Streng toezicht op coffeeshops door justitie

DEN HAAG, 25 AUG. Het openbaar ministerie gaat er strenger op toezien dat de criteria voor de verkoop van softdrugs in coffeeshops worden nageleefd.

Een verbod op de verkoop van softdrugs aan buitenlanders komt er niet. De vergadering van procureurs-generaal heeft dat besloten. Met het strengere toezicht moet de overlast rondom coffeeshops worden ingedamd.

De PG's gaan de vijf criteria waaraan coffeeshops moeten voldoen vastleggen in een landelijke richtlijn, waarmee ze formeel tot landelijk beleid zijn geworden. De criteria werden al in de gemeenten gehanteerd. “Deze stap betekent dat de aanpak van de overlast voor het openbaar ministerie een hogere prioriteit krijgt”, verklaart een woordvoerder van het OM.

De rechtbank in Almelo sprak eerder deze maand uit dat een verbod softdrugs aan buitenlanders te verkopen, zoals geopperd door indertijd minister van justitie Hirsch Ballin, discriminerend is. In Hengelo en Enschede was dat verbod in een gemeentelijke verordening opgenomen, omdat met name veel Duitse jongeren speciaal de grens overkwamen om in Nederlandse coffeeshops softdrugs te kopen.

Coffeeshops die softdrugs verkopen moeten voldoen aan de vijf zogenoemde AHOJG-criteria. Die houden in dat coffeeshops niet mogen afficheren (a), geen harddrugs mogen verkopen (h), geen overlast mogen veroorzaken (o), geen softdrugs verkopen aan mensen jonger dan achttien jaar (j), en niet méér mogen verkopen dan dertig gram per transactie (g). Met die laatste maatregel koppelen de PG's het coffeeshopbeleid aan de Opiumwet. Iemand die meer dan dertig gram aan softdrugs bezit begaat volgens die wet een misdrijf.

De leeftijdsgrens van achttien jaar wordt voor het eerst vastgelegd. Volgens de woordvoerder van het openbaar ministerie hielden sommige gemeenten een minimumleeftijd van zestien jaar aan, andere verboden de verkoop van softdrugs aan personen onder de achttien.

Verder heeft de vergadering van PG's besloten dat geen limiet zal worden gesteld aan de omvang van de handelsvoorraad van de coffeeshops. Hiertoe biedt de Opiumwet geen ruimte, aldus de procureurs-generaal. Bovendien is het beleid er niet op gericht aan te geven hoeveel klanten een coffeeshophouder maximaal op een bepaald tijdstip mag bedienen.

De PG's kondigen aan dat aan de criteria strikt de hand zal worden gehouden. Volgens de vergadering bieden de maatregelen voldoende garantie voor beheersing van de overlast rondom de coffeeshops. Zij vinden dat het openbaar ministerie, de gemeenten en de politie moeten samenwerken in hun strijd tegen de overlast die coffeeshops voor hun omgeving kunnen veroorzaken.

De top van het openbaar ministerie is van mening dat het Nederlandse drugsbeleid door zijn “genuanceerde aanpak” vruchten heeft afgeworpen. Een van de belangrijkste doelstellingen is de scheiding van de softdrugs- en de harddrugsmarkten.