In het spoor van het Spaanse schaap; de herontdekking van een koninklijk wegennet

Spanje heeft een cultuurgoed ontdekt dat op het punt staat te verdwijnen: een eeuwenoud netwerk van landwegen voor omvangrijke kuddes schapen, geiten en koeien: alles bij elkaar zo'n 125.000 kilometer lang. De cañadas - praktisch ongebruikt, vrij van auto's, dwars door de natuur - liggen klaar voor wandelaars, fietsers en paardrijliefhebbers.

Een zwaar tapijt van wolken rolt in het dal van de Yuso, een riviertje in het berggebied tussen Léon, Cantabrië en Asturias. In het strijklicht van de late namiddagzon komt een kudde van honderden schapen van de berg gedaald. De witgrijze stippen bewegen langzaam en onder zacht geklingel richting het rivierdal. Even verderop waken twee reusachtige witte mastifs over de kudde van herder Victoriano Muñoz die zich rond de kleine berghut heeft verzameld. Eerder op de dag, hoog in de bergen, hebben de honden nog twee wolven weten te verjagen die het op de kudde hadden voorzien, meldt herder Victor met een tevreden grijns op zijn gebruinde gezicht. Gisteren had hij minder geluk. Een schaap kwam in een valpartij terecht en verdween mekkerend de afgrond in. Weg, voer voor de gieren.

De avondnevel trekt koud op in het dal waar we na een fietstocht over honderden kilometers cañada Victor en zijn kudde hebben gevonden. Eind mei is hij vertrokken uit Valverde de Meridà in de zuidwestelijke regio Extrema Dura. Zevenendertig dagen lang met een kleine 1300 schapen, herdersjongen José en vijf honden. Het ziet er misschien wel aardig uit, hier middenin de natuur, maar de praktijk van het herdersbestaan is hard en weinig romantisch, peinst Victor, terwijl hij liggend in de wei een slok neemt uit de meegebrachte fles. Maanden weg van huis, een berghut zonder verwarming of sanitair en onderweg slapen tussen de schapen in het open veld. En voortdurend last van de kudde. “Als je in een fabriek werkt staan de machines altijd keurig netjes voor je klaar. Als ik 's ochtends wakker word moet ik eerst de schapen bij elkaar zien te krijgen.” Jazeker, ze worden regelmatig geteld, verzekert Victor. En het geheim om niet in slaap te vallen is simpel: na iedere vijftig schapen stop je een steentje in je zak.

Victor Muñoz (39) is een van de laatste herders die de traditie van de 'Trashumancia' voortzet, het nomadenbestaan van de Spaanse herders die met hun kudde schapen en ook wel koeien dwars over het Iberisch Schiereiland trokken op zoek naar goede weides. In het voorjaar, als de zon langzaam maar zeker de hoogvlaktes in het midden en zuiden van het land verdroogt, trekken de kuddes naar de koele groene bergen in het noorden. In het najaar wordt de terugreis aangevangen, weg van de kou, terug naar het warmere zuiden.

De traditie van de heen en weer trekkende kuddes stamt vermoedelijk uit de eerste eeuwen van de jaartelling en heeft een netwerk van veewegen door het land getrokken dat op de dag van vandaag een lengte van zeker 125.000 kilometer beslaat. Ruggegraat van het systeem vormen de cañadas reales, een tiental koninklijke snelwegen voor het schaap met een oorspronkelijke standaardbreedte van 75 meter en een lengte die kan oplopen tot tegen de 800 kilometer. In de dertiende eeuw, toen wol Spanjes belangrijkste exportprodukt was, verkregen de schaapsnelwegen hun koninklijke predikaat. Alphons de tiende, koning van Castilië, bepaalde dat de miljoenen schapen op hun eigen wegen geen strobreed in de weg gelegd mocht worden: ander verkeer diende onverwijld plaats te maken voor de langstrekkende dieren, bebouwing was niet toegestaan. Een machtig herdersgilde kreeg vergaande bevoegdheden bij het uitvoeren van het vorstelijke privilege.

