Ratificaties brengen verbod chemische wapens dichterbij

DEN HAAG, 23 AUG. De kans dat het verdrag over een totaal verbod op chemische wapens volgend jaar van kracht wordt is aanzienlijk gestegen. Nu deze maand Spanje, Duitsland en Bulgarije en vanmorgen Sri Lankahet verdrag over een wereldwijd verbod hebben geratificeerd, is de stemming op het kantoor van het Chemische-Wapensbureau aan de Haagse Laan van Meerdervoort hoopvol.

“Januari volgend jaar halen we helaas niet”, zegt de Rus Sergej Batsanov, directeur externe betrekkingen, “maar midden volgend jaar is volgens mij wel haalbaar. Veel hangt af van de ratificatie van het verdrag door de Amerikaanse Senaat. De VS gaven aanvankelijk aan dat dit mogelijk al in juni of juli van dit jaar zou kunnen gebeuren, maar men heeft het nu kennelijk weer druk met andere dingen.”

De verwachting is dat Rusland pas volgend voorjaar het verdrag zal ratificeren, omdat de vernietiging van de bestaande voorraden chemische wapens heel wat voeten in de aarde heeft. Bovendien zijn er aanwijzingen dat Mexico, een land met een grote chemische industrie, binnenkort gaat tekenen. Dat zou, zo is de verwachting in Den Haag, ook andere Latijns-Amerikaanse landen over de streep kunnen trekken.

In het verdrag over een wereldwijd verbod op chemische wapens, dat in januari 1993 in Parijs werd getekend, is bepaald dat het verdrag op zijn vroegst op 15 januari 1995 in werking treedt, zodra 65 van de 157 landen die zich tot dusver bereid verklaarden tot deelname, het hebben geratificeerd. Met die ratificaties schoot het tot dusver niet erg op. “Dat baarde ons wel zorgen”, geeft Batsanov toe. De Fiji-eilanden, Mauritius, de Cook-eilanden, de Seychellen, Mauritius verbonden zich al snel aan het komende verbod op “de ontwikkeling, produktie, opslag, transport en gebruik van chemische wapens”. Ook Australië, Noorwegen, Zweden en Albanië ratificeerden, maar pas nu daar deze maand Spanje, Duitsland en Bulgarije zijn bijgekomen is het perspectief op een totaal verbod concreter geworden. Toetreding van Spanje en Duitsland wordt uitgelegd als eerste stap naar ratificatie door alle EU-landen. De toetreding van Bulgarije wordt evenzeer belangrijk geacht, omdat de industrie in dat land momenteel een vrijheid geniet die feitelijk groter is dan in veel Westelijke landen. Batsanov vindt het een hoopvol teken dat de Bulgaarse regering toch heeft geratificeerd en zo de controle over potentieel gevaarlijke stoffen aan zich wil trekken. Ook dat kan in de Oosteuropese regio werken als goed voorbeeld.

Opvallend punt is dat belangrijke landen in het Midden-Oosten als Egypte, Libië en Irak nog ontbreken op de lijst van 157 ondertekenaars. Dat betekent een hypotheek op de werking van het verdrag in dat gebied. Verwacht wordt overigens dat het huidige VN-toezicht op Irak op den duur door inspecteurs van het bureau in Den Haag zal worden overgenomen.

Het aanvankelijke uitblijven van ratificaties verbaast Batsanov overigens niet, omdat het om een buitengewoon ingewikkeld verdrag gaat dat veel regelingen en afspraken met de industrie vergt. Lang niet alle landen hebben een daarop aangepaste wetgeving. Batsanov: “De tekst van het verdrag geeft precies aan welke stoffen als potentieel gevaarlijk dienen te worden beschouwd. De regeringen moeten daarna nagaan welke industrieën van die stoffen gebruik maken. Ze hebben de neiging eerst naar hun chemische industrie te kijken, maar ook in de farmaceutische industrie en in de landbouw worden grondstoffen gebruikt die onder het regime van het verdrag vallen. Wij helpen de landen daarbij, al kunnen we als bureau onze wil natuurlijk niet opleggen. Vooral in veel Westelijke landen heerst de opvatting: dat kunnen we zelf wel. Maar andere landen stellen wel prijs op ons advies.”

In het bureau in Den Haag werken momenteel 106 mensen, een aantal dat dit jaar nog tot 120 kan stijgen. Zodra de 65 ratificaties binnen zijn, kan begonnen worden met de opleiding van inspecteurs voor de controle op de naleving van het verdrag. Inmiddels hebben zich daarvoor al meer dan duizend mensen uit de hele wereld aangemeld, van wie er 180 in opleiding zullen worden genomen. Daaruit moeten dan uiteindelijk 140 inspecteurs gerecruteerd worden.

In die tijd zal het bureau worden uitgebreid naar 400 medewerkers en zal moeten worden uitgezien naar grotere huisvesting. Daarover is het bureau in overleg met de gemeente Den Haag en het ministerie van buitenlandse zaken. Zoveel lof als men heeft voor de manier waarop de Nederlandse diplomatie erin slaagde het bureau aan Wenen en Genève te ontfutselen, zo teleurgesteld toont men zich nu over de opstelling van de Nederlandse autoriteiten. De grondprijs voor een mogelijke definitieve lokatie in de buurt van het Haagse Congresgebouw zou 19 miljoen gulden bedragen, een vijfde van de totale kosten van het project. Eigenlijk had de organisatie erop gerekend de grond niet tegen marktwaarde maar voor een symbolische prijs te kunnen verwerven. Ook voor het probleem van een onmiddellijk beschikbare congresruimte moet nog een oplossing worden gezocht.