Onderzoekscentrum voor kernfysica in Moskou: 'Iedereen die betaalt is welkom'

MOSKOU, 18 AUG. Het Koertsjatov-instituut, Ruslands meest gezaghebbende onderzoekscentrum voor kernfysica en volgens het Duitse televisieprogramma Panorama de plaats van herkomst van in mei in Duitsland onderschept plutonium, doet zaken “met iedereen die daarvoor betaalt”.

“Dat dicteert nu eenmaal de markteconomie”, zegt prof. A. Gagarinski, directeur van de afdeling internationale zaken. Hij zou het ook liever anders zien maar het laboratorium kan nu eenmaal niet overleven zonder opdrachten van betalende buitenlanders.

“We zijn bereid met elk land samen te werken, mits het betaalt. Personeel van ons instituut assisteert nu bijvoorbeeld in Libië, waarmee we nog oude contacten hebben”, vertelt Gagarinski. “En volgende maand komt een delegatie uit Pakistan op bezoek.” De onderzoeker onderstreept dat de samenwerking uitsluitend civiele toepassingen van kernsplitsing betreft, maar hij erkent dat een scheiding tussen civiele en militaire toepassingen niet altijd gemakkelijk te maken is.

“Laatst was hier een Iraanse delegatie die goed geld bood voor een zwaarwater-reactor”, vertelt hij. De reactor zou bedoeld zijn voor het Iraanse kernenergieprogramma. “We hebben uitgelegd dat we hem niet konden leveren, omdat die reactor kan worden gebruikt voor de produktie van plutonium. We kennen het Non-proliferatieverdrag.” Iran wilde echter een ander type reactor niet accepteren. De onderhandelingen duren nog voort.

Het Koertsjatov-instituut, een onopvallend gebouwencomplex in een rustige woonwijk in Moskou, is een van die instellingen in Rusland die sinds het einde van het communisme in de financiële problemen verkeren en die tevens over kennis en materiaal beschikken waarvoor sommige landen veel geld over hebben. Vorige week vond de Duitse politie in een vliegtuig uit Moskou driehonderd gram plutonium. Het Duitse Panorama noemt in een uitzending vanavond het Koertsjatov-instituut als bron van zes gram plutonium die de Duitse politie in mei heeft onderschept.

De plutonium-vondsten zijn een ernstige zaak, vindt ook Gagarinski. “Maar voordat Rusland wordt beschuldigd moet eerst eens worden nagegaan waar het materiaal precies vandaan komt. Misschien komt het wel uit China, en loopt alleen het transport via Moskou.” De wetenschapper voegt zich hiermee in de reactie van de Russische regering en media, die de Duitse zorgen over de plutoniumsmokkel deze week verontwaardigd betitelden als anti-Russische propaganda.

Maar Gagarinski erkent dat sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie het risico groter is geworden dat nucleair materiaal in verkeerde handen komt. Het ministerie van kernenergie heeft naar eigen opgave nog steeds één miljoen werknemers, en die werken bij instellingen waar de omstandigheden de laatste jaren volgens Gagarinski zeer zijn verslechterd.

In 1990 waren de tienduizend personeelsleden van het Kroetsjatov-instituut bevoorrechte Sovjet-burgers. “Wij kregen de kans om een auto te kopen. We hadden een sanatorium aan de Zwarte Zee”, herinnert Gagarinski zich. Bij onderzoek hoefde niet op een roebel te worden gekeken. Behalve geld uit de begrotingen van de ministeries van kernenergie en van wetenschappen, kreeg het instituut voortdurend opdrachten van het leger.

Nu is de begroting nog maar eenderde van die van 1990. De stroom militaire opdrachten is opgedroogd. “We besteden nu al het geld dat we van de overheid krijgen aan salarissen. Dus niet aan nieuwe onderzoeksfaciliteiten of het bouwen van proefopstellingen.” En het Moskouse laboratorium kríjgt tenminste nog geld van de overheid. Onderzoekers in 'gesloten steden' als Krasnojarsk-26 en Tomsk-7 moeten soms maandenlang op hun salaris wachten, vertelt Gagarinski.

De prioriteit van het Koertsjatov-instituut is verschoven van wetenschappelijk onderzoek naar het zoeken naar geld. Openblijven in de hoop op betere tijden, zo vat Gagarinski de strategie samen. En dat is al moeilijk genoeg. In 1992 daalde de levensstandaard van het personeel zo sterk dat het instituut met China een fusie-reactor heeft geruild tegen kleding en levensmiddelen.

Meer dan duizend voornamelijk jonge onderzoekers van het instituut hebben de wetenschap inmiddels verlaten. Ze zijn hooggeschoold, weten alles van computers en spreken een beetje Engels. Gagarinski: “Dat betekent dat zodra ze hier de deur uitstappen hun het tienvoudige wordt geboden van wat zij als onderzoeker verdienen.”

Een deel van de jongeren vertrekt naar het buitenland. Gagarinski's eigen zoon bijvoorbeeld heeft zijn werk op het instituut geruild voor een baan in Frankrijk, voorlopig voor een jaar. Het ministerie van wetenschappen publiceerde deze zomer cijfers waaruit bleek dat de afgelopen drie jaar 30.000 wetenschappers Rusland permanent hebben verlaten. Nog omvangrijker is volgens Gagarinski de 'braindrain' naar het opkomende Russische bedrijfsleven.

“Mensen die je slechter betaalt werken ook slechter”, zegt hij. Daarom heeft het bestuur van het instituut deze zomer een 'beurzen'-systeem geïntroduceerd waarbij jonge onderzoekers die extra presteren extra worden beloond. Dank zij een gebaar van premier Tsjernomyrdin is het gemiddelde salaris op het instituut met ingang van deze maand verhoogd van omgerekend 130 gulden naar 200 gulden. Het gemiddelde salaris in Moskou is 350 gulden. Wat Gagarinski nog op de been houdt, zegt hij, is “het gevoel toch te werken voor een topinstituut en pioniersarbeid te verrichten voor mijn land”.

Maar het gevoel is tanende en daarom probeert het Koertsjatov-instituut extra inkomsten te vergaren op wat Gagarinski noemt 'de commerciële markt'. “Wij hebben op enkele gebieden de beste kennis ter wereld, en die kunnen we verkopen.” Met de Verenigde Staten heeft het instituut in 1992 een contract gesloten voor een onderzoek met een fusiereactor van het type Tokamak. In opdracht van de OESO (de organisatie van rijke industrielanden) doet het instituut onderzoek naar methoden om het risico van ongelukken met kerncentrales te verminderen. Programma's met niet-Westerse landen en voor particuliere ondernemingen zijn er ook, maar daarover blijft Gagarinski vager. De opbrengsten zijn overigens bescheiden: Het onderzoek voor de VS levert 116 Russische geleerden samen 90.000 dollar per jaar op.

Hoe is nu de beveiliging tegen dat ene personeelslid dat toch zijn toevlucht wil nemen tot de verkoop van een paar gram plutonium? “Dat is een ernstig probleem, maar we werken met de VS aan een nieuw beveiligingssysteem en aan een nieuwe methode van registratie”, zo luidt het enige antwoord dat Gagarinski wil geven. “Maar dit instituut heeft in elk geval nog militaire bewakers toegewezen gekregen die worden betaald door de overheid. Dat is een uitzondering. De meeste instituten moeten hun bewakers zelf betalen en dan is de beveiliging erg slecht.”