Met het verstrijken van de jaren kwam langzaam de klad in de strategische rol van het schaap voor de Spaanse economie. De verdrijving van de joden - specialisten in de wolhandel - door de Katholieke Koningen was de eerste klap. Onder Philips de Tweede werd Spanjes rol als economische grootmacht verder uitgehold. Bovendien bleken de Spaanse schapen het ook goed te doen op de grazige weides van aartsrivaal Engeland. Begin deze eeuw doorkruisten weliswaar nog steeds miljoenen schapen jaarlijks het land, maar gaandeweg werd gekozen voor trein en vrachtwagen voor het vervoer van de kuddes.

De afgelopen dertig jaar dreigden de cañadas en de rest van het wegennet definitief in de vergetelheid te raken. Het plechtige decreet dat Alphons de tiende had opgesteld voor het schaap werd hooguit nog bij wijze van anekdote aangehaald. Onder de Gran Via, een van de belangrijkste verkeersaders van Madrid, zou oorspronkelijk een cañada hebben gelopen, zo ging het verhaal: met de oude, nooit ingetrokken wet in de hand zou een herder met zijn schaapskudde een verkeerschaos in de hoofdstad kunnen veroorzaken.

De praktijk is anders. Een beetje schaap dient vandaag de dag in Spanje in het bezit te zijn van een rijbewijs, een zwemdiploma en een vliegbrevet, wil het de lange tocht over de cañada zonder problemen afleggen. Snelwegen, stuwmeren, kanalen en vliegvelden hebben schaamteloos bezit genomen van stukken van de eerbiedwaardige oude schapenwegen. Regelmatig raakte herder Victor - telg uit een oud herdersgeslacht die de trek naar het noorden zelf voor de eerste keer volbracht - het spoor bijster en belandde met zijn kudde op drukke autowegen, in moestuinen en temidden van volgebouwde stukken schapenpad. Vooral het verkeer bleek weinig op te hebben met de honderden schapen die de weg versperden. “Je hebt mensen die vanuit hun auto beginnen te schreeuwen dat ze door willen rijden”, herinnert Victor zich de reacties.

Zonder de last van een kudde biedt de cañada meer perspectieven. In Spanje ligt een praktisch ongebruikt netwerk van fiets- en wandelpaden klaar dat over grote afstanden dwars door de natuur trekt, ver van de bewoonde wereld met zijn voortrazende autoverkeer. Een tocht met een mountainbike vanuit Madrid over de Cañada 'Leonesa Oriëntal', die strekt van Extrema Dura tot de Cantabrische bergrug in het noorden, loopt dwars door de sterk verschillende landschappen die het Spaanse binnenland rijk is. Vanaf de groen begroeide bergrug van de Gredos in het midden van het land, over Romeinse bruggen, langs vergeten middeleeuwse inscripties in de rotsen en langs vervallen herdershutten strekt de route door de uitgestrektheid van de Castilliaanse hoogvlakte.

In cultuur gebrachte velden met graanstoppels en zonnebloemen, waarvan het geel bijna pijn in de ogen kan doen, worden afgewisseld met rotsige landschappen, uitgestrekte naaldwouden, paarse heidegebieden en groene rivierlandschappen, waar de ruisende populieren en ingepolderde stukken land een bijna Hollandse aanblik bieden. Verder naar het noorden trekt de cañada de zuidelijke kant van de Picos de Europa binnen, het Cantabrische berglandschap met zijn grillige toppen en glooiende weides.

De cañada loopt door het terrein van dassen, wolven en talloze roofvogels, van kleine valken tot de indrukwekkende gieren in stille zweefvlucht. En de zeldzame avutarda, een merkwaardige, bijna twintig kilo zware loopvogel die opgeschrokken door de fietsen de aanblik biedt van een voorbijzeilende kalkoen. Doordat het vee eeuwenlang heeft gegraasd op het terrein van de cañadas is er op de brede landwegen een onvervangbaar gebied van planten en dieren ontstaan: een natuurpark van 420.000 hectare groot dat over heel Spanje ligt uitgesmeerd.

