Lubbers maakt balans op na 'poetsen van het laatste kozijn'

DEN HAAG, 19 AUG. Het land heeft hij op orde achtergelaten, vindt premier Lubbers, maar bij zijn partij, het CDA, is dat niet gelukt. “Ik was daartoe niet bij machte, dat moet ik toegeven. En als u mij nu vraagt: zit u daar mee? Ja, daar zit ik mee.”

Als demissionair premier zat Lubbers gisteren voor het laatst de ministerraad voor. Een nogal uitgedund gezelschap. De vice-premier ontbrak bijvoorbeeld om hem moverende redenen. Dat verhinderde Lubbers - “ik ben ook maar een mens” - niet om de laatste persconferentie die hij als voorzitter van de ministerraad gaf aan te grijpen om de balans op te maken. Nadat hij zojuist met zijn kabinet in de Trêveszaal “nog het laatste kozijn had gepoetst”. Figuurlijk, mag men aannemen.

Na bijna twaalf jaar premierschap stapt Lubbers op, maar zelf verruimt hij zijn terugblik liever naar de volledige 21 jaar waarin hij politiek actief was, dus inclusief het ministerschap van economische zaken in het kabinet-Den Uyl en zijn voorzitterschap van de CDA-fractie in de Tweede Kamer. “Want die geschiedenis van mij is ook voor een groot deel de geschiedenis van het CDA.” Het werd een balans vol voorzichtige trots over de verbeterde overheidsfinanciën en prudente deemoed over de vrije val van het CDA.

De zwarte bladzijden in de geschiedenis van deze partij worden juist nu geschreven en Lubbers erkent daaraan medeschuldig te zijn. Uitgerekend gisteren koos de CDA-fractie staatssecretaris Heerma als nieuwe voorzitter. Als opvolger van Elco Brinkman, de 'kroonprins' die door Lubbers reeds in de beginfase van de nu aflopende kabinetsperiode tot nieuwe CDA-leider werd voorbestemd en die vervolgens de man werd die bij de laatste verkiezingen als lijsttrekker een verlies zonder weerga leed. Deze week stapte Brinkman op. “Een verdrietige situatie voor hem en daardoor ook voor mij en voor vele anderen.”

Maar, zegt Lubbers, het snelle vertrek van zijn opvolger als CDA-leider is slechts de “apotheose” van een reeks van gebeurtenissen die de partij al langer in een impasse gevangen houden. Juist omdat Lubbers de eerste is geweest die heeft gezegd dat Brinkman de nieuwe partijleider moest worden, vindt hij zichzelf, “de minste, de laatste” om nu adviezen te kunnen geven hoe het verder moet het het CDA. “Ik ben op dat punt niet de man die de wijsheid in pacht heeft.”

De hoogste politicus van het land heeft “zich vaak heel machteloos” gevoeld, toen hij het CDA in de negatieve spiraal zag terechtkomen. “Je voelt het wegschuiven, steeds meer, en dan is het op een gegeven moment niet meer te houden.” Lubbers kreeg het gevoel een 'zero summing game' te spelen, een wedstrijd die hij niet kon en mocht winnen.

Bij alle as die hij bereid is over het eigen hoofd te strooien, trekt Lubbers de grens als hem het verwijt van sommige CDA-fractieleden wordt voorgehouden, dat Brinkman mede moest opstappen omdat de premier deloyaal is geweest. “Ik ben niet deloyaal geweest, op geen enkel moment. Wat dacht u! Mijn belang was tot goeie verkiezingen te komen, tot succes.”

Uiteindelijk was het een andere tweespalt binnen het CDA, analyseert Lubbers, die het grote probleem vormde. Hij gebruikt de term 'vertrouwensbreuk' om de afstand te kenmerken die er tussen “een belangrijk deel van de CDA-fractie, en niet eens zozeer Elco Brinkman” en zijn kabinet was gegroeid. “Dat deel van de fractie dacht: 'het kabinetsbeleid brengt ons in grote problemen', en dat was ook door Elco Brinkman niet op te lossen. Dat zat hem in zijn adviseurs en een algemeen gevoel in zijn omgeving dat het fout ging.”

Lubbers zegt voor zijn partij “beschikbaar te zijn als er iets is, daar ben ik niet pietepeuterig in”. Maar een “oude goeroe die wel eens zal vertellen hoe het moet”, wenst hij niet te worden. Dat hij nu vertrekt, is geen dag te vroeg, vindt hijzelf. Er waren slijtageverschijnselen zichtbaar. “De mensen die nu fris aan de slag gaan, moeten denken: wij gaan het land redden. Zo heb ik het zelf ook steeds gezien.” En wat Lubbers na 21 jaar in de nationale politiek op zijn eerste dag als gewone burger gaat doen? “Ik gun mezelf de vrijheid u te zeggen: dat gaat u geen klap aan.”