Exodus uit Havana maakt Cubanen in Miami onzeker

MIAMI, 25 AUG. Verstrooid groet Jorge Mas Canosa de gebruikelijke smekelingen in de wachtkamer achter de zwaar bewaakte ingangsdeur van zijn Cuban American National Foundation. Het lijkt of de aanwezigen die wachten op nieuwe lijsten van bootvluchtelingen, de adem inhouden: dat ìs hem, de grote helper met zijn ronde brilletje en zijn strak gesneden donkerblauw kostuum. Met zijn stichting speelt deze Amerikaanse telecommunicatiemagnaat van Cubaanse afkomst een grote rol in de Amerikaanse Cuba-politiek.

De stichting verleent hulp aan Amerikaanse Cubanen bij het verkrijgen van immigratievisa voor Cubanen in derde landen en bij het leggen van contacten met familie in Cuba. Bovendien maakt de stichting plannen voor het tijdperk na Fidel Castro. Een vrijwilligerskorps wordt opgeleid om dan meteen een databank voor professionals en een trainingscursussen voor onderwijs, democratie en kapitalisme te starten. Een korte-golfstation, Voz de la Fondación, verzorgt acht uur per dag uitzendingen naar Cuba. In de Adviesraad van de stichting zitten onder andere de schrijvers Mario Vargas Llosa en Jean François Revel.

Mas Canosa heeft de omwentelingen in voormalig Oost-Duitsland, Hongarije en Tsjechië bestudeerd en hoopt van de daar gemaakte fouten te leren. Hoewel hij het nooit expliciet heeft gezegd, gaan de Cubaanse immigranten ervan uit dat hij president van een democratisch Cuba wil worden. Die kans wordt steeds kleiner naarmate hij langer in de Verenigde Staten zit. Wat goede etnische politiek is in Amerika, kan totaal mislukken in het mythische vaderland.

Afgelopen week was Mas Canosa in het Witte Huis om president Clinton en zijn medewerkers te adviseren over de stroom van Cubaanse bootvluchtelingen naar Florida. Door zijn aanwezigheid in Washington wordt Mas Canosa geassocieerd met Clintons beleid en zijn sterke positie in de Cubaanse politiek is daarmee aangetast. “Hij reisde naar Washington en deed alsof hij namens alle Cubanen sprak”, zegt Tomas Regalado, hoofdredacteur van Radio Mambi, een populair rechts Cubaans radiostation in Miami. De prijs voor de steun van Mas Canosa is wel dat Clinton harder moet optreden tegen Castro en zeker geen diplomatieke kanalen mag openen.

De houtje-touwtje-armada uit Havana heeft de Cubaanse immigranten onzeker gemaakt. Nu moet de bijna tot etnisch ritueel geworden retoriek over blokkades worden uitgevoerd. De Cubaanse president Castro staat er slecht voor. Nu zou het dus tijd zijn om met een internationale scheepsblokkade een eind aan zijn regime te maken. Mas Canosa lobbyt voor een internationale blokkade. Maar als de afsluiting van het eiland geen effect heeft op de heersende elite, zoals in Haïti, moeten de familieleden in Cuba voor niets honger lijden en misschien zelfs sterven. Sinds het belangrijke jaar 1989 is de val van Castro al voorspeld en hij zit er nog steeds. De Cubaanse Amerikanen willen graag economische strafmaatregelen, als de eigen familieleden maar worden uitgezonderd.

Op Radio Union, het radiostation van Pablo Vega, wordt juist gepleit voor contacten met Cuba. Dat is een gevaarlijk standpunt. De redactie moest van Little Havana naar een industrieterrein verhuizen omdat Cubaanse immigranten voor de deur postten en de ruiten ingooiden. Eigenaar Vega ontving eens een groep die protesteerde tegen de radiocommentaren van Francesco Arruga (“een vuile communist!”), die chartervluchten naar Cuba verzorgt. Een van de leden uit die groep nam Vega aan het einde van het gesprek apart. “Je moet onze protesten van zojuist vergeten. Dat was politiek”, zei hij. “Kun je mij met die Arruga in contact brengen? Mijn vrouw moet naar Cuba, want haar moeder is ernstig ziek.”

De Cubaanse immigranten hebben sympathie voor het tegenhouden van de bootvluchtelingen maar vertrouwen er tegelijkertijd op dat hun gevangen familieleden uiteindelijk Amerika binnen zullen mogen. “De Amerikaanse regering houdt uw familieleden alleen vast om de vluchtelingenstroom te stoppen”, zo troostte de vice-president van de stichting, Alberto Hernandez, afgelopen dinsdagavond een Cubaans gezin in de wachtkamer. “Anders komen er misschien wel zeven miljoen hierheen. Als het weer rustig is geworden, kunnen wij u wel helpen om uw familieleden hierheen te halen.”

