Jongeling schreeuwt Haringa naar vierde titel in successie

PALERMO, 20 AUG. Het Wilhelmus klonk gisteravond in Palermo, terwijl Ingrid Haringa trots als een pauw op het erepodium stond. De 30-jarige Nederlandse wielrenster was onbetwist de sterkste in de puntenkoers bij het wereldkampioenschap op het Italiaanse eiland.

Hoewel het de vierde gouden WK-medaille op rij was voor de politie-agente uit Hoofddorp, kwam de titel nog tamelijk onverwachts. Insiders hadden immers voorspeld dat Haringa min of meer op haar retour was. Ze baseerden die gedachte op het mondiale sprinttoernooi, waar de blonde Noordhollandse eerder deze week geen aanspraak kon maken op een toppositie en simpel naar de troostronde werd verwezen.

Enkele critici gingen zelfs zo ver te verkondigen dat het tijdperk van de Nederlandse baankoningin definitief voorbij was, wijzend op de naar hun idee terug gelopen 'pure' snelheid van Haringa. De Nederlandse had het daar moeilijk mee, maar weigerde zich met die voorstelling te verzoenen.

Gisteren begon ze op en top geladen aan de klus in het Paolo Borsellino-stadion - vernoemd naar een door de Mafia vermoorde rechter - en schitterde ouderwets. Aan het einde van de race dreigde het nog even mis te lopen, toen Haringa niet meer de macht had zich met de spurt te bemoeien. De kampioene na afloop: “Naar voren, trut, schreeuwde Maria Jongeling me vanuit de groep toe. Ik kon niet meer. Daarom durfde ik bij het passeren van de finish ook niet te juichen. Ik wist niet of iemand me nog voorbij was gegaan. Gelukkig pakte Maria nog een paar punten aan de meet. Ze heeft me geweldig geholpen. En dat voor een negentienjarige.”

De puntenkoers oogt uiterst ingewikkeld, maar is in wezen simpel. De 34 vrouwen uit 23 landen rijden zestig ronden met twaalf sprints. De eerste vier aankomenden ontvangen per spurt respectievelijk vijf, drie, twee en één punten. Bij de finish tellen de beloningen dubbel, waarna een optelsom de kampioen aanwijst. Deze discipline is veeleisend: de rijdsters slopen zichzelf en elkaar niet alleen door de vele tempo-wisselingen, ze moeten bovendien herhaaldelijk hun ellebogen en schouders gebruiken om in het gedrang overeind te blijven. Voorts dienen ze, last but not least, over veel snelheid te beschikken. En juist op dat laatste onderdeel zou de geslepen Haringa aan kracht hebben ingeboet.

“Een wereldtitel krijg je niet op bestelling”, riep de Noordhollandse toen ze woensdagavond in de kwartfinales van de sprint was uitgeschakeld. “Een medaille was me veel waard geweest. Het doet pijn dat het niet is gelukt. Ik heb alles gegeven en voor mijn gevoel heb ik niet slecht gereden.” Ze voelde zich nog niet afgeschreven, ze kondigde een revanche aan in 1995. Al realiseerde ze zich dat een sprinttoernooi vreselijk vermoeiend is. Haringa: “Geestelijk ben ik na afloop compleet kapot.”

Met name voor de Noordhollandse kost zo'n wedstrijdenreeks ongelooflijk veel kracht, omdat ze naar haar zeggen “nog altijd enigszins amateuristisch te werk gaat”. Terwijl de tegenstrevers veelvuldig op de trappers gaan staan, maakt Haringa vaart door hard aan het stuur te trekken. “En daar krijgen je buikspieren een enorme opdonder van”, vertelde ze twaalf maanden geleden in Vikingskipet van Hamar, waar ze tweede werd op de WK-sprint. Een dag later veroverde ze desondanks de hoogste titel in de puntenkoers.

De krachtmens Haringa is blijkbaar snel over een zware inspanning heen. Vandaar dat “het wrak-Haringa”, zoals ze zichzelf woensdag nog omschreef, gisteravond toch weer fit en uitgerust aan de zo geslaagde puntenkoers begon. “In elk geval”, zei ze op Sicilië, “was ik vol zelfvertrouwen. Ik wist dat ik iets moois kon laten zien. Het moest, nu of nooit.”

Misschien heeft ze die perfecte instelling nog overgehouden van de periode dat ze er als schaatsster lange tijd alles aan deed om door te breken. Ter herinnering: vóór ze grote successen oogstte op de wielerbaan, was ze op de smalle ijzers een aardige subtopper, die 's zomers op de racefiets klom om op de weg in conditie te blijven. Bondscoach Piet Hoekstra van de wielerunie adviseerde Haringa om de piste op te gaan. Zo werd Haringa in 1990 toevallig baanrenster. Prompt werd de nog onhandig sturende rijdster bij de WK van 1991 in Stuttgart eerste, zowel op de sprint als in de puntenkoers. Een jaar later, bij de Olympische Spelen van Barcelona, spurtte ze hard genoeg voor een bronzen medaille.

Die plotselinge explosies van een nieuwkomer tonen overigens aan dat het baanwielrennen bij de vrouwen nog niet volwassen is. Dat die stelling juist is, werd afgelopen week in Palermo wederom aangetoond op het geschilderde (en daardoor afbrokkelende) beton van de mooie 400 meter lange Paolo Borsellino-baan. Op vrijwel alle nummers verschenen er enkele krabbers aan de start, die niet bij een wereldkampioenschap thuis hoorden. De Siciliaanse kijkers - het eiland heeft geen wielertraditie - maakten zich er niet boos over. Ze beleefden elke avond een kostelijke happening. En dat zonder entreegeld te hoeven betalen.

Aanvankelijk wilde de organisatie wèl toegangskaartjes verkopen, maar ze kwam er op tijd achter dat er in dat geval slechts vijf- à zeshonderd mensen op de tribunes zouden plaats nemen. Nu kregen ook de vele arme mensen uit Palermo en omgeving de kans om eens bij topsport aanwezig te zijn, hetgeen leidde tot soms meer dan negenduizend enthousiaste klanten. Dat was goed voor de sponsors, goed voor de televisiebeelden, maar uiteraard óók goed voor de deelnemers. Ook Ingrid Haringa zei van de massale opkomst te hebben genoten, hoewel die bij haar pas gisteren leidde tot een verhoging van de prestaties.

De ongeëvenaarde knokster - ze hoopt de Olympische Spelen van 1994 in Atlanta te halen - krijgt bij dit WK nòg een kans zich te onderscheiden. Volgende week dinsdag neemt Haringa in Capo d'Orlando deel aan de 86,380 kilometer lange individuele wegrace van de vrouwen. Ze zegt weer “op scherp” te staan, al weet ze dat haar kansen op het geaccidenteerde terrein klein zijn. “Ik ben daar voor een eventuele massasprint. Komt die er niet, dan ben ik helper.”

Peter Pieters wist zich gisteravond te plaatsen voor de finale puntenkoers. De Nederlander had in zijn serie na zestig ronden met dertien punten de hoogste score, maar werd tweede omdat de Oostenrijker Stocher een voorsprong van een ronde had. Eerder op de avond bereikte Leon van Bon eveneens de eindstrijd, die vandaag op het programma staat.