Jan Kuijten - een financier die in de grootste stilte zaken doet

Onder de Nederlandse financiers geldt de 55-jarige Jan Kuijten als een van de slimste, maar tevens als de meest ontoegankelijke. Zelfs mensen die zaken met hem doen krijgen meestal alleen zijn partner te zien. In een bruin bovenzaaltje in het Utrechtse Hoog Catharijne wordt echter jaarlijks een tip van de sluier van een deel van zijn imperium opgelicht.

Kuijten grossierde in de jaren tachtig in beursfondsen. Soms in antieke zoals Nierstrasz, Industrieele Maatschappij en Investeringsmaatschappij Nederland, soms in nieuwe zoals automatiseringsbedrijf HCS of Venture Fonds Nederland. Van alle snelle jongens uit de jaren tachtig bleek Kuijten de snelste: geen van deze maatschappijen staat meer op de beurs. HCS ging na zijn vertrek failliet, de anderen kregen een andere gedaante. Het doel werd echter bereikt: een fortuin van honderden miljoenen guldens voor Kuijten.

Het geld bracht Kuijten in een isolement. Al lang is hij niet meer gesignaleerd in het Amsterdamse etablissement Luxembourg dat hij vroeger frequenteerde. Z'n villa aan de Larense Vredelaan veranderde steeds meer in een burcht. De Larense gemeenschap kende amper de discrete financier die vaak alleen in gepeins over de hei struinde. Als een volslagen verrassing daverden vorig jaar 's avonds ineens verhuiswagens door Laren: Kuijten vertrok met zijn gezin naar België. “De belastingdienst zat hem op de hielen”, zo roddelde Laren.

Kuijten weigerde alle medewerking aan dit verhaal, maar dit punt wil hij nog wel rechtzetten. Hij vertrok pas nadat toen hij finaal had afgerekend met de belastingdienst. Zijn hoofdkantoor in het Utrechtse 'La Vie' nam hij mee en situeerde hij in Den Bosch, op plezierige rijafstand van zijn Belgische woonhuis.

Kuijten begeeft zich steeds minder in Nederland. Zaken doen in stilte is meer dan ooit zijn adagium. Het wettelijk verplichte deponeren van jaarstukken beschouwt hij als een inbreuk op zijn privacy. Zijn privé-beleggingsmaatschappij Reiss & Co blijft al sinds 1986 bij de Kamer van Koophandel in gebreke, maar Kuijten neemt de daaropvolgende procedures en boetes graag voor lief. Net zoals hij er ook alles voor over had om zelf enig aandeelhouder van Reiss te worden. Drie jaar procedeerde hij tot de laatste aandeelhouder vertrok. Zijn strijd om de geheimen van Reiss niet prijs te geven, heeft zelfs een ideologische lading gekregen: hij voert aan dat de regering voor hem een uitzondering op de wet op de jaarrekening moet maken, omdat hij als enig aandeelhouder recht heeft op privacy.

Een boze ex-werknemer heeft eens uit wraak jaarcijfers van Reiss onder het kopje 'te deponeren jaarstukken' de krant doen toekomen. Daaruit blijkt dat deze privé-maatschappij van Kuijten in 1989 al goed was voor een eigen vermogen van 216 miljoen gulden.

Kuijten verkreeg dat vermogen vooral door Holec-dochter HCS in 1986 naar de beurs te brengen. Uit de officieuze stukken van Reiss blijkt dat het HCS-belang in 1986 nog maar een waarde had van 150.000 gulden. Uit de handel die daarna via allerlei tussenpersonen plaatsvond met Albada Jelgersma (Unigro), Van den Nieuwenhuyzen (Begemann) en Melchior (Zangersheide) heeft Kuijten honderden miljoenen verdiend. Het betrokken drietal verloor even grote bedragen. HCS zelf ging twee jaar terug ter ziele.

Met HCS verspeelde Kuijten echter zijn naam. Zijn speelruimte werd daardoor in Nederland later beperkt. Veel financiers en eigenaren van bedrijven, laat staan aandeelhouders, zijn bang voor Kuijten. Plannen van Kuijten voor redding van HCS en overname van Macintosh begin jaren negentig mislukten daarom. Niet omdat de plannen op zich slecht waren, maar omdat zijn imago bij particuliere beleggers niet goed is. Dat slechte imago is misschien niet eens het gevolg van de handel in HCS-aandelen, maar door een vestzak-broekzak transactie bij HCS.

