DE INTRODUCTIE

SABINE KRUIJSER (18) wist al op haar twaalfde dat ze “iets met taal” ging doen. De keuze voor algemene taalwetenschap was snel gemaakt. Ze zou het liefst de propedeuse algemene letteren overslaan, om zo vlug mogelijk met taalwetenschap te beginnen. Na de studie wil ze nog een opleiding doen. Een bibliotheek, een uitgever of een krant, daar gaat ze werken.

Utrecht heeft volgens haar de beste faculteit voor taalwetenschap en het is een “gezellige studentenstad”. In Hengelo, waar ze in één ruk de middelbare school doorliep, kende ze alles wel. “En dat accent vind ik ook afschuwelijk.” Een nieuwe omgeving en nieuwe mensen, ze heeft er echt zin in.

De zoektocht naar een eigen plekje in Utrecht viel niet mee. De afgelopen drie weken ging ze elke dag naar het kamerbureau, zonder resultaat. Voorlopig heeft ze onderdak bij oom en tante.

Smartlappenzingende Sabine, roept ze als mentor Leon haar groepje een “alliteratie-spelletje” laat doen. Ze houdt van film, cabaret en theater. Tijdens de rondleiding in UVSV, de studentenvereniging voor meisjes, kijkt ze meewarig en haalt ze steeds een hand door haar sluike, roodbruine haar. “Lijkt me niks, alleen met meiden. Die klitten te veel.” Ze gaat liever sporten of op een toneelvereniging.

Sabine eet geen vlees en geen vis. Haar moeder vertelde jaren geleden dat salami van een koe komt. Sindsdien heeft ze geen stukje vlees meer gegeten. “Dat maakt het leven een stuk gemakkelijker. In een restaurant is het eenvoudig kiezen.” Ze zal het tijdens de studie volhouden. Spaghetti bolognese, favoriet bij studenten, eet ze absoluut niet.

Haar introductiegroep gaat op het Janskerkhof voor een uurtje uit elkaar. “Niet verdwalen, hè”, zegt ze pestend tegen mentor Leon. Ze moet nog even met oom en tante bellen dat ze voorlopig niet thuiskomt. Sabine, met leren rugzakje en hoge, zwarte laarsjes, roept “daaag” en loopt naar een groep jongens.