Drielandenpunten

Leerzaam aan het artikel in CS van 12 augustus over 'het' Drielandenpunt als 'het' balkon van Europa is dat het de excentrische ligging van Nederland toont. Het opmerkelijke is immers niet dat Nederland een drielandenpunt heeft, maar dat het er slechts één heeft.

Van de twaalf EU-staten hebben er vier, geheel aan de periferie, geen enkel drielandenpunt: het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Denemarken en Portugal. Iets meer naar binnen heeft alleen Nederland er slechts één, al krijgt het gezelschap van Zweden, wanneer dat toetreedt. Maar andere kleine staten hebben er minstens twee, zoals het ook toetredende Noorwegen en Finland; behalve dat met Zweden hebben zij ook een drielandenpunt met Rusland. Luxemburg heeft er drie, ook al grenst het maar aan drie staten. Het is een driehoekje, waarvan alle hoekpunten drielandenpunten zijn. Gebruikelijk is dat vier grenzen drie drielandenpunten opleveren. Dat is zo bij België, bij Italië, dat aan Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en Slovenië grenst, en ook bij Griekenland. Dit heeft drielandenpunten met Albanië en de FYROM ('Macedonië'), met de FYROM en Bulgarije en met Bulgarije en Turkije.

Frankrijk grenst aan acht staten (België, Luxemburg, Duitsland, Zwitserland, Italië, Monaco, Spanje en Andorra) en heeft zes drielandenpunten, waarvan twee met Andorra en Spanje. Spanje heeft er dus ook twee. Wie meent dat Duitsland wel de meeste drielandenpunten zal hebben, vergist zich. Het heeft er zeven: met Nederland en België, met België en Luxemburg, met Luxemburg en Frankrijk, met Frankrijk en Zwitserland, met Zwitserland en Oostenrijk, met Oostenrijk en Tsjechië en met Tsjechië en Polen. Het wordt overtroffen door Oostenrijk. Dat heeft er acht, waarvan twee met Zwitserland en Lichtenstein en één drielandenpunt van recente datum: dat met Tsjechië en Slowakije.