DE INTRODUCTIE

TIMBA ENGELHARDT (18) zit op haar trui in het gras bij de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg. De andere leden van haar 'mentorgroep' zijn druk met elkaar aan het kletsen. Timba praat met een oudere jongen in een blauw colbert. Zou hij eens bij haar langs mogen komen? “Ja natuurlijk”, antwoordt Timba verlegen. Hij wil Spaans met haar praten, om te oefenen.

Aan haar linnen tas zit een blauwe ballon. Van de informatiemarkt heeft ze veel folders en een poster meegenomen. Drie weken geleden kwam Timba van Curaçao naar Tilburg om bestuurlijke informatiekunde te gaan studeren. Ze had zich al een jaar op het vertrek ingesteld, toch was het met haar vriendinnen “één groot gehuil op de airport”.

Tijd om familie in Amsterdam en Groningen op te zoeken was er nog nauwelijks. In Tilburg had Timba meteen een 'opvangweek' met oudere Antilliaanse studenten. Ze gingen samen naar de woningbouwvereniging, inkopen doen en haar 'doorstroomwoning' inrichten. Ze gaat in de loop van het jaar op zoek naar een flatje, zodat volgend jaar haar vriend van Curaçao bij haar in kan trekken.

Toen haar kamer klaar was, had ze een 'vormingsweek' over Nederlandse gewoonten. Ze leerde dat het onbeleefd is als je de telefoon opneemt met 'ja hallo'. Het viel haar op dat het openbaar vervoer zo goed is geregeld en dat Nederlanders een ander karakter hebben. “Wij gaan flexibeler met elkaar om.” Ze heeft gehoord dat dat van het weer komt. “Iedereen rent hier als het koud is”, zegt ze glimlachend.

Timba vertelt dat bestuurlijke informatiekunde een uitgebreide studie is, met organisatiekunde, informatica en economie. “Je gebruikt de computer om je werk te faciliteren”, vertelt ze over het nut van haar studie. Ze wil hard studeren, tijd om veel te sporten zal er helaas niet zijn. Na de studie wil ze nog een jaartje werkervaring opdoen in Nederland, maar daarna wil ze terug naar Curaçao.