Terry, de goeiige broer van kleine John

Terry Major-Ball: Major Major; Memories of an older brother. Uitg.Duckworth. Prijs: 12 pond 95.

De Britse premier John Major wordt beschouwd als zo'n ontzettend kleurloze figuur dat elke publikatie die enig licht op zijn persoon werpt in Groot-Brittannië met buitengewone belangstelling wordt ontvangen. Maar of 'Major Major; herinneringen van een oudere broer' aan die behoefte voldoet, valt nog te bezien.

Op Terry Major-Ball, de elf jaar oudere broer van de Britse premier en de auteur van het boek, valt weinig aan te merken. Hij rookt niet, hij drinkt niet, hij zit niet achter vrouwen aan. “Ik zou niet weten hoe dat moet.” Daarbij is hij te verknocht aan zijn Shirley, “de enige investering in mijn leven die in waarde is toegenomen”.

Terwijl 'jonge John' mocht doorstuderen, maakte Terry overuren in de werkplaats van zijn vader. Daarbij ging het om de produktie van tuinkabouters. Trouwens ook van stenen eenden, reigers, eenhoorns, zeemeerminnen. Een van de hoofdstukken is volledig gewijd aan de bedrijfsgeheimen van de firma Major: 'Hoe maak ik mijn eigen Majors tuin-ornament'.

Hij verwijt zichzelf nog altijd dat hij het familiebedrijf niet overeind heeft kunnen houden. En ook later heeft zijn carrière weinig voorspoed gekend. In 1989 is hij ontslagen bij Philips. Sindsdien leeft de 62-jarige Terry van een pensioen van twintig pond per week, terwijl zijn vrouw werkt bij Whirlpool, een voormalig Philips-onderdeel.

De oudere broer van Major is een doener, geen denker. Als een journalist twee uur met hem heeft gepraat zonder een letter op papier te zetten, klaagt hij dat hij “in die tijd een deur had kunnen verven”. Zijn meest geliefde winkel is de doe-het-zelf zaak. Hij mag graag uitweiden over de kunst van het behangen en over de voordelen van het traploze boorapparaat.

Dat is misschien zijn enige hinderlijke eigenschap: hij kan oeverloos kwetteren. Zijn vrouw heeft hem daar al vaak voor gewaarschuwd. Daarom vraagt hij zijn gesprekspartners voortaan vriendelijk of ze hem alsjeblieft zeggen dat hij zijn kop moet houden als hij slaapverwekkend wordt.

Maar verder is hij een goedzak zonder pretenties. 'Een doodgewone vent', zo omschrijft hij zichzelf, die elk jaar opnieuw zijn vakantie doorbrengt bij Butlins in Bognor, het Britse equivalent van Sporthuis Centrum. Eén hoofdstuk beschrijft hoe heerlijk het daar is.

Terry Major-Ball heeft zijn boek niet geschreven tot meerdere eer en glorie van zichzelf. Hij komt op voor de eer van de familie. Te veel leugens zijn er al over de Major-dynastie verteld. Bijvoorbeeld dat zijn vader 'een mislukte trapeze-werker' was. Volstrekt onjuist. Zijn vader was een succesvolle trapeze-werker. En zijn moeder was een gratieuze revue-danseres, die nog tot op hoge leeftijd de split kon doen. Hoewel ze dan niet meer alleen overeind kon komen.

Ook verklaart hij het mysterie van de verschillende achternamen. Kranten hadden al geschreven dat hun ouders niet in de echt waren verbonden, wat de verschillende familienamen van de twee broers zou verklaren. Maar de werkelijkheid volgens Terry is tegelijkertijd gewoner en fantastischer. Pa zou aanvankelijk Ball hebben geheten. Zijn artiestennaam als trapeze-artiest in de Verenigde Staten was Tom Major. Later als directeur van een revue-gezelschap zou hij beide namen tot Major-Ball hebben verenigd. Die naam verscheen ook op Terry's geboortebewijs. Maar bij aangifte van John vond vader kennelijk Major weer voldoende.

Over zijn jongere broer heeft Terry weinig te vertellen, behalve dat hij waarschijnlijk zo'n boekenwurm is geworden omdat zijn moeder in een bibliotheek werkte en hem altijd meenam in de kinderwagen. Ook meldt hij dat een Duitse krijgsgevangene 'kleine John' de Hitler-groet geleerd heeft en dat zijn jongere broer nooit te beroerd was om te helpen bij de vervaardiging van tuinkabouters.

Uit alles blijkt hoe trots hij op zijn kleine broertje is. Hij krijgt tranen in zijn ogen als John Major in november 1990 tot leider van de Conservatieve Partij wordt gekozen. “Dus kleine John is de nieuwe premier.” En hij wordt laaiend als zijn broer als 'grijs' en 'zwak' wordt afgeschilderd. “Ze zouden eens moeten zien hoe leuk hij met zijn kleine achterneef kan spelen.” En: “Hoe komen ze erbij dat hij niet sterk is? Hij kan alles aan wat het leven hem aandoet.” Terry ziet in zijn jongere broer alle familiedeugden samen komen: rechtvaardigheid, eergevoel, veerkracht en persoonlijkheid.