Pijnlijke nederlaag Breukink tegen neoprof Knaven

HAAKSBERGEN, 18 AUG. Hij is niet meer zo goed als een paar jaar geleden, maar nog altijd de beste Nederlandse klassementsrijder. Ook leek zijn verminderde tijdrit op nationaal niveau nog steeds op eenzame hoogte te staan. Maar de schijn bedroog in Haaksbergen, waar Erik Breukink gisteren zeven seconden langzamer was dan de eerstejaars professional Servais Knaven. In de vierde etappe van de Ronde van Nederland verspeelde de 30-jarige Breukink niet alleen zijn kans op een eerste seizoenszege, hij leed ook een pijnlijke nederlaag op bekend terrein. Voor de 23-jarige Knaven was de tweede plaats achter de Italiaan Bottaro “de mooiste overwinning tot nu toe”.

Als amateur had Knaven faam gemaakt in de tijdrit. Die vormde de basis voor twee eindzeges in Olympia's Tour. Zijn tweede plaats in de Tour de l'Avenir maakte van het talent een belofte, die door TVM-ploegleider Cees Priem afgelopen winter werd ingelijfd. “Hij weet wat ie wil en dat is heel belangrijk. Een goed karakter, dat telt. Het talent komt op de tweede plaats.” Knaven hoort de complimenten geduldig aan. “Dit jaar moest het gebeuren. Als ik amateur was gebleven, had ik mijn studie weer opgepakt.” Voorlopig verdwijnt de bedrijfskunde naar de achtergrond.

“Ik heb veel bijgeleerd in een paar maanden, veel kleine Ronden gereden. De 13 kon ik nu in het begin rondkrijgen, dat was me vorig jaar niet gelukt. Op het eind lukte het niet meer, door de wind.” Knaven had het voordeel dat de stormachtige zuidwester niet gepaard ging met regen, zoals Breukink in het begin van zijn race moest ervaren. “Geluk hoort erbij”, sprak de neo-prof als een volleerd beroepsrenner. Nog nooit had hij Breukink verslagen in een tijdrit. In de Ronde van Murcia was hij twee maal vierde geworden in een race tegen de klok, beide keren was zijn grote voorbeeld nog ietsje sneller.

De weergoden spelen altijd een rol van betekenis in de jaarlijkse vijfdaagse, die morgen traditioneel wordt afgesloten in het Limburgse heuvelland. Knaven staat derde in het algemeen klassement en heeft dertien seconden achterstand op de verrassende leider Abdoesjaparov. De Oezbeek heeft nog geen seconde voorsprong heeft op de Italiaanse tijdrit-winnaar Bottaro. Knaven: “Het zou mooi zijn als een jonge Nederlander de Ronde wint. Misschien kan ik bonificatieseconden pakken.” Vandaag is er onder meer een tussensprint in het Gelderse gehucht Tolkamer, zijn woonplaats. “Nee, je krijgt ze echt niet cadeau”, zo ontkracht Knaven het voor(oor)deel van de 'thuisfietser'.

Net als bij Breukink in diens gloriejaren, komt de kracht van Knaven vooral tot zijn recht in soloritten. “Een goede tijdrit, dat is de basis”, sprak Priem gistermiddag. “Een tijdrit is ook het eerste dat wegglijdt. Dan zie je dat het bergafwaarts gaat. Kijk maar om je heen: Breukink, Maassen, Nijdam.” Niet voor niets noemt Priem die drie namen. Het zijn de (bijna)-dertigers die het Nederlandse wielrennen op verschillende terreinen hebben beheerst. Maar ze zijn alle drie op hun retour.

Bij gebrek aan beter werden Breukink en Maassen aangewezen om volgende week bij het wereldkampioenschap op Sicilië de individuele tijdrit te rijden. Een WK-primeur voor de oude garde. Toen Maassen twee weken geleden geblesseerd raakte, was Nijdam zijn logische vervanger. Dat de renner van WordPerfect het hele seizoen zwak heeft gepresteerd, maakte zijn uitverkiezing des te bedenkelijker. Maar wie anders, hoorde je bondscoach Knetemann hardop denken.

Nijdam hoefde zich niet meer waar te maken in Haaksbergen. Hij bereidt zich voor in Palermo, waar hij als baanrenner inmiddels is uitgeschakeld. Priem sprak gisteren openlijk zijn verbazing uit over een dergelijke voorbereiding. Een baanrenner die een week later op de weg van start gaat, “dat is vragen om moeilijkheden”. Vindt de ploegleider dat Knaven alsnog recht heeft op een uitverkiezing? Nee, daar laat hij zich maar niet over uit. Diplomatie is een schone zaak, nu de verschillende wielerbazen elkaar beloofd hebben eensgezind naar talent te speuren.

Gerrie Knetemann beloofde zijn toehoorders nog een lans te willen breken voor Knaven, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat de officials van de Nederlandse wielrenunie het WK-formulier nog zullen wijzigen. Knaven zelf toonde zich blij verrast, toen hij de reactie van Knetemann vernam. “Heeft ie dat gezegd? Als ze me vragen, stap ik meteen op het vliegtuig. Een WK is toch een droom.” Wat vindt hij van de keuze voor de routiniers? “Ik kan er wel mee leven, want ik heb Nijdam ook nog nooit verslagen in een tijdrit.”

Misschien wacht Knaven nog een uitnodiging voor het ouderwetse wereldkampioenschap, waarvoor Knetemann nog zes renners moet aanwijzen. Hij stond tot gisteren niet op het voorkeurslijstje van de bondscoach, die heilig zegt te geloven in een sterke afvaardiging. Knaven toont zich de bescheidenheid zelve: “Wie weet maak ik nu een kans.” Hij heeft geleerd om niet voor zijn beurt te praten, sinds Priem hem niet selecteerde voor de Tour. “Dat was achteraf misschien maar beter. Anders had ik me over de kop gereden.”

Erik Breukink was in Parijs de beste Nederlander, maar hij beschouwde de 29ste eindklassering als een teleurstelling. Het WK is zijn zoveelste kans op eerherstel. Hij heeft zich zowel voor de tijdrit als voor de landenwedstrijd ingeschreven. Eerder deze week gaf hij al aan zich op het WK niet tot de favorieten te rekenen. Na de tijdrit van gisteren weet hij dat zijn voorspelling bewaarheid zal worden. In een relatief zwak deelnemersveld eindigde hij in Haaksbergen op de zevende plaats. Voor Breukink komt de WK-tijdrit een paar jaar te laat, voor Knaven mag de mondiale race tegen de klok nog vele jaren op het programma staan.