Mijn beste vriend in dit warme land

Wat zegt de inhoud van een huiselijk attribuut als de ijskast over een land, van politiek tot gastronomie? Het zevende deel van een serie met persoonlijke indrukken van onze correspondenten.

TEL AVIV, 19 AUG. Het is maar goed dat onder de stijgende vredeszon in het Midden-Oosten de elektriciteitsnetten van Israel, Jordanië, Egypte en misschien nog een paar landen met elkaar zullen worden verbonden. Dat is de beste garantie dat de compressor van mijn ijskast zijn werk blijft doen en het ingevroren vlees niet ontdooit en gaat rotten.

Niet zo lang geleden waren elektriciteitsstoringen als gevolg van overbelasting van de Israelische centrales of gewoon “technische storingen” geen uitzondering. Dan keek ik hulpeloos naar het ingevroren vanilleijs dat het eerst van alle produkten begon te druppelen. Dat is in deze moderne tijd overmacht waar geen normale sterveling tegen op kan. Nou ja, de Bedoeïenen in de Negev-woestijn wel. Ze hebben in hun tenten geen elektriciteit maar wel verse zuivelprodukten en ook vers vlees.

Hun onafgeroomde geitenmelk is veel langer houdbaar dan de gesteriliseerde melk uit de schoonste melkfabrieken, hun vette kazen ook. Vers vlees is geen probleem omdat de Bedoeïnen hun schaap, geit of kip vlak voor de maaltijd slachten. Ik kan er over meepraten omdat ik verschillende keren bij de Bedoeïnen op de grond in de tent aan een stuk schapenvlees heb zitten kluiven.

Zo'n dertig jaar geleden richtten elektriciteitsstoringen in de meeste huizen in Israel ook geen materiële en emotionele schade aan. De ijskast was toen echt een ijskast. Een of twee keer per week kwam een door een zeulend paard getrokken ijswagen in de straat. Zware, dikke, druipende staven ijs werden door het ijsmannetje voor een paar centen in de ijskast gelegd. “Tot de volgende week”, zei hij.

Nu wordt Israel door de cultuur van de elektrische ijskast geregeerd. In de loop der jaren heb ik de inhoud van mijn ijskast zien veranderen. Mijn ijskastverhaal is de kroniek van de ontwikkeling van de staat Israel in de afgelopen dertig jaar. In het begin waren er niet zoveel produkten om in te zetten. Melk, groenten, vruchten en vlees. In de winkeltjes kreeg je je spullen in kranten en in bruine papieren zakken mee.

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967, in alle opzichten een keerpunt in de geschiedenis van dit land, is het allemaal anders geworden. Er kwamen supermarkten met enorme ijskasten. Ik verwisselde mijn kleine ijskast voor een grotere om mee te kunnen doen. De vrieskast werd een steeds belangrijker onderdeel van het dagelijks bestaan. Ik kon kiezen uit tientallen soorten zuivelprodukten, frisdranken zoals die ook in Amerika over de toonbank gaan, kortom bijna alles wat nu in een Nederlandse supermarkt te koop is.

Mijn ijskast is altijd goed gevuld. Tenminste, dat vind ik. Mijn uit Irak afkomstige werkster kijkt met afgrijzen naar de lege plekken. Haar ijskast is, ik heb het gezien, altijd propvol. Het verhaal wil dat een Nederlandse huisvrouw trots is op haar schone stoep, een Israelische moeder biedt tegen haar vriendinnen op over wat zij allemaal achter de deur van de ijskast heeft zitten. Dat heeft veel te maken met de centraliteit van het gezin in de Israelische samenleving, met de gezinsmaaltijd op vrijdagavond of de grote maaltijd voor het ingaan van de vastendagen. Gasten zijn altijd welkom. De ijskast brengt uitkomst als er aan tafel moet worden bijgeschoven.

Toen mijn kinderen nog niet waren uitgevlogen, stond mijn ijskast ook altijd op scherp. Ook vandaag heb ik een voorraad smakelijk en gemakkelijk op te dienen Arabisch voedsel in huis, dat zo langzamerhand een Israelisch volksvoedsel is geworden: humus, techina, scherpe slaatjes, pitta's. Omdat de artsen het beter voor me vinden dat ik wat minder vlees eet, heb ik nu pakjes uit Noorwegen geïmporteerde zalm in de vriezer van mijn ijskast liggen. Luchtdicht verpakte Nederlandse haringen ook. Al naar gelang de seizoenen liggen in mijn ijskast watermeloenen, druiven, pruimen, vijgen, kiwi's en avocado's te koelen. In Tel-Aviv is nu ook ook een winkeltje met een restaurant erbij, waar verse Italiaanse pasta's worden verkocht. De daar gemaakte lasagna's doen niet onder voor deze Italiaanse specialiteit waarvan ik een jaar lang in Bologna heb gesmuld. Het is mijn geliefde restaurant. De uit Italie geëmigreerde eigenaar kijkt de laatste tijd wat treurig omdat hij nogal zwaar op de Tel-Avivse beurs heeft verloren. Maar als ik met twee tassen van zijn produkten naar de auto ren om al die Italiaanse lekkernijen in mijn vriezer te doen, klaart zijn gezicht op.

Ik wil nog iets vertellen over huizen in Israel die twee ijskasten hebben. Ik doel niet op miljonairs maar op orthodoxe joden. De joodse godsdienst schrijft de strikte scheiding van melkprodukten van vleesgerechten voor. Dat is een onderdeel van de kasjroet (ritueel eten). Twee ijskasten, twee vaatwassers, twee serviezen, het hoort er allemaal bij om de vermenging van vlees en melkprodukten en voorwerpen die er meer in aanraking zijn gekomen te vermijden. De meeste Israeliërs hebben net als uw correspondent slechts één ijskast. In dit warme land is het mijn beste vriend en ik let goed op zijn gezondheid.