bleek hij de tijd te hebben overschreden. Ik geloof niet dat Donner op die manier ooit verloren heeft, maar er is wel iets bekend uit zijn loopbaan dat er een beetje op lijkt. Het was in een IBM-toernooi in Amsterdam, waar ook de Tsjech Smejkal meedeed. Smejkal was een tijdnoodspecialist. In iedere partij, gecompliceerd of kalm, moest hij zijn laatste twintig zetten in een paar minuten doen. Juist Smejkal had de gewoonte om iedere dag een minuut of twintig te laat aan zijn bord te komen. Zo werd de bedenktijd die hij later zo hard nodig zou hebben, iedere keer aan het begin van de partij al verspild. Een bewijs dat de tijdnoodspecialist een verslaafde is, verslaafd aan zijn eigen angst en aan de drugs die in de tijdnoodfase door zijn hersenen worden geproduceerd. Maar daar gaat het nu niet om. Op de dag dat Donner op Smejkal moest wachten zei hij: “Je hoopt toch altijd dat zo'n man helemaal niet komt opdagen en dat je een gratis punt krijgt. Maar ja, dat gebeurt natuurlijk nooit.“ Niet vaak, inderdaad. Soms gebeurt het toch. De volgende dag was de ongelukkige die zo een gratis punt weggaf niet Smejkal, die er in Donners dromen voor op de nominatie had gestaan, maar Donner zelf. Wie er van profiteerde weet ik niet meer. Donner dacht dat het een rustdag was. De organisatoren probeerden hem, toen hij een half uur na het begin van de ronde nog niet was komen opdagen, nog op te bellen, maar hij was niet thuis, zat in café Scheltema de krant te lezen, genietend van zijn welverdiende vrije dag.