Winst maakt verkoop overbodig; Nedlloyd wil belang houden in Martinair

SCHIPHOL, 18 AUG. Het transportconcern Nedlloyd handhaaft het belang van 49 procent in de chartermaatschappij Martinair. “We staan definitief niet meer in de etalage”, zegt president-directeur M. Schröder van Martinair.

Schröder, die voor het eerst sinds de vliegramp bij Faro in 1992 in de openbaarheid treedt, zegt dat Nedlloyd-topman L. Berndsen bij hem aan tafel openlijk heeft verklaard dat de “verkoop van de aandelen van de baan” is. “Ik ben daar heel blij mee”, zegt Schröder. Nedlloyd verklaarde vanmorgen nooit commentaar te geven op dergelijke kwesties.

Nedlloyd dat gisteren bekend maakte in het eerste half jaar van 1994 een winst te hebben geboekt van 35 miljoen gulden, raakte twee jaar geleden in financiële problemen. De behoefte aan contant geld was zo groot dat de deelnemingen Neddrill en Martinair in de verkoop werden gedaan. “Het was niet dat Neddloyd zo graag van zijn parel afwilde, maar omdat de eigen problemen toen groot waren”, verklaart Schröder. Volgens nooit officieel bevestigde berichten was Nedlloyd onder meer in gesprek met de luchtvaartmaatschappij KLM, de andere grootaandeelhouder (34 procent). Behalve Nedlloyd en KLM is ook de bank ABN Amro grootaandeelhouder met een belang van 17 procent.

Schöder was niet blij met de verkoopplannen van Nedlloyd, die sinds 1964 aandeelhouder is en Martinair liet profiteren van zijn buitenlandse kantorennet: “Daar speelt een persoonlijke nostalgie in mee, een gevoel van loyaliteit, een band van 30 jaar. Nedlloyd heeft altijd buitengewoon goed het belang van Martinair in het oog gehad ook toen het bedrijf nog eigenaar was van onze concurrent Transavia. Bij verkoop had theoretisch gesproken iedereen het belang kunnen verwerven.” Bij een bijeenkomst eerder dit jaar kon Berndsen de Martinair-topman geruststellen omdat het Nedlloyd inmiddels weer goed ging: “Die Berndsen is een buitengewoon bekwame vent, buitengewoon eerlijk en buitengewoon plezierig.”

Schröder wil over vier jaar opstappen als directeur, wanneer de onderneming 40 jaar bestaat: “Ik blijf hier tot 1998 en in de tussentijd wordt gezocht naar een goede opvolger.”