Een biotoop die echter dreigt te verdwijnen door gebrek aan begrazing en de in beslagneming van het braakliggende terrein door wegen, akkers en bebouwing. “De cañadas moeten weer gebruikt worden voor ze definitief verdwijnen”, zegt Jésus Garzòn in een café in Portilla de la Reina, het dorp aan de voet van de berg waar herder Victor zijn kudde heeft grazen. Als oprichter van het Spaanse project '2001' houdt Garzòn - voormalig topambtenaar van de milieudienst in Extrema Dura - met behulp van Europees geld enkele tientallen natuurbeschermingsprojecten gaande.

Een miljoen ecu's heeft de Europese Unie de afgelopen jaren bijgedragen aan Garzòns project van de cañadas. Geld dat voor een belangrijk deel is gestopt in 2500 schapen die twee van de oude hoofdroutes door het land volgen. De droom van Garzòn voor het jaar 2001 bestaat uit 20.000 schapen, ongeveer 200 per Cañada Real, die jaarlijks de oude schapensnelwegen afgrazen. Een voorzichtig begin om het netwerk weer in gebruik te nemen. “We laten zien dat het nog steeds mogelijk is de oude routes te gebruiken, als voorbeeld dat andere eigenaren van kuddes kunnen navolgen”, stelt hij met de klemmende beslistheid van een man met een missie.

Ondanks de financiële bijdragen toont Garzòn zich weinig optimistisch over de invloed die de Europese Unie op het Spaans milieubeheer heeft. “Europa vormt een probleem voor Spanje. Er worden erg veel fondsen gestoken in nieuwe wegen voor nog meer auto's en grote stuwmeren die het landschap kapotmaken. Op papier moet er volgens de Europese regelingen altijd rekening worden gehouden met het milieu, maar in praktijk komt er bij de Europese projecten weinig van dat Carta Magna terecht”, zegt Garzòn. “En de mentaliteit van de mensen maakt de zaken er niet beter op, ze denken dat de natuur een soort café is.”

Een fietstocht langs de Spaanse schapenwegen biedt inderdaad een weinig hoopvolle aanblik op grote delen van het Spaanse platteland. Uitgestrekte stukken ongerepte natuur en schilderachtige dorpen en stadjes worden afgewisseld met smeulende stortplaatsen van vuilnis, grauwe stukken industrie en somber stemmende gebouwen die zonder zichtbare planologie door het landschap gestrooid liggen. De Cañada Leonesa bewaart het lelijkste als uitsmijter tot het einde van de rit. Na tientallen kilometers naaldwoud en heide, vlak voordat de schapensnelweg in de Cantabrische bergketen verdwijnt, wordt de mijmerende fietser ruw wakker geschud door een reusachtige puinberg met mijnbouwafval waaruit krachtige chemische geuren dampen.

Eenmaal in de uitlopers van de Picos wacht een nieuwe verrassing. Niet ver van de weides waar Muñoz zijn kuddes heeft grazen, duikt de oude cañada het water van het stuwmeer van Riaño in. Het meer kwam enkele jaren geleden tot stand na heftige protesten van lokale bewoners en milieu-organisaties - er viel een dode bij het ontruimen van het dal. Onder de oppervlakte liggen eeuwenoude dorpen verdronken zoals Salio, het vroegere Riaño (de stad is even verderop herbouwd) en Pedrosa del Rey waarvan het kruis van de kerktoren nog juist boven de donkere waterspiegel steekt. Rond het stuwmeer is alles van een sombere bruingrijze tint: van het naar dode vis stinkende maanlandschap van drooggevallen oevers tot de toppen van de dode bomen en struiken, die boven het water uitsteken. Hier lijkt de cañada definitief opgeofferd aan Spanjes dringende waterbehoefte.

Maar er is hoop voor het oude netwerk van schapenwegen. De Spaanse regering heeft begin vorige maand ingestemd met een nieuw project om de cañadas als natuurgebieden met een cultureel en toeristisch belang opnieuw leven in te blazen. Voor zover de wegen nog bestaan lijkt het oude decreet van Alphons de tiende weer in ere hersteld en wordt een halt toegeroepen aan een verder verval van de cañada. Aanleg van wegen en verdere bebouwing wordt tegengehouden en alles wat enigszins neigt naar terreinmotoren en -auto's zal van de schapenwegen worden gebannen. De karakteristieke schapenrassen die de route vroeger aflegden moeten voor uitsterven worden behoed, vindt de regering voorts.

