Regering in Israel voert belasting in op beurswinsten

TEL AVIV, 17 AUG. Na lang aarzelen heeft de Israelische regering gisteren besloten met ingang van volgend jaar beurswinsten te belasten. Het slachten van de 'heilige belastingvrije beurskoe' heeft het Israelische volk opgeschrikt. Alle media beschouwen de schending van de belofte van premier Yitschak Rabin om “zoiets nooit te doen” als een van de belangrijkste gebeurtenissen van het afgelopen jaar.

Indien de knesseth, het parlement, met het voorgestelde pakket maatregelen akkoord gaat, zal 10 procent belasting moeten worden betaald op reële beurswinsten, dat wil zeggen na aftrek van inflatie.

Om het opnieuw ineenstorten van de opkrabbelende beurs in Tel Aviv te voorkomen is dit 'nationale casino' tot zondag gesloten om de investeerders in de gelegenheid te stellen goed na te denken over beslissingen. De Israelische aandelen op de New-Yorkse beurs tuimelden vannacht met zes procent en dat is volgens economen een indicatie van wat er zondag op de Tel-Avivse beurs zal gebeuren.

Eén van de belangrijkste redenen om beurswinsten te belasten is het feit dat de inflatie de pan uitrijst. De regering-Rabin stelde zich tot doel dit jaar de inflatie tot 8 procent terug te dringen. De maandelijkse prijsindex blijft echter, voornamelijk als gevolg van de aanhoudende prijsstijging van onroerend goed, verrassen. Vorige maand werd 1,1 procent gemeten. De Israelische inflatie staat thans op 14,5 procent op jaarbasis. Over de afgelopen vier maanden is de inflatie op 18,2 procent uitgekomen. Het afromen van beurswinsten stelt de schatkist in staat verscheidene belastingen op duurzame verbruiksgoederen te verlagen, waardoor de druk op de prijs-index kan afnemen. Als gevolg daarvan zullen de prijzen van computers, telefoons, auto-onderdelen etc. sterk kunnen dalen.

In de meeste landen moeten beleggers belasting betalen over de waardevermeerdering van hun aandelenbezit. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië kennen bijvoorbeeld een zogeheten capital gain tax. Nederland is internationaal bezien een uitzondering, doordat koerswinsten hier onbelast zijn. Het betekent ook dat koersverliezen niet aftrekbaar zijn voor de belasting, in tegenstelling tot andere landen waar beleggers soms koersverliezen nemen als dat fiscaal goed uitkomt.

Of de maatregel van de Israelische regering voldoende is om de inflatie sterk te drukken is twijfelachtig. Als de regering binnenkort besluit, zoals algemeen wordt verwacht, om collectieve landbouwgemeenschappen in het centrum van Israel in de gelegenheid te stellen hun dure land op de vrije markt te brengen, is er een redelijke kans dat de prijzen van huizen wat zullen dalen. De hoge grondprijs - tussen de 400 en 600.000 dollar voor 500 vierkante meter rond en in Tel Aviv - is één van de factoren die de prijs van het onroerend goed verklaart.

Behalve invoering van beursbelasting, waarvan overigens enkele pensioenfondsen zijn vrijgesteld, heeft de regering-Rabin ook een stap gezet in de richting van het opheffen van administratieve controles op geldverkeer. Een Israelische staatsburger mag in het vervolg 7.000 dollar naar het buitenland meenemen. Nu is dat 3.000 dollar. Ook hoeft hij geen toestemming meer van zijn bank te hebben om in het buitenland met creditcards te betalen.

Een vanmorgen in het blad Yedioth Achronoth gepubliceerde opiniepeiling wijst uit dat het Israelische volk is verdeeld over de juistheid van de als dramatisch omschreven besluiten van gisteren. Zevenenveertig procent staat achter minister van financiën Shohat, terwijl zesenveertig procent er tegen is. Rabins opvatting dat er over belasting en devaluatie door de regering niet de waarheid hoeft te worden gesproken, heeft in de Israelische context ook politieke betekennis. Is hij dan wel bereid de hele Golan-hoogvlakte voor vrede te ontruimen in tegenstelling tot gedane verkiezingsbeloften? Is vrede niet belangrijker dan een leugentje om economische maatregelen te verbloemen? Met de beursbelasting staat ook deze vraag vandaag in het centrum van het publieke debat.