Hete chocolade tot in het oneindige verkleind

Tentoonstelling: Met een Blik op Oneindig; het Droste-effect. T/m 30 okt. Frans Halsmuseum, Vleeshal, Grote Markt, Haarlem. Ma t/m za 11-17u en zo 13-17u.

In 1904 ontwierp de Haarlemse reclameschilder Jan Misset voor fabrikant Gerard Droste een nieuwe cacaoverpakking. Om de medicinale werking van het produkt te benadrukken tekende Misset een verpleegster met een dienblad met daarop een kop dampende chocolademelk en een blik cacao. Op dit blik is het tafereel opnieuw afgebeeld, enzovoort: het Droste-effect. In de afbeelding wordt de gehele afbeelding op een steeds kleinere schaal herhaald tot in het oneindige toe, zo is de suggestie.

Ter gelegenheid van de negentigste verjaardag van het ontwerp is op zolder van de Haarlemse Vleeshal een bescheiden tentoonstelling ingericht gewijd aan het Droste-effect. Met een blik op oneindig is de uitvoering van het winnende ontwerp van de tweede Frans Halsprijs voor tentoonstellingsvormgeving. Die werd in 1992 gewonnen door het Rotterdamse ontwerpersduo Jan Konings en Jurgen Bey.

Alleen bij de entree van de zolderruimte van de Vleeshal zijn originele Drosteblikken gebruikt, in een robuuste stapeling van exemplaren van uiteenlopende afmetingen en leeftijden. Op het oudste blik draagt de verpleegster nog een rood kruis - hetgeen snel werd verboden. In een Amerikaanse variant is de verpleegster vervangen door een boer en boerin. Datering van de blikken gaat eenvoudig aan de hand van de kromming in de tekst.

Met de blik op de oneindig illustreert het Droste-effect en wat ermee samenhangt aan de hand van voorbeelden uit de kunstgeschiedenis: het Stefaneschi altaarstuk van Giotto of La condition humaine van Magritte. Konings en Bey hebben louter gebruik gemaakt van kopieën: drukwerk, dia's en videobeelden. De ontwerpers zeggen daarvoor bewust te hebben gekozen - geen onhandig besluit.

Rechtvaardigt het Droste-effect een zelfstandige tentoonstelling? In de schilderkunst is de oogst aan droste-effecten van vóór het Droste-effect opvallend mager, zo constateert kunsthistorica Lieneke van Wees in het gelijknamige boekje bij de tentoonstelling. De familie Albertus Horstman van Casparus J. Morel uit 1823, met daarop een schilderij aan een wand waarop het tafereel wordt herhaald, komt nog het dichtst in de buurt. Twintigste-eeuwse voorbeelden zijn er meer, zoals de zich herhalende doodshoofden in Le visage de la guerre van Dali uit 1940.

Al een stap terug zijn schilderijen met schilders die een schilderij schilderen. En wat een enkelvoudige spiegeling, zoals een molen in het water, nog met het Droste-effect van doen heeft, blijft onduidelijk. Daarmee is de kern van het bezwaar tegen de tentoonstelling aangegeven: veel is er met de haren bijgesleept. Bij het Droste-effect in zijn zuivere vorm herhaalt de afbeelding zich binnen die afbeelding, op kleinere schaal en noodzakelijkerwijs tot in het oneindige. Fractalen, zoals de zeef van Sierpinski (1916), zijn daarvan de geometrische abstractie. Verwijder een aspect, en het hele effect is zoek. Wat heeft het dan voor zin om aan te komen met zaadcellen, met cirkelredeneringen of met vormgeving geënt op het klassieke verhaal van het schaakbord en de rijstkorrels?

Veel aardiger is het te spelen met het Droste-effect. Dat gebeurt door het uitstallen van de maquettes van alle zes inzendingen voor de oorspronkelijke prijsvraag: een tentoonstelling in een tentoonstelling. Of door J.C.J. van der Heyden in het schilderij Expositie (1966), waarop hij een reeks schilderijen afbeeldde. Links onderin spaarde de kunstenaar een ruimte uit waarbinnen zich alles herhaalt, behalve dan dat de uitgespaarde ruimte in de uitgespaarde ruimte leeg is gelaten. Op de tentoonstelling wordt nu op deze oningevulde plek een diaserie met het overige werk van Van der Heyden geprojecteerd.

Minstens zo aardig is de vondst van het drie-dimensionaal Drostekijken. Door een koker ziet de toeschouwer een Droste-ontwerp met op de plaats van de cacaobus een gat. Dat gat wordt precies gevuld door de perspectivische verkleining van een evengroot ontwerp dat achter het eerste hangt. Enzovoort, zij het dat het bij het derde gat misgaat. De meetkunde schrijft nu eenmaal voor dat de onderlinge afstand tussen de Drostemeisjes steeds groter wordt en nummer vier in de rij paste bij lange na niet meer in de tentoonstellingsruimte.

    • Dirk van Delft