De intenties zijn er, wat ervan terecht komt moet nog blijken, gezien de weinig florissante situatie van de Spaanse staatskas. Alleen al de bewegwijzering van de duizenden kilometers cañadas kost handenvol met geld om van de rest van het onderhoud nog maar niet te spreken. Milieu-activist Garzòn toont voorzichtig optimisme over de plannen, maar wil eerst afwachten wat er uiteindelijk mee zal gebeuren. Gegraasd moet er worden, met schapen, daar draait het volgens hem om.

Liggend in het natte gras van de bergweide bladert herder Victor door de meegebrachte papieren van de nieuwe regeringswet. Een goede zaak die wet, dat wel, vindt Victor. Maar de belangstelling bij de Spaanse jeugd voor het herdersberoep is niet bijster groot. De kans dat bijvoorbeeld zijn zonen hem zullen opvolgen is gering. “De oudste gaat studeren en krijgt straks een goede baan en de andere twee willen ook niet.” Victor toont zich weinig rouwig dat met hem een oude familietraditie stopt. “Het is een zwaar beroep en je moet er erg van houden om mee door te gaan,” zegt hij. Een nieuwe Trashumancia van fietsers en wandelaars heeft meer kans om te overleven.

Standaarduitrusting voor de Canadas

Wie de cañadas reales al wandelend of fietsend af wil leggen zal zich terdege voor moeten bereiden. Door hun breedte (75 meter in ongeschonden staat) zijn de routes vaak niet direct als een weg te herkennen. De cañadas vertakken zich bovendien regelmatig of eindigen spoorloos in dorpen, akkers of militaire oefenterreinen. Het vertrouwde ANWB-paddestoeltje ontbreekt in het Spaanse landschap en gedetailleerde kaarten van de volledige routes zijn niet beschikbaar.

Derhalve is het aan te raden om naast de Michelin-kaarten van Spanje (nummers 441 tot en met 446) detailkaarten met een schaal van 1:50.000 aan te schaffen, waar de cañadas op aangegeven staan. Verkrijgbaar bij het Direcciòn General del Instituto Geogràfico in Madrid (calle General Ibañez del Ibero 3 Inl 0034-15333800) of bij een van de regionale onderafdelingen van deze directie in de verschillende regiohoofdsteden. De lokale VVV weet doorgaans de adressen.

Kaarten zijn eveneens verkrijgbaar bij een uiteenlopend aantal natuur- en toeristenwinkels in de grote steden, zoals la Tienda Verde in Madrid (calle Maudes 23/28. Inl 0034-15343257). Als basis voor het uitzetten van een route kan dienen het standaardwerk Cañadas Cordeles y Veredas van Pedro García Martín, uitgegeven door de Junta Castilla y Leòn (1991), met een gedetailleerde beschrijving van de hoofdlandwegen. Handzamer, maar minder gedetailleerd is Andar por las Cañadas Reales van Fernando Flores del Manzano, uitgegeven door Libros Penthalon 1993. De boeken zijn een goede basis voor het kiezen welke detailkaarten moeten worden aangeschaft.

Bij de standaarduitrusting is een kompas aan te raden, terwijl bij opkomende paniek ook een verrekijker van pas kan komen. Enige kennis van het Spaans is onontbeerlijk. Niet alleen voor het lezen van de boeken, ook bij het veelvuldig vragen naar de weg komt men in het Engels en Frans niet ver. Bij dat vragen moet overigens rekening worden gehouden met vaak tegengestelde en verwarrende informatie die wordt verstrekt. Voor de fietsers is een mountainbike vereist, waarbij enige training wel van pas komt. Voor stukken langs de rivieren is een muggestift aan te raden. Voorts moet ook in de zomer rekening worden gehouden met lage temperaturen en regen in de noordelijke berggebieden.