Kuijten kocht als president-directeur van HCS uit zijn privé-collectie Reiss het bedrijf Microlife. Beleggers menen dat HCS tientallen miljoenen meer betaalde dan Kuijten zelf gedaan had. De Microlife-kwestie had hem volgens Britse beleggers in hun land ongetwijfeld achter slot en grendel gebracht. Kuijten wist zich echter op tijd gesteund door twee grote HCS-beleggers, automatiseerder Willem Smit en het Shell Pensioenfonds. Kuijten zelf meent dat de pers de transactie nooit in zijn finesses heeft doorgrond, wat hem deed besluiten niet meer met de media te communiceren. Hij wijst er slechts op dat ruim 90 procent van de aandeelhouders hun goedkeuring hebben gegeven aan zijn beleid als president bij die transactie.

Achteraf is wel iets over die steun van de grootaandeelhouders te zeggen. Willem Smit was de verkoper van Microlife. Hij had nog geld van Kuijten tegoed en had geen belang bij een ruzie. Bij het Shell Pensioenfonds zat toen drs. J.J. de Kort, vertrouweling van Kuijten. Hij is het ook die als commissaris, samen met de als directeur van het Juliana Fonds met negatieve publiciteit kampende J. Hillenius, jaarlijks acte de presence geeft in een Utrechtse bovenzaaltje om nog iets van de activiteiten van Kuijten te vertellen.

Kuijten ontkomt er namelijk niet helemaal aan om af en toe iets van zijn activiteiten te laten zien. En als het dan toch moet, dan doet hij dat het liefst in vakantietijd in een heet bovenzaaltje in Hoog Catharijne. Daar vindt de jaarlijke aandeelhoudersvergadering van Venture Fonds Nederland plaats. Dit fonds is één van Kuijtens instrumenten voor het aan- en verkopen van allerhande bedrijven. Zo zit in het fonds onder meer een hotelketen (Baron-hotels), een computerbedrijf (Install Data) en boilerfabrikant Inventum.

Hoe Venture Fonds Nederland precies in elkaar zit, is voor aandeelhouders op grond van de stukken moeilijk te doorgronden. Zien ze het ene jaar bedrijven als NedVentures, Lantana en Arned in de stukken staan, het volgende jaar blijken ze te zijn geliquideerd. Hebben zij zich net verdiept in de computerbedrijven die onder een veelheid van namen en eigenaars heen en weer worden geschoven, dan blijkt het fonds weer iets te hebben gekocht in totaal andere branches. Zo blijkt uit het deze zomer gepresenteerde jaarverslag ineens dat Kuijten een gaswinningsgebied op de Noordzee heeft opgekocht.

Duidelijkheid is waarschijnlijk niet het oogmerk van het jaarverslag. Dat andere aandeelhouders dan Kuijtens Reiss inzicht hebben in het fonds, is waarschijnlijk niet de bedoeling, laat staan dat zij naar Utrecht afreizen. De pers is al helemaal niet welkom en wordt bij de ingang van de vergadering geweerd. Kuijten zou het liefst ook de aandeelhouders weren, maar bij een voormalig beursfonds is dat juridisch niet eenvoudig.

Venture Fonds publiceert in tegenstelling tot het al veel eerder van de beurs gehaalde Reiss nog wel een jaarverslag. Een net kaftje van accountantskantoor KPMG siert het verslag, maar het krijgt pas echt waarde als collector's item door het gebrek aan informatie. Zo staat er niet in vermeld wie de commissarissen zijn. In het jaarverslag dat vorig jaar gepresenteerd was, staat nog dat de heer H.A. van Oene is benoemd, maar in deze zomer uitgereikte verslag is de heer Van Oene weer verdwenen. Van Oene die in de Kuijten-archieven is terug te vinden als de laatste directeur van het terziele gegane beursfonds Nierstrasz, waagde de tocht naar het hete Utrechtse bovenzaaltje niet. Toch schijnt hij volgens het bestuur nog wel commissaris te zijn.

Ook opvallend is dat het fonds, althans in de verslaglegging van KPMG, geen enkele werknemer meer kent. Alle diensten worden met ingang van vorig jaar verricht door de zogenoemde IN Venture Capital Management BV, een volle dochter van Kuijtens privé-maatschappij Reiss. Uit de stukken van KPMG moet men opmaken dat deze IN vorig jaar is getransformeerd in een filantropische instelling: deze maatschappij zou namelijk geen enkele vergoeding ontvangen voor de diensten.

Hoeveel mensen bij de participaties van het fonds betrokken zijn, meldt het verslag niet. Wat opvalt bij de cijfers is dat Kuijtens fonds ondanks het teruglopende eigen vermogen - het had in 1993 nog een eigen vermogen van ruim 50 miljoen gulden - steeds meer krediet kan krijgen. In 1992 nog 90 miljoen, in het afgelopen jaar 120 miljoen gulden. De naam Kuijten is voor bankiers blijkbaar nog altijd triple A.

