Van Thijn over Nordholt: we hadden weinig keus

AMSTERDAM, 17 AUG. Voormalig burgemeester Van Thijn, destijds verantwoordelijk voor het aantrekken van Nordholt als korpschef van de Amsterdamse politie, noemt desgevraagd de toelage op het salaris van Nordholt “fors”. “Ik kan me voorstellen dat mensen verbaasd zijn over de hoogte. Maar zoals de kaarten toen lagen was er weinig keus. En ik denk dat Amsterdammers nog steeds vinden dat het een goede beslissing is geweest.”

PvdA-partijvoorzitter F. Rottenberg vindt de toelage van de Amsterdamse hoofdcommissaris erg hoog. Hij zei vanmorgen in een vraaggesprek met radio Noord-Holland: “Ik kan mij voorstellen dat sommige mensen daar verbijsterd over zijn.” Dat PvdA-lid Nordholt “met zes paarden” van Groningen naar Amsterdam getrokken moest worden in 1986 doet daarbij niet ter zake, volgens Rottenberg. “We hoeven niet op onze knieën voor Eric Nordholt.”

Burgemeester Patijn van Amsterdam liet gisteren weten dat hij nooit zo'n arbeidsovereenkomst met zijn korpschef zou hebben afgesloten als toenmalig burgemeester Van Thijn deed. “Toen ik het zag, dacht ik: zo, dat is een stevig contract”, aldus de burgemeester gisteren. Vervolgens heeft hij “alle elementen” van de overeenkomst onder de loupe laten nemen door de gemeente-advocaat. Die kwam tot de conclusie dat aan de meeste bepalingen niet te ontkomen viel. Met zijn 240.000 gulden per jaar is Nordholt verreweg de best betaalde politie-ambtenaar in het land.

Hoofdcommissaris Nordholt liet gisteren in bedekte termen weten te zullen terugtreden als de toekomstige minister van binnenlandse zaken zijn arbeidsvoorwaarden probeert bij te stellen. “Dan roep ik u hier weer bijeen”, zei de hoofdcommissaris gisteren op een persconferentie op het hoofdbureau van politie, waar hij zijn arbeidscontract toelichtte.

Als het aan zijn korpsbeheerder, Patijn, ligt zal het zover niet komen. Voorstellen om te tornen aan het personeelscontract met Nordholt zal Patijn niet uitvoeren. “Dan moet de toekomstige minister van binnenlandse zaken maar zien wat die met mij doet.”

Nordholt onthulde gisteren dat hij in de zwaarste dagen van de IRT-affaire heeft overwogen ontslag te nemen. Hij had zijn functie zonder problemen kunnen neerleggen, zo bleek gisteren. Zijn arbeidsovereenkomst, daterend 15 december 1986, bood hem daarvoor riante voorwaarden. De functie van de korpschef zou in dat geval automatisch worden omgezet “in een vaste aanstelling als ambtenaar van de gemeente Amsterdam, met een bezoldiging die in dat geval zal bestaan uit het maximum salaris van de voor de hoofdcommissaris van politie van Amsterdam geldende salarisschaal, vermeerderd met een maandelijkse persoonlijke toelage van 25 procent van dat salaris”, aldus toenmalig burgemeester Van Thijn in de aanstellingsbrief.

“De vaste aanstelling als ambtenaar in dienst van de gemeente Amsterdam zal tot uw pensioengerechtigde leeftijd als gemeente-ambtenaar gelden”, zo vervolgt de brief. Nordholt mocht in eerste instantie zelf - “na een dienstverband van zes jaar (en daarna vervolgens jaarlijks), eenzijdig” - bepalen wanneer hij wilde opstappen als korpschef en ook eenzijdig bepalen de “tijdsbesteding en aard van de werkzaamheden” als gemeente-ambtenaar. Dat alles met behoud van zijn volledige salaris plus toelagen, in totaal zo'n 240.000 gulden per jaar.

Pag.2: Patijn past contract met Nordholt aan

Bij zijn aantreden, in juni dit jaar, heeft de nieuwe burgemeester S. Patijn de overeenkomst met Nordholt aangepast. Volgens de gemeenteadvocaat kon Amsterdam slechts onder één bepaling van de overeenkomst met Nordholt uitkomen. Op 13 juni zijn korpschef en korpsbeheerder overeengekomen dat Nordholt niet langer eenzijdig mocht bepalen dat hij genoeg had van zijn werk en wilde gaan rentenieren. Dat moet nu gebeuren “in goed overleg en na volledige overeenstemming tussen elk der beide partijen”. Nordholt onderstreepte dat hij niet is weggegaan toen hij daar contractueel recht op had: 1 juni 1993.

Voor de hoogte van zijn 'persoonlijke toelage' (40.000 gulden) gaf de hoofdcommissaris verscheidene verklaringen. In eerste instantie vroeg hij begrip voor de ambtenaar die van Glimmen (Groningen) verhuist naar de binnenstad van Amsterdam en die daarbij niet in “besteedbaar inkomen” achteruit wil gaan. Hij wees daarbij op het verschil tussen de huizenprijzen in Amsterdam en het platteland.

Bovendien acht hij zijn beloning “geheel in overeenstemming met de zwaarte, de aard en de inhoud van de functie”. Dat betekent overigens niet dat hij afziet van een deel van dat salaris zodra hij een andere functie gaat uitoefenen, zoals in zijn contract staat.

Nordholts salaris is opgebouwd uit enkele reguliere elementen, zoals het maximale politie-salaris, inconveniëntietoeslagen en onkostenvergoedingen, plus een 'persoonlijke toelage van 40.000 gulden per jaar, de enige bijzondere component van zijn salaris, aldus Nordholt gisteren. “Die heb ik zonder slag of stoot gekregen”, voegde hij eraantoe. Van Thijn kocht Nordholt als het ware op krediet: de hoofdcommissaris drukt met zijn salaris en toelagen niet op het budget van de gemeente, maar wordt betaald uit de rijksgelden die het politiebudget vormen.

Al eerder dan tijdens de affaire rond de ontbinding van het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland-Utrecht (IRT) had Nordholt erover gedacht zijn functie neer te leggen. Toen toenmalig burgemeester Van Thijn hem in januari dit jaar liet weten dat hij de overleden Ien Dales zou opvolgen als minister van binnenlandse zaken, was dat voor Nordholt aanleiding zijn functie op te geven: “Als jij minister wordt, kan ik geen hoofdcommissaris blijven.” “Als jij opstapt als hoofdcommissaris, dan kan ik geen minister worden”, aldus Van Thijn. “Amsterdam kan ons niet alle twéé missen”, vond de vertrekkende burgemeester. Waardoor Nordholt zich liet vermurwen.

Nadat het Amsterdamse korps van corruptie was beschuldigd door de Utrechtse hoofdcommissarsi Wiarda, besloot Nordholt dat hij voorlopig zeker niet kon opstappen.