Het kabinet-Kok

MET DE NODIGE verrassende benoemingen is de personele fase van de kabinetsformatie afgerond. De totstandkoming van het regeerakkoord verliep via de geijkte en vaak platgetreden Haagse paden, maar de uitvoering ervan wordt gelukkig niet louter aan voorgevormde politici toevertrouwd. Het kabinet-Kok dat aanstaande maandag op het bordes zal verschijnen, is op het eerste gezicht een goede mix van Haagse beroepspolitici en deskundige buitenstaanders.

Opmerkelijk is vooral de VVD-inbreng in het kabinet. De keuze voor vice-fractievoorzitter Dijkstal als vice-premier betekent dat de VVD een uitgesproken voorstander van het nu beginnende politieke experiment als eerste man in het kabinet heeft zitten. Ook onder de overige VVD-bewindslieden is geen echte criticaster van de sociaal-liberale samenwerking te vinden. De vaak genoemde 'waakhonden', nodig om de gereserveerde rechterflank gerust te stellen, zijn niet in de ministersploeg vertegenwoordigd. De weigeraars zijn hier ongetwijfeld debet aan, maar dat doet ondertussen geen afbreuk aan het politieke feit. Het politieke primaat van de VVD is gesitueerd in de Tweede Kamer nu VVD-leider Bolkestein definitief voor het fractievoorzitterschap heeft gekozen. Zijn opvattingen over dualisme gevoegd bij de vele (nog) niet geregelde kwesties, zijn een garantie voor een in elk geval spannende periode. Een vorm van spanning die de kwaliteit van de besluitvorming overigens ten goede kan komen.

OP EEN ANDERE manier verrassend zijn de namen van de ministers die namens D66 in het kabinet zitting zullen nemen. Afgezien van de politieke veteraan Van Mierlo die vice-premier wordt, heeft geen van de drie overige D66-ministers een actief politiek verleden. Allen zijn zij uitgesproken vakministers en dat is toch opvallend voor de partij die zo graag ook de politieke meerwaarde van de samenwerking tussen PvdA, VVD en D66 wil benadrukken. Het is een zeer gedurfde maar daarmee ook uitermate riskante keuze. Van de drie deelnemende partijen heeft D66 de minste ervaring met regeren. De laatste keer dat de Democraten meeregeerden resulteerde in een electoraal drama voor de partij. D66 kon maar moeilijk met macht omgaan, luidde destijds de analyse.

Wil D66 een zelfde crisis als destijds voorkomen, dan zal de partij het moeten hebben van een goede regie. Bij Van Mierlo is deze in principe in goede handen, maar zal hij als minister van buitenlandse zaken ook altijd in staat zijn deze functie uit te oefenen? Als grondlegger van de tot voor kort onmogelijke samenwerking tussen PvdA en VVD heeft D66 alle belang bij een goede afloop van het unieke samenwerkingsverband. Des te meer valt het onervaren politieke karakter van de D66-inbreng op.

VERGELEKEN BIJ DE andere partners is de inbreng van de PvdA in het kabinet fantasieloos. Opnieuw, want in 1989 blonk de PvdA ook al niet uit met inspirerende figuren. Dit keer begint de personele vernieuwing bij de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, maar houdt daar ook direct weer op. Wat wel met de Tweede-Kamerfractie is gelukt - ondanks een fors verlies toch diverse nieuwe namen - is voor de samenstelling van de ministersploeg toch weer een onmogelijkheid gebleken.

Of de veertien ministers kunnen zorgen voor de noodzakelijke 'uitstraling' van het kabinet, moet vanzelfsprekend nog blijken. Onmogelijk is het in elk geval niet. Cruciaal is hoe zij in de verschillende beleidsclusters en in de ministerraad met elkaar zullen omgaan. Onevenwichtigheden die reeds op voorhand voor spanning zorgen, zijn er niet. De sociaal-economische beleidshoek is met Kok, Melkert en Zalm voorzien van mensen die in hun ongebreidelde kennis van de cijfers een gemeenschappelijke basis hebben. Het is slechts de vraag of de van 'buiten' komende D66-er Wijers op Economische Zaken zich in het cijfergeweld van de anderen zal weten staande te houden.

De internationale sector is met de ministers Van Mierlo, Voorhoeve en Pronk sterk bezet. Hier moet vooral blijken of deze persoonlijkheden in staat zullen zijn in voorkomende gevallen ook gezamenlijk te opereren. De combinatie Voorhoeve-Pronk oogt controversieel, maar in de praktijk zou het met de ideologische verschillen tussen deze twee best kunnen meevallen. Interessant is de benoeming van procureur-generaal Sorgdrager op het ministerie van justitie. Na de rechtsgeleerde professor Hirsch Ballin komt de leiding van het departement nu in handen van de beroepspraktijk. Aan haar de taak de reorganisatie van het openbaar ministerie in gang te zetten. Met de liberaal Dijkstal op het politie-ministerie van binnenlandse zaken kan zij een goede combine vormen in de strijd tegen de criminaliteit.

TOT DE CATEGORIE noodgrepen behoort de benoeming van de VVD'er Van Aartsen op het ministerie van landbouw. Hij is zichtbaar tweede keus, nadat de voorzitter van het Landbouwschap, Varekamp, openlijk voor deze functie bedankte. Het kan altijd gebeuren, maar toch is het vreemd dat de onderhandelaars de bemanning van dit voor de nieuwe politieke constellatie zo bijzondere departement niet beter vooraf hebben weten te regelen.

In de eerste versie van het regeerakoord was de agrarische sector gewoonweg overgeslagen, nu is er de slordige benoeming van een minister bijgekomen. Het vertrouwen bij de voor de Nederlandse economie belangrijke landbouwwereld in het CDA-loze kabinet zal hierdoor niet zijn vergroot.

De tweede wonderlijke benoeming is de prolongatie van minister Ritzen op onderwijs. Hij was reeds afgeschreven, had grote bedenkingen tegen de onderwijsparagraaf, maar bleef op het laatste moment 'bij gebrek aan beter' van PvdA-zijde voor het departement behouden. Ook hier had beter voorwerk kunnen worden verricht.

HET KABINET-KOK is rond. De ministersploeg heeft de potentie uit te groeien tot een gezelschap dat het PvdA-VVD-D66-kabinet iets gemeenschappelijks geeft. Formateur Kok zei een week geleden bij de presentatie van het grauwe regeerakkoord dat hij wat dat betreft bij de personele samenstelling nog het een en ander had in te halen. Nu de namen bekend zijn, kan worden geconstateerd dat Kok woord heeft gehouden.