Aan dergelijke verwachtingen wil de Amerikaanse regering juist een einde maken. Gisteren hebben drie hoge functionarissen in het Witte Huis zich in een persconferentie nogmaals tot de Cubanen gericht om hen te ontraden in een vlot naar Florida over te steken. Minister van defensie William Perry verzekerde dat hij de capaciteit van het volstromende detentiecentrum voor Cubaanse vluchtelingen in de militaire basis Guantánamo Bay met nog 40.000 plaatsen kan uitbreiden. Ze zouden voorlopig niet vrij komen. “Waag uw leven niet. Het is te gevaarlijk. U moet niet verwachten dat u in de Verenigde Staten terecht komt. U gaat naar de militaire basis van Guantánamo”, zei minister van justitie Janet Reno.

De opmerkingen werden door de kortegolfzender van de Amerikaanse overheid, Radio Martí, simultaan vertaald en naar Cuba uitgezonden. Cubaanse immigranten nemen aanstoot aan deze opmerkingen van Reno en Perry. “De Amerikaanse functionarissen richten zich niet tegen Castro maar tegen de vluchtelingen op vlotten en zeggen dat ze hen willen straffen. Ik denk dat je een internationale blokkade moet organiseren en ons moet herenigen met onze familieleden”, protesteert Tomas Regalado van radio Mambi.

Voor de deur van het zwaar bewaakte radiostation staan drommen Cubanen voor de lijsten met nieuwe namen van vluchtelingen die in Guantánamo Bay of Krome Detention Center worden vastgehouden. “De nieuwe maatregelen van Clinton tegen Cuba werken niet”, zei Regalado gisteren. “Vandaag zijn er nog Cubanen met een chartervlucht naar Cuba gegaan. Het vliegverbod is nog steeds niet in werking getreden. En als het verboden is om vanuit Miami te vliegen, gaat de chartermaatschappij via derde landen. Het geld voor de familie kan ook via derde landen worden gestuurd.”

Hij vindt het immoreel Cubanen te manen om op het eiland te blijven. “Wij zijn wel hier gekomen”, zegt hij. “We zijn vrij en zitten hier comfortabel, met airconditioning, drie maaltijden per dag. Wat hebben we voor recht van spreken?”

De meeste inwoners van Florida willen onder geen voorwaarde gezinshereniging van Cubanen. De Floridanen kampen al met overbezette scholen. Toen Cubaanse bootvluchtelingen in 1980 in Miami Beach op straat sliepen, bracht Time Magazine een omslagverhaal over Miami getiteld: Paradise Lost. De gouverneur van Florida, Lawton Chiles, en president Clinton hebben aan populairiteit gewonnen sinds de vluchtelingen gevangen worden gehouden. Ze hebben geleerd van de politieke schade na de toevloed van 125.000 Cubanen uit de havenplaats Mariel in 1980.

Onder Amerikaanse anglo's heerst er nog ressentiment tegen de Spaans sprekende indringers. Ruim een derde van de inwoners van Miami is Europees blank en de subtropische metropool ontwikkelt zich steeds meer tot een Latijnsamerikaans centrum. Mas Canosa wordt nog gehaat om zijn grapje toen hij antwoordde op de vraag van een Spaans televisiestation of hij na de val van Castro de Cubaanse apparatsjiks eruit zou krijgen: “Ik heb toch ook de anglo's uit Miami gegooid?” Tot voor een paar jaar reden er auto's rond met de bumpersticker: “Wil de laatste Amerikaan die Miami verlaat, niet vergeten de vlag mee te nemen?”

De latinisering van Miami heeft ook een nadeel voor Cubanen. Ze gaan steeds meer op in andere groepen Latijnsamerikaanse immigranten. Little Havana - de van oorsprong Cubaanse wijk in Miami - herbergt steeds meer Dominicanen, Nicaraguanen of Hondurezen. De vijftien Spaanstalige radiostations richten zich steeds minder exclusief op de Cubaanse markt. De tweede generatie Cubanen spreekt behalve Engels nog wel Spaans maar is minder betrokken bij het lot van Cuba.

“Ik vind het wel zielig voor de Cubanen en voor de Haïtianen maar ik weet niet wat je er aan kunt doen. Ik houd me er niet zo mee bezig”, zegt de in Amerika uit Cubaanse ouders geboren Richard Vega, manager bij de Spaanstalige Radio Union. De nieuwe aanwas vluchtelingen onderhoudt nog wel een band met Cuba. Maar zij zijn armer en minder ontwikkeld dan de ouderen. De ouderen kwamen niet per vlot of binnenband maar per vliegtuig, toen het nog kon. Zij overheersen in de Cubaanse immigrantenorganisaties.

Karikaturaal is Alfa 66, een groep geüniformeerde oude heren die wekelijks trainen met wapen en pochen over hun verzetsdaden. Maar velen zijn teleurgesteld als ze naar Cuba terugreizen. “Ik stond drie uur lang op de hoek van de straat waar ik altijd had gewoond. En ik kende niemand”, zei een teleurgestelde zestiger die na dertig jaar naar Cuba op vakantie was geweest.