Het paarse kabinet; ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN, J. Ritzen (PvdA)

Leeftijd: 48 jaar

Opleiding: Natuurkunde TU Delft, doctor in de economie

Loopbaan: lecturer in Berkeley, afdelingshoofd Cultureel Planbureau, adviseur minister J.M. den Uyl (sociale zaken), hoogleraar onderwijseconomie in Nijmegen en economie van de publieke sector in Rotterdam. Minister van onderwijs

Verrassing alom aan het Binnenhof en in de 'onderwijsprovincie': Jo Ritzen blijft minister van onderwijs! Hoewel algemeen bekend was dat Ritzen, die geen belangstelling had voor een lidmaatschap van de Tweede Kamer, graag minister wilde blijven, werd er het laatste jaar in de politiek en de onderwijswereld vooral gespeculeerd over de vraag wie Ritzens opvolger zou worden.

Zelf leek hij ook uit te gaan van zijn vertrek, getuige de scherpe kritiek die hij de laatste tijd in niet al te besloten kring uitte op de 'paarse' hoger-onderwijsplannen. Dat Ritzen dit regeerakkoord niettemin heeft accepteerd, is verrassend. De voorgestelde tweedeling van universiteit en HBO in bachelors en masters gaat in tegen de plannen in Ritzens laatste Hoger-onderwijsplan, HOOP. En in juni zei Ritzen dat er in feite niet verder op de studiefinanciering kan worden gekort. Nu zal hij daar nog ten minste een miljard gulden op moeten gaan bezuinigen.

Ritzens kansen op een nieuwe ministerschap werden laag ingeschat, niet omdat hij grote blunders heeft begaan, maar meer omdat hij als minister is overschaduwd door zijn staatssecretaris voor basis- en voortgezet onderwijs Jacques Wallage, de huidige PvdA-fractievoorzitter die op Onderwijs een aantal opmerkelijke successen heeft geboekt: niet alleen de invoering van de basisvorming, maar ook het 'Schevenings akkoord' met de onderwijskoepels over grotere autonomie van de scholen. De politiek minder behendig opererende 'professor' Ritzen kon daar weinig tegenoverstellen. In zijn portefeuille, het hoger onderwijs, heeft hij geen vergelijkbare vernieuwingen tot stand gebracht. Hooguit bezuinigde Ritzen systematisch op de studiefinanciering en kon hij die maatregelen aanminnelijk - 'zeg maar Jo' - uitleggen aan de studenten. Mede dankzij hem werd een systeem van onderwijsvisitaties gestart om de kwaliteit van het universitaire onderwijs te verbeteren. Maar de invoering van de belangrijke nieuwe Wet op het Hoger Onderwijs werd een parlementaire lijdensweg, waarbij uiteindelijk de meeste veranderingen die Ritzen in het oorspronkelijke wetsontwerp van zijn voorganger Deetman had aangebracht, weer ongedaan werden gemaakt.

Ook de haastige manier waarop Ritzen zich vorig jaar al na een week ontdeed van Wallage's dominante opvolger R.J. in 't Veld nadat deze in opspraak was geraakt wegens bijverdiensten als hoogleraar, droeg niet bij aan zijn politiek prestige.

Wel erkend succesvol was Ritzen in het saneren van de begroting. Aan de notoire overschrijdingen van Deetman is een einde gekomen. Ook heeft hij - samen met Wallage - stand weten te houden tegen de felle aanvallen van de CDA-fractie op de verhoging van de lerarensalarissen, die bij de begrotingsbehandeling 1992 zelfs bijna leidden tot een kabinetscrisis.

Die financiële standvastigheid zal bij PvdA-leider Kok zeker een rol hebben gespeeld in de verlenging van Ritzens ministerschap, maar uiteindelijk is de verlenging te danken aan de impopulariteit van het ministerie. In het regeerakkoord is Onderwijs het zwaarst van alle departementen aangeslagen voor de bezuinigingen: 1.772 miljoen gulden - vrijwel geheel op te brengen door het hoger onderwijs. De PvdA was er al van uitgegaan dat het naar D66 zou gaan. Toen in een heel laat stadium bleek dat het toch een PvdA-minister zou worden, had de PvdA weinig geschikte kandidaten in gereedheid. Staatssecretaris Cohen weigerde. “Dan moet Ritzen het maar weer doen”, heette het eergisteren.