De vergadering is niet spannend. Voorstellen worden namelijk altijd aangenomen omdat Kuijten met 9,2 miljoen aandelen een overweldigende meerderheid bezit. Slechts 15.000 aandelen zijn nog in handen van derden. Hij is al jaren bezig zich van hen te ontdoen.

Eind 1991 verscheen in het kleinste landelijke dagblad voor de Gereformeerde gezindte, het Nederlands Dagblad, een kleine annonce voor een aandeelhoudersvergadering van het fonds op een zaterdag. Daarmee had Kuijten aan zijn publicatieplicht voor het bijeenroepen van de toen nog ter beurze genoteerde onderneming voldaan. Op die bijna geheime aandeelhoudersvergadering lanceerde hij het plan om het fonds van de beurs te halen. Het voorstel werd zonder morren aangenomen: behalve Kuijtens vertegenwoordiger was dan ook niemand komen opdagen.

Hij bood iedere aandeelhouder 10 gulden per aandeel en dat leek heel genereus omdat op de beurs voor Venture Fonds toen nog slechts 4 gulden werd betaald. Twee institutionele beleggers, het Britse Keypoint en het Pensioenfonds Van Ommeren, namen echter geen genoegen met het tientje van Kuijten. Zij hadden 110.000 aandelen een paar jaar daarvoor voor circa 50 gulden gekocht. Ingaan op het voorstel van Kuijten zou voor hen een boekverlies van 4,5 miljoen gulden betekenen.

De beleggers schakelden daarom de Amsterdamse jurist-accountant mr. P.J. Schadé in. Die kwam na bestudering van de Venture Fonds-stukken tot de conclusie dat er in de twee jaar dat Kuijten het bewind over het fonds voerde meer dan 25 miljoen gulden was zoekgeraakt. Hij zag wel wat in een procedure. Zou hij falen in het aansprakelijk stellen van Kuijten dan was er nog een aardige kans bij ABN Amro. Deze bank had de leiding over een bankenteam dat een prospectus had opgesteld voor Venture Fonds dat achteraf gezien de beleggers geen goed inzicht had gegeven in de werkelijke stand van zaken.

Na een paar maanden geruzie werd het echter stil rond Schadé. De termijn voor de aangekondigde enquèteprocedure voor het Gerechtshof liep af. Wat was het geval? Kuijten had zijn rechterhand Houben, die directie voert over Venture Fonds, naar Schadé gestuurd en de zaak was onder heren geregeld met uiteraard een geheimhoudingsverplichting. Zou Schadé immers vertellen dat zijn cliënten een bepaald bedrag hadden gekregen, dan zouden ook de andere aandeelhouders geld claimen. De Vereniging van Effectenbezitters stond perplex: in Nederland scheen alles mogelijk te zijn.

Een handjevol aandeelhouders liet zich echter niet uitkopen. Zij konden niet verkroppen dat er zo'n miljoenengat was ontstaan in 'hun' fonds en dat Kuijten daar later mooi weer mee zou gaan spelen. Dat laatste is overigens nog steeds, althans volgens de officiële stukken, niet het geval. Kuijten boekte vorig jaar weliswaar 17 miljoen gulden winst op de verkoop van een onderdeel van de Bilthovense onderneming Inventum, maar de rest van de bedrijven liep maar matig, zodat er uiteindelijk een winst van 1,4 miljoen gulden overbleef.

De overblijvende aandeelhouders hebben nog weinig plezier gehad van hun standvastigheid. De jaarlijkse zitting in Hoog Catharijne kan amper als een geslaagd uitstapje worden betiteld, terwijl op papier de waarde van de onderneming is gedaald. Hun belegging verschaft meer immaterieel genot: zij kunnen als lastige muskieten langs het hoofd van Kuijten zwermen.

Omdat hij meer dan 95 procent van de aandelen bezit, kan Kuijten een procedure starten bij de Ondernemingskamer om de resterende aandeelhouders uit te kopen, maar daarmee zou hij zich een hoop openbare jurisprudentie op de hals halen. Dat middel zou erger kunnen zijn dan de kwaal. Hij hoopt waarschijnlijk dat de aandeelhouders zich op den duur spontaan in Den Bosch melden voor een afkoopregeling. Pas wanneer het gezoem rond Venture Fonds is verstomd kan hij met dit fonds en Reiss volledig anoniem zijn gang gaan.